Vrije Russen zoeken nu zelf het prikkeldraad van de Goelag op

In Poetins Rusland wordt de waarheid over het verleden vaak niet verteld. Op een enkele plek gebeurt dat wel. In Perm-36 wordt twee dagen per jaar fel gediscussieerd. „Het is een prima therapie.”

In het Perm-36 strafkamp verrichten duizend dissidenten vroeger dwangarbeid. Dit weekeinde slenterden er honderden vrije burgers rond. Foto's Oleg Klimov Festival "Pilorama" (Sawmill) in the former camp of GULAG Perm-36, Perm Region. Headline Perm-36. The article by Michel Krielaars, photo by Oleg Klimov

Een houten schutting met een rand van prikkeldraad. Daarachter een strook land van twintig meter breed, gevolgd door een tweede schutting, een weg die naar een paar barakken leidt en een hek van prikkeldraad. Dit is Perm-36, het meest beruchte strafkamp uit de Sovjet-Unie, op zo’n honderd kilometer ten noordoosten van Oeralstad Perm.

Opgericht in 1946 als een van de duizenden Goelagkampen van Stalins terreurregime, herbergde het sinds de jaren zeventig uitsluitend dissidenten: intellectuelen, schrijvers, kunstenaars, journalisten, die als een gevaar voor de staat werden beschouwd. In 1988 werd het kamp door Gorbatsjov opgeheven, om zeven jaar later door vrijwilligers te worden gerestaureerd en veranderd in een museum. Nu organiseert de directie van het museum er de zevende editie van Pilorama, een jaarlijks burgerforum, waar over de gruwelen van toen en hun gevolgen voor het heden wordt gediscussieerd. Op de plek waar vroeger duizend gevangenen dwangarbeid verrichtten, slenteren twee dagen lang honderden vrije burgers rond. De jongeren onder hen slapen in tenten, op een drassig veld tegenover het kamp.

„Leuk om al die jonge mensen te zien, die zich voor die periode interesseren”, zegt voormalig gevangene Valeri Smirnov. De 66-jarige informaticus is voor het eerst terug op de plek waar hij tien jaar van zijn leven verloor. „Het doet me weinig, hoor”, zegt hij. Maar een uur eerder durfde hij toch niet samen met andere genodigden de herdenkingsbarak in. Dat deed hij liever in zijn eentje.

Als jonge computergeleerde keerde Smirnov in 1982 niet naar Rusland terug van een dienstreis naar Noorwegen, uit solidariteit met de beroemde dissident Andrej Sacharov, die in hongerstaking was. „Maar na een maand miste ik mijn gezin en ging ik toch”, vertelt hij zacht.

Weer in Rusland werd hij meteen gearresteerd en tot tien jaar kamp veroordeeld. Hij kwam in Perm-35 terecht, een inmiddels afgebroken kamp op een uur rijden van Perm-36. ,,Na de eerste paar dagen dacht ik: ‘Nog tien jaar, wat verschrikkelijk’. Voormalig KGB-chef Andropov was toen aan de macht. Maar na drie jaar kwam Gorbatsjov en begon de perestrojka. En dat gaf hoop dat ik misschien vroeger vrij zou komen.”

Maar Smirnov zou zijn straf uitzitten. Eerst werkte hij als machinebankwerker en daarna naaide hij beschermhoezen en handschoenen. ,,Als je protesteerde tegen het hoge aantal hoezen dat je dagelijks moest afleveren, ging je de isoleercel in.”

Na zijn vrijlating, eind 1991, kreeg hij dankzij een Nederlandse diplomaat een baan als systeembeheerder aan de Rijksuniversiteit Groningen. „In Rusland kon ik geen werk meer vinden. Als ik ergens solliciteerde, deden ze navraag bij de geheime dienst en werd ik afgewezen. Bovendien mocht ik in het kamp geen wetenschappelijke tijdschriften ontvangen, waardoor ik een achterstand van tien jaar in mijn vak had.”

Rustig loopt Smirnov het kamp in en ontmoet er vroegere kampgenoten. Een van hen is de 56-jarige Ivan Kovaljov, die vijf jaar had gekregen omdat hij meewerkte aan de Kroniek van de Lopende Gebeurtenissen, waarin de vervolging van dissidenten werd vastgelegd. „Ik heb een jaar in de isoleercel gezeten, omdat ik weigerde handschoenen te naaien”, vertelt hij. „Terwijl ze je daar volgens de wet hoogstens vijftien dagen achtereen mochten opsluiten.”

Samen gaan ze naar een grote tent achter de ziekenbarak, waar een discussie wordt gehouden met als onderwerp ‘Twintig jaar na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie’. Een van de deelnemers is Ivans vader, de beroemde mensenrechtenactivist Sergej Kovaljov, die zeven jaar in Perm-36 gevangen zat.

Als de oude Kovaljov het huidige regime een imitatie van dat van de Sovjet-Unie noemt, wordt hij aangevallen door een groepje jonge communisten, die op het kampeerterrein in een rode tent huizen met afbeeldingen van Stalin, NKVD-chef Beria, en openbaar aanklager Vysjinski, de hoofdverantwoordelijken voor de terreur. „Wij vrezen een terugkeer van een burgeroorlog als ons land niet met sterke hand wordt geregeerd”, roept hun aanvoerder Aleksandr Gromtsov, met een grote megafoon. Zijn partijgenoten beginnen Kovaljov daarop uit te schelden.

Na afloop gaat Smirnov buiten de confrontatie met de provocateurs aan. „Begrijp je niet wat op deze plek is gebeurd?”, zegt hij op vaderlijke toon. ,,Begrijp je niet dat de Sovjet-Unie is opgebouwd met behulp van dwangarbeid?”

Veel bezoekers van Pilorama worden door vrijwilligers rondgeleid. De jongeren onder hen lijken echter meer geïnteresseerd in het slotconcert dat zondagmiddag in het kamp wordt gegeven door de populaire rockzanger Andrej Makarevitsj. „De meeste jongeren komen inderdaad voor het concert en het bier”, zegt de 37-jarige Robert Latyrov, directeur van de lokale afdeling van Memorial, een landelijke organisatie die onderzoek doet naar de repressie onder Stalin. „Maar wij zijn hier met zo’n 25 vrijwilligers tussen de 15 en 35 jaar, die wel enthousiast discussies voeren over de Stalin-repressie. Opvallend is dat ze allemaal wel een familielid tijdens die terreur hebben verloren. Meestal zijn ze daar pas laat achter gekomen, want de overlevenden zwegen over hun ervaringen. Onder het communisme uit angst voor nieuwe vervolging, daarna omdat ze getraumatiseerd waren. Goed is nu dat ze door onze vrijwilligers worden ondervraagd. Aan hen vertellen ze veel meer dan aan hun eigen familie. Het is een prima therapie.”

Alleen al in de regio van Perm zijn onder Stalin 500.000 mensen gearresteerd, in kampen opgesloten of geëxecuteerd. En nog altijd is lang niet alles over hun lot bekend. ,,Daarom is het belangrijk dat de archieven weer opengaan, die onder Poetin zijn gesloten”, zegt Latyrov, die zelf ook pas heel laat heeft ontdekt dat een deel van de familie van zijn grootmoeder onder Stalin is vermoord. „Op scholen wordt nog altijd veel te weinig over de zwarte vlekken uit onze geschiedenis gesproken. En wat er aan openheid over de repressie bestaat, is een druppel in een oceaan. Daar komt nog bij dat de kloof tussen de activisten van Memorial en de jeugd zo groot is geworden, dat ze elkaar niet meer begrijpen. Jongeren zijn zich onder Poetin meer aangetrokken gaan voelen tot het nationalisme dan tot de waarheid over het verleden. En die ontwikkeling is heel gevaarlijk, want een totalitair systeem als dat van de Sovjet-Unie kan zich altijd opnieuw voordoen, ook al is het in een andere gedaante.”

Valeri Smirnov en Ivan Kovaljov zijn zich daarvan bewust. Maar ze hebben er niets meer van te duchten, omdat ze beiden met hun gezinnen in het buitenland wonen. Het kamp is voor hen voltooid verleden tijd. Behalve dit weekeinde. Smirnov: ,,Daarom gaan we morgen eens kijken wat er van Perm-35 over is.”

    • Michel Krielaars