Troep en antiek, maar geen tussencategorie

Correspondenten speuren deze zomer rommelmarkten af naar nationale trauma’s, passies of obsessies.

Op de rommelmarkt bij Belgrado vind je oude stopcontacten, goedkope meloenen, een nieuwe wc-bril en een snoeischaar uit China.

Er wordt niets weggegooid in Servië. Het land is één grote rommelmarkt. Sluit mij gerust een middag op in de kelder van ouders van vrienden of laat me rondzooien in hun schuurtje. Op dat soort plekken vind je de oude lampenkappen, mokken met logo’s van socialistische vakantieoorden, wandeluitrustingen van padvinders en soms nog een portret van maarschalk Tito, op zijn kop of met zijn gezicht naar de muur gedraaid.

Mijn behoefte om een beetje hebberig tussen andermans oude spullen te snuffelen, moet ik stillen als zo’n kans zich voordoet. Onverwachts na een zondagse lunch, of omdat een benodigde pot verf ook toevallig in dat schuurtje staat en ik even meeloop om hem te halen. Een klassieke vlooienmarkt met particulieren die van hun overblijfsels afwillen en daar een uitje van maken, bestaat in Servië niet. Alles van waarde is handel.

Iedere zondagochtend vroeg is de doorgaande weg in een deel van Zemun, een aan de Servische hoofdstad Belgrado vastgegroeide stad, afgesloten voor de buvljak, de vlooienmarkt. Publiek slentert. Aan beide kanten in de berm en aan het begin van de zijstraten ligt koopwaar. Soms op een zeiltje, soms gewoon in het gras, bij uitzondering op een kraam. De verkopers, vaak zijn dat Roma, zitten erachter.

Op een kruising midden op de markt staat een stokoud groen vrachtwagentje, merk TAM, met open laadbak. Een van de twee mannen achterin weegt oud ijzer, de andere fungeert als omroeper die meedeelt dat hier wordt ingekocht. Oude wasmachines, bedspiralen, kapotte gereedschappen of metalen bouwafval, het is allemaal welkom.

Een man heeft een stuk karton van een meter bij een meter vol gebruikte schakelaars en stopcontacten. Voor een nieuwe wc-bril of in China gemaakte snoeischaar kun je hier ook terecht. Uit de achterkant van busjes worden watermeloenen verkocht. Die worden nu geoogst, dus de prijs is de helft lager dan een paar weken geleden: ongeveer 15 eurocent per kilo.

Er zijn een paar echte stalletjes. In twee ervan hangen knoflookworsten. De geur is verleidelijk, maar om acht uur ’s ochtends zweten ze al van de zon. Een ander heeft gekopieerde cd’s en dvd’s. De dvd die opstaat is van een zigeunerbruiloft; die kan in India zijn, of het is een van de bruiloften op de Balkan waarvoor een grote ster is ingehuurd. De optredens zijn met de hand gefilmd. In beeld is een meisje te zien dat eenzaam op een podium met haar heupen draait, moe gedanst; dat soort feesten duren dagen.

We zijn net binnen de stad verhuisd naar een leeg appartement, dus zouden eigenlijk van alles kunnen gebruiken. Een leuke spiegel, Joegoslavisch design voor een prikkie, of een telefoon van het merk Iskra bijvoorbeeld. Maar ik vind hier niets naar mijn gading. Een echte rommelmarkt is dit niet. Echte rommel is het wel. De sfeer is niettemin een stuk leuker dan op het antiekbeursje dat iedere maand in de feestzaal van een hotel in het centrum van Belgrado wordt gehouden. Daar zijn alle vazen opgepoetst, hebben de professionele verkopers hun praatje klaar en zijn de prijzen navenant hoog. Een groenglazen asbak wordt er gepresenteerd als waardevol erfstuk.

Troep genoeg. Antiquiteiten ook. Maar in Servië ontbreekt de tussencategorie. Die nog best goede spullen die een ander heeft vervangen door iets nieuws. Zodat je oplet tijdens zo’n wandeling over een markt, op zoek naar dingen waarvan je niet wist dat je ze wilde hebben maar waar je meteen verliefd op wordt als je ziet. De laatste oorlog is hier nog maar twaalf jaar geleden. Schaarste niet iets uit de verhalen van opa. Wie wat bewaart, heeft wat.

Alles wordt eigenhandig opgelapt tot het echt niet langer meegaat. Het is te zien aan de auto’s die in de stad rondrijden. Het wagenpark moderniseert snel. Maar in iedere straat staan nog wel in Joegoslavië geproduceerde Kevers, Golf 1’s, Renault 4’s, zongebleekte Yugo’s. Dat is niet uit liefhebberij, zoals bij de klanten die bij mijn vader thuis in Nederland onderdelen voor klassieke Volvo’s kopen. Veel mensen snakken naar iets nieuws. Wie geld heeft en genoeg geloofwaardigheid bij de bank geniet, koopt op krediet een nieuwe auto.

Op de terugweg vanuit Boedapest, Hongarije, waar ze wel geweldige antiek- en rommelmarkten hebben, sta ik bij de grens achter een Servische auto met een autoambulance. De auto die hij invoert komt uit Otterlo, zie ik aan het plastic randje waar de kentekenplaat in kan. We moeten wachten dus ik maak een praatje. Hij kent één Nederlands woord: ‘Marktplaats.nl’.

Pas als echt alle mogelijkheden om op te lappen zijn uitgeput, belanden Servische spullen in (of naast) de vuilnisbakken. Die worden op hun beurt leeggehaald door nog armere mensen. Meestal zijn dat zigeuners, die het onderstel van een Citroën Dyane hebben gebruikt om een trekker voor in het stadsverkeer te maken. Een deel van de oogst ligt op zondag op deze markt.

    • Marloes de Koning