Tranendal

Mark Hoogstad

Zo ben je de gevierde slotzwemster van de estafetteploeg, zo ben je de schlemiel van de Nederlandse equipe. Het kan verkeren, ook in het zwembad. „Sorry hoor”, snotterde Femke Heemskerk, vertwijfeld bijtend op haar onderlip. Niet veel later stond de sprintster een onbedaarlijk potje te grienen in de catacomben van het Shanghai Oriental Sports Center. „Kunnen jullie een mooi stukje schrijven, toch?”

Zo is het maar net. Bovendien: sport is emotie. Femke Heemskerk uit Roelofarendsveen heeft dat goed begrepen.

De weekhartige vrijeslagzwemster verkeerde de afgelopen week in goed gezelschap. Shanghai, gastheer van de WK zwemmen, was één groot tranendal. Alexander Dale Oen droeg zijn zege op de 100 meter schoolslag met waterige ogen op aan de slachtoffers van het bloedbad in zijn vaderland Noorwegen. César Cielo Filho ging een stap verder en huilde tranen met tuiten. Niet uit compassie, maar uit zelfmedelijden. Hij werd dit voorjaar betrapt op het gebruik van een vochtafdrijvend (!) middel, maar van de doorgaans onverbiddelijke scherpslijpers van het sporttribunaal kreeg de Braziliaan een klop op de schouders. Wat een goed gesprek al niet kan doen. ‘Ga maar lekker zwemmen in China, jongen’, was de boodschap. Als hij daar vervolgens als eerste aantikt, ja, dan houdt een mens het niet droog, ook al lig je in een zwembad. Zeker niet als een deel van je collega’s zich op de tribune tegen je keert.

Misschien was dat wel de grootste winst van het zwemtoernooi: de blijken van afkeuring aan het adres van Cielo. Zwemmers zijn tamelijk slaafse sporters, murw gebeukt door de ontelbare kilometers in het chloorbassin. Nooit prediken ze de revolutie. Volgzaamheid is hun tweede natuur. Hun grootste daad van verzet is het hanteren van de tondeuse op een wedstrijddag, wanneer het lichaam vakkundig wordt ontdaan van elk plukje dons.

Slechts een enkeling durfde het woord ‘competitievervalsing’ in de mond te nemen toen de wereldzwembond FINA drie jaar geleden haar zegen gaf aan de prestatiebevorderende ‘drijfpakken’. Gevolg: brute kracht won het van souplesse en een ongeloofwaardige stortvloed aan wereldrecords – 179 mondiale toptijden in 1,5 jaar. Wat erger was: de toch al kwetsbare wereldsport zwemmen (relatief weinig topwedstrijden, amper ruimte voor reclame op het lichaam) belandde in een identiteitscrisis. Hoe nu verder?

Inmiddels is zwemmen weer back to basics, want de pakken zijn sinds vorig jaar verboden. Maar pas na een opstand onder de coaches. Al wilde FINA-voorzitter Julio César Maglione in China doen geloven dat zijn presidium hoogstpersoonlijk het ‘polyurethaantijdperk’ had beëindigd, en zo de sport van de ondergang had gered. Hier sprak een 75-jarige apparatsjik uit de niet-zwemnatie Uruguay. „Ze hebben de ballen verstand van zwemmen en zaten deze week het grootste deel van de tijd letterlijk met hun rug naar het zwembad”, mopperde drievoudig olympisch kampioen Pieter van den Hoogenband vrijdag vanuit Shanghai.

Een sport die wordt geregeerd door stokoude en wereldvreemde bestuurders, een sport die koppig vasthoudt aan een vervuilde recordlijst, een sport die dopingzondaars een podium biedt – de tranen schieten je in de ogen.

Mark Hoogstad

Wilfried de Jong is met vakantie.