Taakstraffers herkenbaar aan oranje hesjes met opschrift

Wie de afgelopen week trammelant schopte op de Tilburgse kermis, was na een nacht in de cel meteen weer welkom: om het terrein schoon te maken in een felgekleurd hesje van de reclassering. Anoniem een taakstraf vervullen, is er voor veroordeelden niet meer bij. De bevolking moet kunnen zien dat een graffitispuiter zelf de muren schrobt. Daarom krijgt iedereen die in het openbaar een werkstraf uitvoert voortaan een fluorescerend oranje hesje aan met op de rug, in vette letters, de tekst ‘Werkt voor de samenleving’.

„Het gaat ons er niet primair om duidelijk te maken: hier zijn boeven aan het werk, laten we die eens lekker aan de schandpaal nagelen”, zegt Sjef van Gennip, de directeur van Reclassering Nederland. „De slogan op het hesje moet tot uitdrukking brengen waar een taakstraf voor dient. Dat mensen die iets negatiefs hebben gedaan tegen de samenleving daarna iets positiefs terugdoen voor die samenleving.”

Het gaat Van Gennip niet om het imago van degene die zijn straf uitvoert, maar om het imago van het fenomeen taakstraf zelf. „Er wordt negatief gedacht over taakstraffen. Er zijn mensen die zich afvragen of een werkstraf wel een straf is.”

De taakstraf, in de jaren zeventig ingevoerd om een zondaar iets terug te laten doen voor de samenleving, staat de afgelopen jaren ter discussie. Voor zeden- en geweldsmisdrijven mag deze al niet meer worden opgelegd en ook voor andere delicten klinkt een roep om zwaardere straffen. De PVV, die tegen taakstraffen is, had geopperd op de hesjes te vermelden wat de delinquent had uitgevoerd.

Met de nieuwe outfit voor veroordeelden die grasmaaien en vuil opruimen, hoopt Van Gennip de werkstraf positieve aandacht te geven. „De burger kan dan zien dat deze mensen zo nuttiger bezig zijn dan als ze een paar maanden in de cel zitten. En de recidive is veel lager.”

In Nederland worden jaarlijks 30.000 mensen veroordeeld tot een werkstraf in plaats van een korte gevangenisstraf of geldboete. De meerderheid wordt op individuele basis geplaatst, bijvoorbeeld in de spoelkeuken van een ziekenhuis. Ongeveer 40 procent voert zijn straf in groepsverband uit, buiten, onder leiding van een werkmeester van de reclassering. Die veroordeelden zijn al herkenbaar aan een embleem op hun kleding, het toezicht waar ze onder staan en het busje waarin ze vervoerd worden. De slogan is daar geen baanbrekende toevoeging aan, erkent Van Gennip. „Op de meeste plaatsen weten mensen al wel dat het om werkgestraften gaat.”