Onhandig en onvolledig

Twee brieven in één week van de minister van Financiën om gaten te dichten in de kabinetsinformatie over de meest recente Europese reddingsactie voor Griekenland is één te veel. In zijn eerste brief (negen pagina’s) moest minister De Jager (CDA) niet alleen het pakket van 21 juli met de reddingsmaatregelen uitleggen. En passant moest hij opmerkingen van minister-president Rutte (VVD) na afloop van het Europees topoverleg rectificeren over aard en omvang van het pakket.

In zijn tweede brief (drie pagina’s), van gisteravond, maakt De Jager duidelijk dat het kabinet in zijn maag zit met vragen van de media en Tweede Kamerleden over een tijdelijke garantstelling aan de Europese Centrale Bank (ECB). De Europese regeringsleiders hebben daarover overeenstemming bereikt. Met een tijdelijke garantstelling moet de ECB zoveel mogelijk gevrijwaard worden van verliezen die kunnen ontstaan als de bureaus die kredietwaardigheid beoordelen Griekenland technisch failliet verklaren en daarmee de finale afwaardering uitspreken over Griekse obligaties. Dat zou onmiddellijk repercussies hebben voor de ECB. De centrale bank heeft grote pakketten van die obligaties als zekerheid van Griekse banken gekregen in ruil voor kortlopende financiering. Zonder de extra garanties aan de ECB kan de continuïteit van de Griekse banken én de stabiliteit van het Europese financiële sector gevaar lopen.

Het oogmerk van de garanties is daarmee te billijken. Waarom schiet het kabinet dan toch tekort? De Jager geeft een tweeslachtig antwoord. Ja, diverse Europese politici hebben de garanties na afloop van de vergadering genoemd. Ja, hij heeft zelf in zijn „uitgebreide” eerste brief van vorige week „beperkt aandacht geschonken” aan de garanties. Maar „mede met het oog op mogelijke reacties op de financiële markten” kon niemand daarover uitvoerig spreken en was het „niet wenselijk” in een openbare brief aan de Kamer daar inhoudelijk nader op in te gaan.

Vertrouwelijkheid met het oog op de stabiliteit van het Europese en Nederlandse bankwezen is te billijken, als daarvoor een goede reden is. Dat is hier niet het geval. Het reddingspakket had juist ten doel om het vertrouwen van de burgers en van de financiële markten, in die volgorde, in de continuïteit van de euro te verzekeren. Het onhandig, ontoegankelijk en onvolledig informeren van het parlement ondermijnt juist dat vertrouwen. Nog steeds. De minister vermijdt bijvoorbeeld het bedrag te noemen van de garanties.

De Tweede Kamer kan niet anders dan het kabinet hierover zo snel mogelijk ondervragen, zodat de regering volledige openheid van zaken kan geven en het beoogde vertrouwen alsnog kan herstellen.