Noorse kranten dragen bij aan saamhorigheid natie

Noorse kranten speelden vorige week een belangrijke rol in het bijeen houden van de natie. Ze concurreren hard in het najagen van bronnen, maar vermelden ook netjesde primeurs van collega’s.

Wanneer ergens iets groots en ergs gebeurt, is dat voor de meeste inwoners van dat land groot en erg. Voor journalisten is het groot en nieuws. Uiteraard was dat ook de afgelopen week in Noorwegen het geval. De kranten gingen all out.

Dat betekent in Noorwegen extra veel, want Noorwegen is in veel opzichten krantenland nummer één in de wereld. Het land telt ruim zeventig dagbladen, meer dan twee keer zo veel als Nederland, hoewel Noorwegen slechts vijf miljoen inwoners heeft. Op een paar dwergstaatjes na telt geen enkel land in de wereld meer dagbladen per miljoen inwoners. De totale betaalde oplage bedraagt ruim twee miljoen per dag. Duizend Noren lezen dus 570 kranten, waarmee de leesdichtheid op Japan na de hoogste ter wereld is.

De toon wordt daarbij gezet door de drie grootste landelijke kranten, VG, Dagbladet en Aftenposten. Die laatste ligt in karakter het dichtst bij NRC Handelsblad. Dagbladet is een echte boulevardkrant. VG ziet eruit als een boulevardkrant, maar is ook toonaangevend in politieke verslaggeving en onderzoeksjournalistiek.

De kranten kwamen de afgelopen week dagelijks met tientallen pagina’s over het drama van 22 juli. Daarvoor moet zo’n beetje half Noorwegen zijn geïnterviewd. Heel veel aandacht was er voor overlevenden en doden van Utøya: overlevenden werden geïnterviewd, van menig slachtoffer verscheen een portret aan de hand van gesprekken met ouders, vrienden, leraren, studiegenoten en voetbalmaatjes. Omdat de jongeren op Utøya uit het hele land afkomstig waren, hadden de regionale kranten volop mogelijkheden hun eigen verhalen te vinden, veelal met uitgebreide portretten van hún slachtoffers.

Wat opvalt aan de berichtgeving van de drie grote kranten is de onderlinge concurrentie, de onderlinge hoffelijkheid en nationale saamhorigheid die ze alle drie meer of minder expliciet propageren.

De concurrentie zit niet zo zeer in het vinden van invalshoeken of originele verhalen, maar in de jacht op bronnen: wie achterhaalt als eerste de vader van de dader (VG), wie lukt het zijn moeder te spreken te krijgen (niemand), wie vindt de vrienden die Breivik in zijn manifest noemt (alle drie een aantal)? Iedereen die iets over de dader kan zeggen krijgt de ruimte: van de kassière in een winkel in het dorp waar Breivik zijn bommenknutselschuur had gehuurd, tot het hoofd van de basisschool waarop Breivik bijna dertig jaar geleden heeft gezeten.

Ondanks die concurrentie valt de hoffelijkheid op waarmee de kranten over en weer verwijzen naar elkaars primeurs. Die worden vrijwel allemaal overgenomen, mét bronvermelding – dat gaat in Nederland meestal anders.

Alle drie de kranten doen hun best de gevoelens van saamhorigheid in de natie te ondersteunen. Ze zijn opmerkelijk mild jegens de autoriteiten. Kritische vragen, zoals waarom het een uur duurde eer het arrestatieteam op Utøya was, worden mondjesmaat en op timide toon gesteld. Misschien komt dat nog.

Het verst in het feitelijk organiseren van nationale saamhorigheid ging VG, de krant met het beste gevoel voor the mood of the nation. We moeten elkaars hand vasthouden, bedacht de krant, en schiep op zijn website de mogelijkheid je virtueel aan te sluiten bij de lange rij die reeds elkaars hand vasthield. Toen de miljoenste zich aansloot, filmde de redactie zichzelf hand in hand. Dat filmpje staat uiteraard op de site. VG is met u. Inmiddels staat de teller op ruim 1,3 miljoen.

De website van VG is normaal al verreweg de best bezochte nieuwssite van het land, met bijna drie miljoen unieke bezoekers per maand (op vijf miljoen inwoners!) Het is goed denkbaar dat VG in de maand juli meer bezoekers op zijn site kreeg dan Noorwegen inwoners telt.

    • Dick van Eijk