Naar de TU Delft komen nu meer Grieken dan Aziaten

Valia Gkeredaki (27), afgestudeerd in duurzame energie aan de TU Delft, in Nederland sinds 2008.

Waarom hier en niet daar?

„Nederland loopt voorop op het gebied van technologie. Onderzoeksfaciliteiten zijn hier veel beter. Je krijgt hier een goede opleiding tegen een goede prijs. Het aantal Griekse masterstudenten in Delft (rond de 300) is verdrievoudigd in drie jaar. Dit jaar komen er meer studenten uit Griekenland dan uit India en China.”

Hoe hebben vrienden het in Griekenland?

„Een vriendin van mij werkt als civiel ingenieur in een bedrijf. Onlangs stelde de baas daarvan haar en een collega voor: of ik ontsla één van jullie of jullie doen het werk samen. Nu werken ze ieder twee dagen per week. Ze zoekt nog een bijbaan in een cafetaria, bar of supermarkt. Zij kan geen eigen leven beginnen, woont nog bij haar ouders. Om die reden trouwt zij niet met haar vriendje. Drie jaar geleden lag het salaris van een ingenieur nog rond de 800 euro, nu is dat 500. Met een baan in de supermarkt verdien je 400 euro, bijna net zoveel!”

En je familie?

„Mijn oom is elektricien en verdient meer dan de 30.000 euro die mijn ouders, allebei universitair geschoold, samen verdienen per jaar. En Griekenland is ook nog het duurste land in Europa qua levensonderhoud. De benzineprijs is in drie jaar gestegen van 80 cent naar 1,70 euro. In de supermarkt betaal je 60 procent meer dan in Duitsland. Een biertje kost 5 a 6 euro, voor een cappuccino betaal je 4 euro. Ik voel het ook. Als ik in Griekenland boodschappen doe koop ik een tas voor het bedrag waar ik in Nederland mijn huis mee vul.”

Ga je terug naar Griekenland?

„Binnen tien jaar, hoop ik. Mijn ouders zitten in een lastige financiële positie en ik kan ze niet helpen als ik nu al terugga. Er is geen zekerheid. Iedereen is ongerust. We houden van Griekenland, het weer, de kwaliteit van leven. Het is een droomplek. Maar als de carrièreperspectieven niet goed zijn, moeten onze kennis ergens anders opdoen en terugbrengen naar Griekenland.”

Tekst en foto’s: Rolinde Hoorntje

    • Rolinde Hoorntje