Libische rebellen vechten nu ook met elkaar: 8 doden bij Benghazi

Libische rebellen zeggen een factie binnen hun beweging te hebben ontmaskerd als aanhangers van de Libische leider Moammar Gaddafi die zich als opstandelingen tegen diens regime voordeden. Bij gevechten bij het rebellenbolwerk Benghazi vielen gisteren vier doden aan elk van beide zijden.

De strijd volgde op de moord op rebellencommandant Abdel Fattah Younes, donderdag, kennelijk in een onderlinge afrekening.

De groeiende onderlinge spanningen vallen samen met zorgen bij de NAVO-landen die de rebellen met luchtaanvallen op het regime steunen, over de trage vorderingen in de oorlog tegen het regime.

Volgens het rebellenleiderschap had de valse rebellenfactie, Al-Nidaa, vrijdag honderden vermeende aanhangers van Gaddafi geholpen uit twee gevangenissen in en bij Benghazi te ontsnappen.

„Deze mensen maakten gebruik van de chaos die het gevolg was van de moord op Younes en vielen de militaire gevangenis en de (civiele) Kuwaitiyagevangenis aan”, aldus een rebellenwoordvoerder.

Zondag werd de groep na urenlange gevechten uit haar schuilplaats verdreven. Daar werden volgens een rebellenwoordvoerder meer dan 400 wapens, de vlag van Gaddafi’s Libië en foto’s van de Libische leider gevonden. Ook werden veertig van de ontsnapte gevangenen weer opgepakt.

Om verdere verdeeldheid binnen de rebellenbeweging te voorkomen, werd een lid van Younes’ stam tot zijn interim-opvolger als chef van de rebellentroepen benoemd.

Over de moord doen nog steeds verschillende versies de ronde. Het leiderschap zegt nu dat hij was gearresteerd op beschuldiging van wanbeleid en dat gewapende mannen een aanval deden toen hij onder zware bewaking van de ene plaats naar de andere werd vervoerd. Een andere versie is dat hij door een moslimfundamentalistische rebellenfactie werd gedood. Maar rebellen die van de aanval getuige waren, zeggen dat hij door zijn eigen zijde werd gedood. Younes was tot zijn overlopen in februari een naaste medestander van Gaddafi en werd ervan verdacht nog steeds contacten met het regime te onderhouden. (AP, Reuters)