In Nederland kun je nog een rondje geven tenminste

Panagiotis Afratis (29), masterstudent Computer Engineering aan de TU Delft, in Nederland sinds 2008.

Waarom hier en niet daar?

„Griekenland heeft geen apart bachelor-master systeem. We hebben doorlopende studies van vijf jaar, maar die gelden niet altijd als master. Als je een wereldspeler wil worden, moet je naar het buitenland. En de kosten voor levensonderhoud zijn hetzelfde of zelfs lager dan in Griekenland. Daar zou ik als student minimaal 800 euro uitgeven per maand. Hier betaal ik van dat bedrag niet alleen de dagelijkse boodschappen maar ook mijn mobiele telefoon, computer en het uitgaan. Met tien euro op zak kan je een rondje geven in Nederland.”

Hoe hebben vrienden het in Griekenland?

„Vroeger waren er nog de Olympische spelen waar veel voor moest worden gebouwd. Nu heb ik vrienden die onbetaald werk doen. Iedereen probeert te overleven. De meerderheid heeft dit jaar de eerste de beste kans aangegrepen om te vertrekken naar het buitenland. Mijn oudere zus is gepromoveerd in Scheikunde en geeft les op twee verschillende hogescholen. Haar contracten lopen af in september en die worden niet verlengd omdat er geen geld is. Mijn ouders waren ongerust toen ik besloot te vertrekken naar Nederland. Zou je dat wel doen, zo ver weg, zeiden ze. Nu zeggen ze: kom voorlopig niet terug.”

Hoe komt dat?

„Er zijn teveel universiteiten in Griekenland. Er zijn negen technische universiteiten op een bevolking van tien miljoen mensen. In Nederland zijn dat er drie. Ieder jaar beginnen ongeveer 90.000 studenten aan de universiteit. Een universitaire studie is een randvoorwaarde voor een redelijk betaalde baan in Griekenland. Er is veel corruptie, maar niemand wordt als schuldige aangewezen. We zijn niet tegen bezuinigingsmaatregelen, maar de juiste mensen moeten worden gestraft. Het salaris van mijn ouders is al twee keer verlaagd sinds vorig jaar, maar politici verdienen nog steeds 7.000 euro per maand. We hebben driehonderd parlementsleden, op tien miljoen inwoners. Waarom?”

En nu?

„Ik wil ervaring opdoen bij een internationaal bedrijf. Als ik wat heb opgebouwd, ga ik terug naar Griekenland. Teruggaan is een droom voor mij. Maar het is moeilijk om terug te gaan naar het paradijs. Als je gaat, wil je blijven.”

    • Rolinde Hoorntje