'Ik schaam me dood.Hoe kon het zo ver komen?'

‘Zorginstelling onder verscherpt toezicht geplaatst door inspectie.’ Dat soort berichten haalt regelmatig de krant. Hoe gaan bewoners en het personeel daarmee om? Een bezoek aan Beth Shalom.

De soepkar komt langs in het joodse zorgcentrum Beth Shalom in Amsterdam dat door de Inspectie onder toezicht is geplaatst. Foto Bram Budel Nederland, Amsterdan, 26-07-2011 Het joodse verzorgingstehuis Beth Shalom in Buitenveldert heeft van de inspectie een rode kaart gekregen omdat de kwaliteit onder de maat is. De Soepkar personeel schept soep op voor bewoners. foto: Bram Budel Bram Budel

In de activiteitenruimte van het joodse zorgcentrum Beth Shalom in Amsterdam ligt een rapport. José Schmid bestudeert het 27 pagina’s tellende document aandachtig. „Ik schaam mij dood”, zegt de activiteitenbegeleider onomwonden. „Ik begrijp niet hoe het zo ver heeft kunnen komen.”

Het rapport is van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Die concludeerde onlangs dat Beth Shalom, net als verpleeghuis Altenova in Arnhem en De Stelle in Oostburg „onverantwoorde zorg” levert. De instelling kampt met personeelsgebrek, medewerkers krijgen te weinig scholing, de directie toont geen leiderschap en bewoners zijn soms genoodzaakt hun plas op te houden. „Een vernietigend rapport”, erkent directeur Michaël Bloemendal.

Het honderd jaar oude zorgcentrum telt 210 bewoners, verspreid over twee locaties. Er werken 200 mensen. „We hebben de afgelopen jaren zes à zeven ton bezuinigd”, legt Bloemendal uit. „Van de negen zorgmanagers zijn er vijf over. Voor opleidingen is steeds minder geld beschikbaar. Dat wreekt zich nu.”

Toch is het niet voor het eerst dat Beth Shalom (Huis van Vrede) een waarschuwing krijgt van de inspectie. Vorige zomer concludeerde de toezichthouder al dat een cultuuromslag bij de joodse zorginstelling noodzakelijk is. Het plan van aanpak dat beide partijen overeenkwamen is volgens Bloemendal „voor 80 procent uitgevoerd”. Maar de inspectie vindt dat niet genoeg: „Op cruciale onderdelen zijn nog onvoldoende verbeteringen te zien”, staat in het rapport.

Bloemendal – sinds 2000 directeur – overweegt niet om op te stappen. „Als eindverantwoordelijke wil ik orde op zaken stellen. Dat zie ik als mijn plicht.” Hoe hij dat voor elkaar wil krijgen? „Door te zorgen dat medewerkers zich meer betrokken voelen bij hun werk.” Bloemendal doelt op de grootscheepse reorganisatie en de verhuizing van vestiging-Osdorp naar Amstelveen, begin dit jaar. „Dat soort zaken leidt tot onrust. Maar ze vallen in het niet bij de vergaande bureaucratisering. Verplegers moeten tegenwoordig ontlasting van alle cliënten bijhouden na een opname, ook van degenen die revalideren van een gebroken heup.”

Onder werknemers van Beth Shalom leeft veel onvrede. „Ik werk hier al twee decennia, maar de laatste jaren heb ik steeds minder plezier in mijn werk”, zegt Tanja Dorsman, unitassistent van de verpleegafdeling. „Met zes verplegers voor veertig bewoners houd je weinig tijd over voor een praatje.” Activiteitenbegeleider Schmid vertelt dat zij het al zeven jaar zonder baas moet doen. „Ik hoef nog net niet mijn eigen rooster samen te stellen”, zegt zij tegen Bloemendal. „In het kader van de zelfsturing doet ieder zijn eigen ding. Sommige leidinggevenden zijn bang om niet aardig gevonden te worden.”

Bloemendal hoort de kritiek gelaten aan. Hij wil zich verdedigen, maar weet dat een afwerende houding niet gepast is. Bij het inspectierapport staat hij voor eenzelfde probleem. Bloemendal spreekt van „een gele kaart”, maar zegt ook dat de samenstellers „nodeloos negatief” zijn. „Zo kregen wij de kwalificatie ‘risicovol’ voor infectiepreventie omdat wij een keer legionella hebben gehad. Het zat in twee douchekoppen, maar de inspectie zei er niet bij dat Beth Shalom scherpe controles uitvoert. De legionella was amper gesignaleerd, of het probleem was al verholpen. Voor mij bewijst dat alleen maar hoe goed onze preventie werkt.”

Bewoners zijn verdeeld over de uitkomsten van het inspectierapport. Sommigen nemen het voor het personeel op, anderen maken van de gelegenheid gebruik hun grieven te uiten. „De zorg is prima”, zegt de 87-jarige Clara Hartog. „Maar er is een groot tekort aan personeel. Als ik ’s morgens vroeg naar gymnastiek wil, krijg ik te regelmatig horen dat ik niet op tijd gedoucht kan worden. De ene keer staat het eten om half vijf op tafel, de andere keer om half zes. Op die manier kan ik niet mijn dagen indelen.”

Een andere bewoner zet haar argumenten kracht bij met haar oorlogsverleden. „Ik heb twee jaar in Auschwitz gezeten”, zegt zij met overslaande stem. „Dan verwacht je niet dat verplegers een grote mond geven als je zegt dat je je niet lekker voelt.” Haar vriendin geeft haar een por in de zij: „Laten we blij zijn dat dit soort huizen bestaat. Alleenstaande ouderen vergeten vaak te eten. Hier zijn mensen die je daar aan helpen herinneren.”

Beth Shalom wordt de komende zes maanden onder verscherpt toezicht gesteld. De inspectie zal het zorgcentrum op geplande én ongeplande bezoeken trakteren. „Ik zie daar niet tegenop”, verzekert directeur Bloemendal. „En nee, ik houd niet steeds de voordeur in de gaten. Onze zorg moet gewoon op orde zijn. We zijn op de goede weg.”

    • Danielle Pinedo