China raakt slaags met Oeigoeren

De Chinese regering had gehoopt de Oeigoeren in de provincie Xinjiang te pacificeren met economische ontwikkeling. Nieuwe incidenten in twee steden laten zien dat het verzet blijft.

Voor de tweede keer binnen een paar weken is er onrust uitgebroken in het verre westen van China, een dun bevolkte regio die de Chinese regering graag economisch wil ontwikkelen, maar waar de heerschappij van Peking nog altijd stuit op veel verzet van de omvangrijke Oeigoerse minderheid.

Zaterdagavond laat braken er volgens de officiële Chinese media onlusten uit in Kashgar, een pleisterplaats aan de oude zijderoute op ruim 3.000 kilometer van Peking. Twee Oeigoerse mannen zouden zich meester hebben gemaakt van een vrachtauto en zijn ingereden op een menigte, waarna ze Han-Chinezen met messen te lijf gingen. Daarop zou de politie vijf aanvallers in een restaurant hebben doodgeschoten. Bovendien zouden zich zondag explosies hebben voorgedaan in de stad. In totaal kwamen er zeker elf mensen om het leven bij de onrust.

De Chinese overheid wees meteen islamitische extremisten aan als de schuldigen en suggereerde dat die via de Khunjerab-pas uit Pakistan waren binnengekomen.

Weliswaar zitten er in dat deel van Pakistan veel islamitische radicalen en zijn de Oeigoeren overwegend moslims, maar de Chinese regering heeft in het verleden vaker zulke beschuldigingen geuit zonder er ooit enig bewijs voor te leveren.

Het is op zijn minst even waarschijnlijk dat de daders uit eigen land kwamen. Twee weken geleden kwam het al tot incidenten met ontevreden Oeigoeren in de plaats Hotan, bijna 500 kilometer ten zuidoosten van Kashgar. Volgens de autoriteiten vielen „terroristen” een politiebureau aan, waarna ze werden gedood door de politie. Ze zouden ook spandoeken bij zich hebben gehad met de tekst ‘Allah is de enige God. In de naam van Allah.’ Maar volgens het Wereldcongres van Oeigoeren, een organisatie van ballingen, ging het om een vreedzame demonstratie van Oeigoeren, op wie de politie zonder pardon het vuur opende. Bij de confrontaties kwamen zeker achttien mensen om het leven.

De nieuwe onrust is een onaangename verrassing voor de Chinese autoriteiten in Peking, die hadden gehoopt dat ze de toestand meer in de hand hadden na grote rellen in Urumqi, de hoofdstad van de provincie Xinjiang, in 2009. Daarbij vielen een paar honderd doden. Volgens het weekblad The Economist waren juist werkloze jongeren uit Khasgar en Hotan destijds in groten getale naar Urumqi gereisd om mee te demonstreren tegen de regering.

De autoriteiten hoopten dat de acht miljoen Oeigoeren (40 procent van de bevolking in Xinjiang) zich rustiger zouden houden nu ze het enorme gebied in hoog tempo economisch proberen te ontwikkelen. In juni kreeg Hotan bijvoorbeeld een treinverbinding met Kashgar.

Kashgar zelf is uitgeroepen tot een speciale economische zone, naar het model van Shenzen, de economisch meest succesvolle stad van China. ‘In het Oosten is er Shenzen, in het westen is er Khasgar’, luidt de leuze van de communistische bestuurders.

Maar veel Oeigoeren zien de modernisering vooral als een poging van de door hen gehate Han-Chinezen om hun invloed en greep op de regio te vergroten, zoals de Chinezen dat ook met Tibet hebben gedaan. Een probleem is ook dat de economische vooruitgang in Xinjiang, dat rijk is aan olie en gas, vooral ten goede komt aan de Han-Chinezen. Oeigoeren profiteren er nauwelijks van.

    • Floris van Straaten