Bezield samenspelen op festival Delft

Het Delft Chamber Music Festival kreunt onder de crisis. Sponsoren haakten af, er zijn nu minder concerten. Maar nog steeds is het festival sereen, sfeervol en opvallend mooi geprogrammeerd.

Nicolas Altstaed (cello), André Morsch (bas) en Liza Ferschtman (viool), zaterdag in Delft. Foto Johannes van Assem foto Johannes van Assem Delft, 30-07-2011 Liza Ferschtman artistiek leider van Delft chamber music festifal tijdens optreden zaterdagavond samen met muzikanten.

Ze kon het niet laten om te spreken over de nieuwe Nederlandse kunstpolitiek. Bij de opening van het vijftiende Delft Chamber Music Festival richtte artistiek leidster Liza Ferschtman zich vrijdagavond persoonlijk tot het publiek in de glazen zaal van het Prinsenhof en tot de luisteraars van de live-uitzending op Radio 4. Vanaf 2013 komt een aantal orkesten in problemen, Ferschtman noemde het „een aanslag op de cultuur die een onmisbaar onderdeel is van de maatschappij”.

De temperamentvolle Ferschtman ziet haar eigen Delftse kamermuziekfestival, befaamd vanwege de hoge kwaliteit, nog niet direct bedreigd. „We gaan absoluut door, rechtsom of linksom.” Maar het festival lijdt al onder de economische crisis en het afhaken van hoofdsponsor Rabobank. Vroeger waren er elke dag concerten. Nu zijn er twee weekeinden met tussendoor nog wat kleinere activiteiten.

Tot Ferschtmans spijt zijn de Nederlandse en buitenlandse musici nu niet meer constant in Delft. De groeiende band met elkaar en met het publiek was een van de bijzondere kenmerken van het festival. Sfeerrijk is het natuurlijk nog steeds, in de schaduw van de scheve toren van de Oude Kerk, te zien door het glazen dak van de overdekte binnenplaats. De foyer is buiten, aan een smal stil grachtje.

Marianne Brinks, al vijftien jaar directeur van het festival: „Als je minder binnenkrijgt moet je snoeien. We hebben het budget met 50.000 euro teruggebracht tot twee ton. De gemeente Delft gaat bezuinigen. Sponsor TNO is ook weggevallen, maar we krijgen nu twee jaar ondersteuning van het Fonds voor de podiumkunsten. En er zijn de 23 Dikke Vrienden, die jaarlijks 500 euro doneren. Minder concerten leidt, ondanks de BTW-verhoging naar 19 procent, wel tot een betere zaalbezetting. We krijgen nu 5400 bezoekers.”

‘Tussen droom en werkelijkheid’ is dit jaar het festivalthema. Veel van de zestien resterende concerten zijn door Ferschtman zelf opvallend mooi geprogrammeerd met bekend en onbekend klassiek repertoire en met eigentijds werk. Zoals het openingsconcert In de nacht met onder andere het weemoedige pianotrio Notturno van Schubert en zeven laat-romantische nachtliederen van Hugo Wolf, Hans Pfitzner en Gustav Mahler. Tot slot klonk het sextet Verklärte Nacht van Arnold Schönberg. Het werd spannend en wringend gespeeld, soms schril en schrijnend met een intense dialoog tussen de lyrische en indringende Liza Ferschtman en de fenomenale cellist Nicolas Altstaedt met zijn grote, gloeiende toon en gedreven présence.

Zaterdagavond, rechtstreeks uitgezonden in Nederland en Frankrijk, ging het om religieuze vervoering, ingeleid door een aria van Bach: Ächzen und erbärmlich weinen (uit de cantate Meine Seufzer, meine Tränen) indringend gezongen door de bas-bariton André Morsch – tevens partner van Ferschtman.

Mezzo Christianne Stotijn, die vrijdag nogal vlak had geklonken in haar nachtliederen, maakte nu wel veel indruk. Met gevouwen handen en bezielde expressie zong ze twee joodse liederen: Kaddisj van Ravel en de wereldpremière van het gebed Onze vader, op nieuwe muziek van de Amsterdamse componist Fant de Kanter. Haar broer Rick Stotijn speelde met de voortreffelijke pianist Rostislav Krimer het beroemde Kol Nidrei van Max Bruch, oorspronkelijk voor cello en orkest, in een opmerkelijke versie voor contrabas en piano: tegelijk meer en minder.

Het bekende Fratres (1977) van Arvo Pärt klonk in een versie voor altviool en piano. Altvioliste Diemut Poppen speelde wel erg bleek en dat was zondagmiddag ook het geval in sprookjesstukken van Bruch en Schumann. De Franse klarinettist Pascal Moragues, die eerder had geschitterd in het Klarinetkwintet van Mozart, nam ook hier het voortouw.

Het bijzonderste was het wereldberoemde Gesang der Jünglinge van Karlheinz Stockhausen, een bandopname met elektronica en flarden van een jongensstem uit 1956. Deze oude moderne en ruimtelijke muziek, klonk in de zaal via vier luidsprekers. De radio zond intussen de stereoversie uit. Een heilig werk: een kwartier verbinding met het eeuwige universum.

Het Delft Chamber Music Festival duurt nog t/m 7/8. Inl.: www.delftmusicfestival.nl

    • Kasper Jansen