Bankgaranties leveren Nederlandse staat anderhalf miljard euro op

De garantiestellingen die de Nederlandse overheid tijdens de bankencrisis in 2008 verleende aan banken leveren de staat anderhalf miljard euro op.

Dat blijkt uit cijfers van het ministerie van Financiën, meldt persbureau Novum. In oktober 2008 werd tijdens de bankencrisis een garantieregeling voor leningen tussen financiële instellingen opgezet. Toenmalig minister van Financiën Wouter Bos wilde door middel van deze regeling het vertrouwen tussen de banken herstellen. Onder andere Achmea Hypotheekbank, Fortis/ABN Amro en ING maakten gebruik van de garantieregeling.

De Nederlandse overheid heeft op dit moment nog 34 miljard euro aan staatsgaranties uitstaan met verschillende looptijden. In 2009 en 2010 ontving de staat al 116 en 407 miljoen euro aan vergoedingen van banken waaraan de garantie werd verleend. Het ministerie van Financiën verwacht tot 2014, wanneer de laatste garantiestelling verloopt, nog eens 970 miljoen euro te verdienen.

Sinds begin dit jaar kunnen banken de garantiestellingen afkopen. De instellingen moeten dan wel een boete van vijftien procent van de resterende garantiepremie betalen. NIBC en ABN Amro hebben hier voor een gedeelte van de garanties gebruik van gemaakt.

Staat verdient ook aan maatregelen kredietcrisis

Behalve aan de garantiestellingen verdient de overheid ook nog aan andere maatregelen om de kredietcrisis tegen te gaan. Tijdens de crisis zijn bijvoorbeeld kapitaalinjecties gegeven aan Aegon, SNS Bank en ING van in totaal 13,7 miljard euro. Aegon heeft zijn lening van drie miljard euro in juni volledig afgelost. De staatskas behaalde hierop een rendement van 18,5 procent, maakte minister van Financiën Jan Kees de Jager in juni bekend.

Ook SNS Bank en ING hebben gedeeltes van de kapitaalinjecties afgelost. ING loste van de tien miljard euro steun tot nu toe drie miljard af. Het rendement hierop was zeventien procent. SNS Bank heeft nog een schuld staan van 175 miljoen euro. Op de 565 miljoen euro die de bank tot nu toe afloste kreeg de overheid een vergoeding van 8,5 procent.