Zapatero zit klem tussen markt en kiezer

De rust in de eurolanden is nog niet teruggekeerd. Nu probeert premier Zapatero in Spanje de crisis te bezweren met vervroegde verkiezingen.

Voor de derde keer heeft de Europese schuldencrisis de electorale kalender van een euroland gewijzigd. Gisteren, op de laatste dag van het politieke jaar, maakte de Spaanse premier José Luis Rodríguez Zapatero bekend dat hij de parlementsverkiezingen met vier maanden vervroegd. Na de Ieren (in februari) en de Portugezen (in juni), zullen ook de Spanjaarden (op 20 november) eerder naar de stembus moeten als gevolg van de aanhoudende financiële onrust rond hun land.

Spanje is er niet zo slecht aan toe als Portugal en Ierland, die beide een beroep moesten doen op noodleningen van het IMF en de EU. Maar het land zit wel in de gevarenzone. Anders dan gehoopt, leidt het vorige week bereikte akkoord over Griekenland nog niet tot rust in de muntunie. De rente die Madrid betaalt over nieuwe tienjaarsobligaties ligt boven de 6 procent. Dit is gevaarlijk dicht bij de 7 procent: als een land die grens eenmaal passeert, is er vaak geen weg meer terug.

De paniek over Spanje zou waarschijnlijk verder zijn aangewakkerd, als Zapatero na het zomerreces had moeten beginnen aan moeizame onderhandelingen over de begroting voor 2012. Zijn socialisten regeren op basis van een parlementaire minderheid. Dit maakte hen de afgelopen jaren afhankelijk van wisselende coalities met Catalaanse en Baskische regionationalisten. Het was de vraag of zij nog bereid waren de impopulaire Zapatero te laten doorstrompelen tot maart 2012.

Gisteren legde Zapatero de taak een begroting op te stellen neer bij „een volgende, stabiele regering”. Hij zei te handelen in „het algemeen belang”, maar de vervroeging lijkt ook bedoeld om zijn partij een betere electorale uitgangspositie te geven.

Veel Spanjaarden willen dat de regering na drie jaar economische rampspoed vertrekt. Na de ernst van de crisis bijna twee jaar lang te hebben ontkend, nam Zapatero pas in mei 2010 de eerste serieuze maatregelen. Onder zware druk van Europa en de financiële markten kwam hij met forse bezuinigingen en ingrijpende wijzigingen is het sociale beleid. Hierna volgde een keur aan hervormingen: in de arbeidsmarkt, het pensioenstelsel, de bankensector.

Zapatero moest steeds schipperen tussen zijn achterban en de financiële markten en dat ging hem slecht af. De cruciale hervorming van de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld, was half werk en stelde niemand tevreden. En de werkloosheid steeg gewoon door. Het laat zien hoe Zapatero – net als sommige Europese collega’s – door de crisis klem is komen te zitten tussen de markten en de kiezer.

Afgelopen voorjaar kondigde de premier, die regeert sinds 2004, aan geen derde termijn te ambiëren. Begin deze maand koos zijn socialistische arbeiderspartij (PSOE) een nieuwe lijsttrekker, de politieke veteraan Alfredo Pérez Rubalcaba. Terwijl Zapatero de afgelopen maanden steeds meer naar de achtergrond verdween, begon Rubalcaba met campagnevoeren. Spanjaarden vroegen zich af waarom de verkiezingen dan nog driekwart jaar moesten wachten.

Volgens de premier wilde hij eerst zijn hervormingsagenda afgerond hebben. Gisteren beweerde Zapatero dat dit nu bijna het geval is en dat zijn ingrepen al tot een opleving van de economie leiden. Hij noemde de daling van de werkloosheid vorige maand met 0,4 procentpunten als voorbeeld. In werkelijkheid trekt de werkgelegenheid dankzij de belangrijke toerismesector in de zomer echter altijd aan, en eigenlijk viel de daling in juni zelfs wat tegen. Bij een werkloosheid van ruim 21 procent is het sowieso de vraag of kiezers hiervan onder de indruk zijn.

Voor Rubalcaba, als minister populair, wordt het lastig om nog te winnen. In de peilingen staat zijn partij nu zo’n 10 procentpunten achter op de conservatieve Volkspartij (PP) van Mariano Rajoy. Diens strategie was de afgelopen jaren om de socialisten hard aan te vallen op hun zwalkende crisisaanpak. Met alternatieve plannen kwam Rajoy amper.

Rajoys behoedzame aanpak is begrijpelijk: hij verloor zowel in 2004 als in 2008 de verkiezingen. Gisteren noemde hij het besluit van Zapatero „goed nieuws” en zei hij tijdens de campagne „over de toekomst te gaan praten”. Hij heeft beloofd Spanje uit het dal te leiden „zonder bezuinigingen op sociale politiek” (zorg, pensioenen, uitkeringen).

Maar zonder pijnlijke ingrepen dreigt voor Spanje economische stagnatie. als hij wint zullen de markten voor Rajoy niet minder streng zijn dan voor zijn voorganger. Ook voor hem geldt dat hij zonder een parlementaire meerderheid afhankelijk wordt van de nationalistische partijen uit zelfbewuste regio’s als Baskenland en Catalonië. Zij steunden in het verleden zowel de PSOE als PP in ruil voor meer autonomie of geld voor hun regio. Nu het geld op is en de centrale regering van regio’s forse bezuinigingen eist, zal de samenwerking veel stroever verlopen. Zeker met Rajoy als premier, die de autonomie van regio’s juist wil inperken.