Vandaag: monologen maken vanuit voorwerpen

In de Flevopolder organiseert Buitenkunst theaterweken voor jongeren. Marike op den Akker (37) leerde hen de afgelopen week wat associatief theatermaken is. Hoe je een douche kunt zien in een lantaarnpaal.

Vrijdag 22 juli

Morgen vertrek ik naar Buitenkunst Randmeer om twee weken theaterworkshops aan jongeren te geven. De dag waarop ik altijd zenuwachtig word en me afvraag waarom ik dat na al die jaren nog steeds heb.

Ik weet nog niet wie mijn collega’s zijn, dat is een verrassing. We hebben allemaal een andere theaterachtergrond. Ik kom uit de mime en werk en denk anders dan iemand die bijvoorbeeld uit de kleinkunst komt.

Mijn tassen zijn bijna ingepakt: één met regenkleding en één met inspiratiemateriaal. Daarin zitten stapels fotoboeken en theaterteksten, zodat ik de komende weken elke dag een nieuwe workshop kan bedenken. En een documentaire van de Duitse choreograaf Pina Bausch. Misschien iets om morgen met zijn allen naar te kijken?

Zaterdag

Twaalf uur ’s nachts, ik zit met een kruik in bed te typen. Voor de medewerkers staan er altijd tenten klaar met een bedje erin, maar deze twee weken slaap ik in een heus bouwvakkerskeetje! De regen klettert op het dak, het lijkt wel herfst. Vanmiddag kennisgemaakt met mijn collega’s. Het is direct heel gezellig.

Aan het einde van de middag druppelen de jongeren binnen, ze staan schuchter voor onze neus, hun ouders verdekt opgesteld in de deuropening. Terwijl zij in de stromende regen hun tenten opzetten, vergaderen wij over hoe we de eerste kennismaking zullen invullen.

Om acht uur ’s avonds tellen we tweeënveertig jongeren in tweeënveertig regenjassen en op vierentachtig te koude slippers. We interviewen elkaar, waarna de één de ander aan de groep moet voorstellen. Eerste indruk: leuke groep, paar schatjes en een paar pittige types. Ik ga morgen werken aan bewegingssolo’s waarbij ze denkbeeldige mensen en dieren moeten opvangen.

Zondag

De eerste workshopdag zit erop. Wel pittig om in de kou en regen vol energie aan de slag te gaan, maar het ging hartstikke goed. In mijn workshop zitten acht lieve meisjes. Ze moesten met hun lichaamshouding uitdrukken welk dier of mens ze opvingen, zonder dat te zeer te illustreren – voor sommigen nieuw en moeilijk. Maar tijdens een bewegingsimprovisatie op muziek rolden ze over de natte houten vloer alsof het niks was.

Vergaderd, pittige curry gegeten in de kantine en ’s avonds kijken we in het knusse bioscoopje Pina Bausch. De inspiratiebron van mijn workshop is een fotoboek waarin kleine poppetjes in een dramatische setting zijn geplaatst. Zoals een minuscuul vrouwtje dat de was ophangt tussen de poten van een vuilnisbak. Mijn jongeren gaan scènes maken op het terrein, waarin ze zichzelf en een poppetje een rol zullen geven. Het idee is nog vrij open – hopen dat ik ze meekrijg met hun eigen fantasie.

Nog een drankje met andere medewerkers en gesproken over de vreselijke schietpartij in Noorwegen, toen nog even luchtig bij de rokers buiten rondgehangen om met een iets olijker beeld mijn bouwvakkeetje weer in te kruipen.

Maandag

We maken met ‘the Little People’ een wandeling over het terrein, met de opdracht je te laten inspireren door de omgeving. Bij alles wat je ziet en waar je een spelidee bij krijgt, spring je in dat beeld. Een jongen probeert in zijn eentje een stilstaande auto op te tillen, een meisje doucht onder een lantaarnpaal.

’s Middags zitten ze allemaal braaf en enthousiast hun eigen poppetje in elkaar te knutselen. Daarna maken ze hun scènes af op locatie. ’s Avonds wandelen de andere jongeren erlangs als publiek. Ze zien hoe het leven van een poppetje wordt gered dat onder een autowiel is klemgeraakt. Een ander poppetje kijkt hulpeloos toe. Op de weg knielt een meisje tegenover haar kleine ‘ik’ en schudt haar de hand. Een ander vist met zijn hengel een Jezuspoppetje uit het water van de plas. Het zijn ontroerende miniatuurtjes geworden. Veel bereikt op dag twee!

Dinsdag

Vandaag schrijf ik monologen vanuit voorwerpen. ’s Morgens laat ik ze zelf voorwerpen uitbeelden om uit hun hoofd en logisch nadenken te komen. In de pauze twijfel ik ineens of ik wel voldoende aansluit bij de jongeren. Ik werk vaak vanuit abstracte beelden, met mooie werkshops als resultaat, maar ik aarzel even. Dit dipmoment ken ik inmiddels, dat slaat soms toe in zo’n intensieve week. Aan het einde van de pauze vertrouw ik er weer op dat ik ze enthousiast kan maken door vanuit mijn eigen fascinatie te werken.

De middag levert originele monologen op: een filosofische, gedetineerde bezem, een in de steek gelaten tandenborstel en een affaire tussen een vuilnisbak en een appel.

Presentatie, vergadering, even een uurtje in de bediening meelopen van het restaurant, eten en brainstormen met ons team. We hebben een leuk plan: we gaan vanuit hetzelfde stuk naar een presentatie toewerken. Over Ifigeneia die geofferd wordt voor wind tijdens de Trojaanse Oorlog.

Woensdag

Ik maak een scène waarbij de spelers Anna Maria Koekoek spelen, maar dan met een wrange afloop: wie wint, wordt Ifigeneia. Het spel winnen betekent dus dat je uiteindelijk geofferd wordt. Tussendoor leg ik aan een jongen uit wat associatief theater maken is. Om half twaalf verzinnen we nog een scènevolgorde en dan, hup met een voldaan gevoel naar bed!

Donderdag

Vandaag gaan we al het materiaal aanscherpen en aan elkaar monteren in de grote theatertent. Misschien gebruiken we een van de solo’s voor het eindbeeld: Ifigeneia die een denkbeeldig veertje opvangt en dan de wind die aanzwelt. Ben benieuwd!

Vrijdag 29 juli

Wauw! Het is een prachtige voorstelling geworden. Het publiek was enthousiast en ontroerd. Ifigeneia gaat waarschijnlijk op het TTLfestival in het Rozentheater in Amsterdam spelen! Dat is zo uniek aan Buitenkunst: in twee dagen samen iets kunnen maken wat zó’n intensiteit heeft. Je bouwt in een week echt iets met elkaar op.

Vandaag lekker rustig programma. Morgen begint de nieuwe week, met nieuwe collega’s en nieuwe jongeren. Ben eigenlijk nog best fit.