Spel zonder grenzen: laat die euro's rollen

Wie redt wie in het Spel zonder Grenzen rond de euro? De miljarden rollen, nu weer 35 miljard euro overheidsgaranties voor de Europese Centrale Bank. In het euro-kasboek staan steeds meer namen, afkortingen en bedragen. Maar wat wordt ermee bedoeld? Volg het spoor terug...

U loopt op straat een bedelaar tegen het lijf. Een bekende. U heeft hem al eerder wat toegestopt. Hij vraagt weer geld. Hier, alsjeblieft een euro. Dan ziet u een man in een streepjespak naderen, kennelijk een bankmeneer. U zegt: geef jij ook wat, jij kan ’t missen. De bankmeneer zegt: „Ik heb hem vorige maand al geld geleend, dat moet-ie nog terugbetalen. Beloofd is beloofd. Maar ik mats ’m. Ik verleng de looptijd van zijn schuld.”

En net als u wilt zeggen: ‘fideel, kerel’ zegt hij: „Maar wil jij voor een stukje garant staan voor die terugbetaling. Dat kan toch wel, hé?”

Terwijl u naar huis loopt, kijkt u in uw portemonnee. Wie heeft een bijdrage geleverd, voor hoeveel en hoe? U heeft een euro betaald en de bankmeneer een garantie gegeven. De bankmeneer heeft niks betaald, maar wel een garantie gekregen.

Vertaal dit naar Europa, Griekenland en de brief daarover afgelopen week van minister De Jager (Financiën). U legt, samen met de burgers van de eurolanden, 34 miljard euro op tafel voor de financiering van de tekorten van Griekenland. Verder komen de euroburgers met 20 miljard euro op de proppen als kapitaalinjectie voor Griekse banken, die op de fles dreigen te gaan als hun bezittingen met Griekse staatsobligaties in waarde kelderen. In de meest recente financiële stresstest zagen ze al wat pips.

De euroburgers strooien ook met 20 miljard euro om bestaande Griekse obligaties op de markt op te kopen. Die schulden zijn nu in handen van bijvoorbeeld banken, pensioenfondsen en speculanten. Leveren de verkopers een bijdrage aan de Griekse redding? Nee. Zij betalen niks, zij kríjgen geld. Wie weet wat zij ooit betaald hebben voor die schulden? Misschien maken zij er wel winst op.

De koers van deze obligaties is zo laag, dat de Europese regeringsleiders denken dat zij met 20 miljard voor wel 33 miljard obligaties kunnen kopen. Mooi. Met dat bedrag daalt de Griekse schuldenlast. In hun onnavolgbare goeiigheid noemen de euroleiders dat verschil van 13 miljard (voor 33 kopen, maar 20 betalen) een verlies en een bijdrage van de private sector aan de Griekse reddingsactie. Is dat wel zo? Ten eerste: niemand weet of de verkopers hier verlies maken. Ten tweede: als zij al verlies maken, is dat gewoon de laatste stap in een slechte investering. Geen bijdrage.

En de bankmeneren? Die worden gespekt. De euroburgers stellen 17 miljard euro beschikbaar, zodat de bankmeneren Griekse schulden voor een bedrag van 51 miljard willen verlengen. Ook de bankmeneren leggen geen nieuw geld op tafel. Integendeel, zij verhogen de kans op Griekse terugbetaling, net als bij uw bedelaar. Tussen 2014 en 2020 stellen de euroburgers nog eens 18 miljard beschikbaar aan garanties voor de bankmeneren. Om de looptijd te verlengen van obligaties ter waarde van 74 miljard euro.

Resumerend is de tussenstand: 91 miljard voor de euroburgers in de vorm van garanties en directe bijdragen. Nul euro, maar wel een mogelijk verlies voor de private sector. En nul euro voor de bankmeneren, maar wel een schuldverlenging. Tot de volgende aflevering van Spel zonder Grenzen.

Menno Tamminga

Schinkel & Tamminga gaan met vakantie. Hun column zal weer verschijnen op 3 september.