Philips kijkt mee over de schouder van de dokter

Philips Healthcare, de medische tak, is nu veruit de grootste divisie van het elektronicaconcern. De samenwerking met ziekenhuizen is innig en intensief, maar voor sommigen te commercieel.

Renée Postma

Wie op de foto moet in een ziekenhuis krijgt hoogstwaarschijnlijk met Philips te maken. In heel veel ziekenhuizen staat het beeldmerk van de multinational op de CT-scanner, de MRI-scanner, de echograaf of het röntgenapparaat. Maar niet overal, want het Duitse Siemens en het Amerikaanse General Electric (GE) concurreren stevig mee op de markt van de medische technologie.

In het Maasziekenhuis in Boxmeer doet de concurrentie niet mee. Daar heeft bestuurder Ruud Verreussel het lot van het ziekenhuis voor tien jaar verbonden aan Philips alleen. Het bedrijf heeft alle beeldapparatuur geleverd voor het gloednieuwe ziekenhuis langs de A77, niet ver van de Duitse grens. Het zorgt voor de training van laboranten en specialisten die ermee werken en houdt de apparatuur up-to-date.

In de splinternieuwe CT-ruimte op de begane grond wordt een oudere patiënt stukje bij beetje het apparaat ingeschoven. Volautomatisch. Een geautomatiseerde stem legt uit wat er gebeurt. De machine zoekt en meet net zo lang totdat de contrastvloeistof op de juiste plaats is aangekomen en de juiste beelden biedt.

Drie laboranten volgen de beelden vanachter het glas op hun computers. Langzaam komen de nieren van de patiënt in beeld. Ze worden bekeken op eventuele verdikkingen. Kris Roode kijkt over de schouders mee. Hij weet precies wat er gebeurt; hij was zelf ooit laborant. Nu moet de Philips-man ervoor zorgen dat het beeld van de scan voldoende gedetailleerd en scherp is. Hij hoort bij het unieke contract dat het streekziekenhuis met Philips Healthcare heeft afgesloten, en komt regelmatig langs.

Boxmeer is een show-case voor de manier waarop Philips zich op de sterk veranderende markt van de gezondheidszorg wil manifesteren. Het bedrijf kan laten zien wat het allemaal in huis heeft, tegen van tevoren vastgelegde kosten, legt directeur Harry Lassche van Philips Healthcare Solutions uit. Van het apparaat zelf tot het onderhoud, van de training tot de logistiek die bepaalt waar het apparaat het best kan worden opgesteld.

Het project in het Maasziekenhuis loopt sinds april van dit jaar. Ziekenhuisbestuurder Verreussel is voorlopig heel tevreden met het contract. De medische technologie die Philips levert vergroot de diagnostische mogelijkheden van zijn streekziekenhuis, en hij weet precies wat hij daar tien jaar lang op zijn begroting voor moet uittrekken. Maar, zegt hij, de tijd moet leren of Philips ook op termijn aan alle verwachtingen kan blijven voldoen. Of de serviceman op tijd blijft komen? Of de beloofde innovatie inderdaad wordt geleverd? Ook als het moederconcern opnieuw zal moeten bezuinigen (zie inzet). De samenwerking zal jaarlijks tegen het licht worden gehouden.

Gezondheidszorg is wereldwijd een groeimarkt. Veel westerse landen zoals de Verenigde Staten, Nederland en Groot-Brittannië zijn bezig hun gezondheidszorg opnieuw in te richten. De markt zoekt naar technische en logistieke oplossingen om de vergrijzing betaalbaar te houden. Tegelijkertijd is er in opkomende economieën als China, India en Rusland een nieuwe middenklasse aan het ontstaan die bereid is te betalen voor goede moderne gezondheidszorg.

Daarom zet Philips zijn kaarten steeds meer op de divisie Healthcare. De gezondheidstak maakt inmiddels 40 procent uit van de bedrijfsactiviteiten van het concern, dat verder bestaat uit een krimpende divisie Consumer Lifestyle (consumentenelektronica, 26 procent), en een recent weer iets groeiende divisie Lighting (licht, 34 procent). Healthcare groeide in het afgelopen tweede kwartaal met zo’n 8 procent. Er werken wereldwijd ruim 36.000 mensen.

Healthcare wordt vanuit de VS gerund, door de Amerikaan Steve Rusckowski, die in 2001 bij Philips binnenkwam toen het de Healthcare Solutions Group van Agilent overnam. Hij staat voor de vlucht die de medische divisie sinds het begin van deze eeuw heeft genomen. De groei is tot stand gekomen door een ruim budget voor onderzoek en ontwikkeling (8 procent van de jaaromzet van 8 miljard euro), maar vooral ook door het opkopen van bedrijven en bedrijfjes over de hele wereld.

De eerste activiteiten van Philips op medisch gebied dateren al van ver in de vorige eeuw, toen met een combinatie van licht en microscopie de eerste medische beelden werden gemaakt. Maar dat speelde zich nog af in de marge van het bedrijf. Zelfs toen in de jaren tachtig van de vorige eeuw de eerste CT-scanners en vervolgens ook de MRI-scanners op de markt kwamen, bleef de medische sector lange tijd een ondergeschikte rol spelen binnen het elektronicaconcern.

Rusckowski vertelt over de telefoon vanuit de VS dat het belangrijkste deel van zijn bedrijf nog steeds in medische beelden doet, in ‘imaging’ (35 procent). Een steeds groter deel draait tegenwoordig ook om diensten die met de apparatuur te maken hebben (25 procent), zoals in het contract met het ziekenhuis in Boxmeer. Daarnaast richt Healthcare zich in toenemende mate op technologie die patiënten thuis kunnen gebruiken (15 procent), zoals beademing- en alarmsystemen, zodat ze geen dure ziekenhuisbedden hoeven te bezetten. En op apparaten die de patiënt in de gaten houden, zowel binnen het ziekenhuis als daarbuiten. ‘Patient care’ is goed voor 25 procent van de omzet. Rusckowski noemt het e-ICU-programma als voorbeeld. Dat maakt het mogelijk om op afstand intensivecarepatiënten in de gaten te houden en te behandelen. Vanuit een centrale plek kunnen hiermee intensive care-units op verschillende plaatsen tegelijk worden begeleid, wat veel personeelskosten scheelt. Het is volgens Rusckowski een methode die met name geschikt is voor kleinere ziekenhuizen op het platteland die hierdoor een eigen intensive care kunnen handhaven.

Healthcare is op zoek naar bedrijven die een aanvulling zijn op wat Philips al doet en tegelijkertijd nieuwe markten kunnen openen. Zoals Goldway, het op een na grootste bedrijf in China op het gebied van patient monitoring, dat in 2008 werd aangekocht. Daarmee verwierf Philips Healthcare niet alleen een belangrijk stuk van de Chinese markt, maar kreeg het ook een product in handen dat door zijn lage kostprijs heel geschikt is voor export naar landen als India en Brazilië. Rusckowski: „Onze strategie is er deels op gericht om laaggeprijsde producten in nieuwe markten te ontwikkelen, produceren en verkopen.”

Critici vinden dat Philips Healthcare zich te sterk op de markt richt. „Je moet in de gezondheidszorg oog hebben voor de lange termijn, en dat botst met het commerciële verlangen naar snelle successen voor een hoge omzet”, zegt Peter Luijten, hoogleraar functionele medische beeldvorming aan het universitair ziekenhuis van Utrecht (UMC). Hij werkt nauw samen met Philips en heeft er zelf ruim twintig jaar gewerkt, toen Healthcare nog ‘Medical Systems’ heette. In de tijd dat onderzoekers in hun eigen hoekje van het bedrijf ongestoord hun gang konden gaan.

In het UMC experimenteert Healthcare nu met een supersterke MRI-scanner (de 7-Tesla) die zo diep en nauwgezet in de mens kan kijken dat mogelijke ziektes al in een heel vroegtijdig stadium kunnen worden opgespoord, en behandeld. De samenwerking verloopt soepel. Het is gelukkig geen „contract-research” waarbij Philips iets verzint en de wetenschappers van het UMC dat klakkeloos moeten uitvoeren, stelt Luijten. De twee partijen weten elkaar makkelijk te vinden, de lijnen zijn kort.

Maar Luijten vraagt zich af of dat zo zal blijven. Hij vindt dat Philips Healthcare te „Amerikaans” is geworden, te veel gericht op de korte termijn, met te veel verloop binnen het bedrijf zodat de persoonlijke contacten verloren dreigen te gaan. „Als je innovatieve producten in de gezondheidszorg positioneert als bulk, kom je in de problemen.” Het marktdenken mag onderzoek en innovatie niet in de weg staan, vindt hij.

Het is niet zwart-wit. Op dit moment werken UMC en Philips ook samen aan wat mogelijk een doorbraak kan zijn in de oncologie: een combinatie van radiotherapie en MRI-scanning die bestraling steeds nauwkeuriger maakt. Op het niveau van de werkvloer weten de partijen elkaar goed te vinden, maar Luijten heeft het gevoel dat de leiding ieder moment op de rem kan gaan staan. Hij verlangt naar „rust in de tent”.

Siemens doet dat heel anders, stelt Luijten. „Door vast te houden aan hun eigen, Duitse stijl is Siemens marktleider in de VS. Het is meer een ingenieursbedrijf gebleven dan Philips en weet dat commercieel goed uit te buiten.”

Snel innoveren is cruciaal voor een groot concern als Philips, denkt ook marktanalist Ko Zuiderweg van Delta Lloyd. Concurreren met bestaande producten leidt tot meer prijsdruk. „Om onder die prijsdruk uit te komen moeten grote spelers snel innoveren.” Niet alleen door nieuwe bedrijven aan te kopen, maar ook door zelf op tijd nieuwe producten te ontwikkelen.