Pantserwagens weer bij grens Kosovo

Het noorden van Kosovo staat nog steeds onder invloed van Servië. Europa houdt met zachte drang de dialoog gaande. Volgens Kosovo is de EU echter veel te voorzichtig.

A Kosovo Serb woman holds a flower in front of Slovenia's KFOR soldiers in the village of Rudare near Zvecan July 29, 2011. NATO troops in Kosovo returned to their barracks on Friday after ethnic Serbs blocked them from reaching peacekeepers deployed at border posts with Serbia to halt violence provoked by a customs dispute. Hundreds of ethnic Serb civilians blocked two main roads in northern Kosovo leading to Serbia with trucks, trailers, logs and car tyres stalling all traffic to and from the border. REUTERS/Marko Djurica (KOSOVO - Tags: CIVIL UNREST POLITICS MILITARY) REUTERS

De scène aan de grens tussen Servië en Kosovo woensdagavond was tekenend. Terwijl een groep agressieve Serviërs met stokken en wapens brand kwam stichten, dook de EU-politie in de auto en reed hard weg. NAVO-troepen moesten aantreden om de orde te herstellen.

De spanningen tussen Servië en Kosovo zijn een belangrijke test voor het buitenlandbeleid van de EU en daarmee ook voor Catherine Ashton, de Hoge Vertegenwoordiger voor het Europees buitenlands beleid. Tijdens de oorlogen in voormalig Joegoslavië (Bosnië-Herzegovina, Kroatië, Kosovo) is de EU er voortdurend van beschuldigd te verdeeld en te besluiteloos te zijn. Steeds kwam het aan op de NAVO, onder aanvoering van de VS, om geweld met geweld de kop in te drukken en de vechtende partijen tot onderhandelingen te dwingen.

Het streven is al jaren om de rol van de NAVO, Verenigde Naties en VS in voormalig Joegoslavië af te bouwen en de EU het voortouw te laten nemen in ‘haar achtertuin’. Dat is tot nu toe slechts een matig succes. De EU slaagt er bijvoorbeeld niet echt in om de etnische partijen in Bosnië-Herzegovina nader tot elkaar te brengen en het verdeelde land tot een geheel te smeden.

Tot een week geleden leek het in Kosovo iets beter te gaan. Onder druk van de EU onderhandelen de Kosovaarse en Servische regering sinds begin dit jaar met elkaar. De gedachte is dat Servië en Kosovo eerst proberen onder leiding van EU-bemiddelaar Robert Cooper zoveel mogelijk ‘technische’ vraagstukken op te lossen, zoals de stroomvoorziening en diploma-erkenning. Beide landen kunnen dan beter functioneren en zo wordt langzaam het onderlinge contact opgebouwd. Aldus moet worden voorkomen dat Kosovo uitgroeit tot een bevroren conflict, zoals in EU-lidstaat Cyprus, waar al sinds 1964 een VN-vredesmacht actief is tussen het Griekse en het Turkse deel.

De 27 EU-lidstaten zijn onderling verdeeld over de onafhankelijkheid van Kosovo. Vijf van de 27, waaronder Griekenland en Spanje, erkennen Kosovo niet als land. Dat nadeel is ook een voordeel. Door de verdeeldheid is de EU formeel ‘statusneutraal’ en daarmee ook voor Servië aanvaardbaar als bemiddelaar. Doordat de EU in tegenstelling tot de VS geen kant kiest, vinden de Albanese Kosovaren echter dat de opbouw van hun staat wordt vertraagd.

Erkenning van de onafhankelijkheid van Kosovo kan en wil de EU niet van Servië eisen. Wel hoopt de Europese Commissie te bereiken dat Servië zijn actieve verzet daartegen staakt en stilzwijgend accepteert dat Kosovo een buurland is waarmee nu eenmaal betrekkingen moeten worden onderhouden. De EU heeft als belangrijkste drukmiddel de wens van beide landen om lid te worden van de unie. Dit najaar moet worden besloten over de Servische aanvraag voor kandidaatlidmaatschap. De Serviërs hopen, zeker nu ze Ratko Mladic en Goran Hadzic hebben uitgeleverd aan het Joegoslaviëtribunaal, een datum voor het begin van de toetredingsonderhandelingen te krijgen.

Het geweld deze week is een forse stap terug. De Kosovaarse regering in Pristina, geïrriteerd omdat de EU-missie in Kosovo niet meehielp bij het handhaven van een verbod op import vanuit Servië, nam het heft in eigen handen en bezette twee grensposten. Lokale Serviërs, die de grens niet erkennen, reageerden met geweld. De Servische regering wil voorkomen dat de Kosovaarse regering nu met geweld en hulp van de NAVO haar zeggenschap over het noorden van het land uitbreidt en daarmee een voorschot neemt op de verdere onderhandelingen.

Catherine Ashton en Europese ministers van Buitenlandse Zaken proberen te sussen en neutraal te blijven, en veroordelen al het geweld. Op dit moment lijkt de NAVO-commandant in Kosovo echter de belangrijkste internationale onderhandelaar. De Servische minister van Buitenlandse Zaken probeert ondertussen zijn gelijk te halen bij de Veiligheidsraad van de VN, omdat ook de resolutie (1244) waarmee Kosovo een soort VN-protectoraat werd, nog van kracht is.

Dit weekend vliegt EU-bemiddelaar Robert Cooper in. Dan spant het erom of de EU erin slaagt beide partijen weer met elkaar om tafel te krijgen en verder te bouwen op wat al was bereikt. Het alternatief is dat met geweld de toon wordt gezet en de onderhandelingen weer van voor af aan moeten beginnen.