Oog in het zeil

SPORTWETENSCHAP De echte topzeilers vinden altijd de juiste route langs de boeien. Hoe doen ze dat? Een gecombineerde infraroodbril en -camera laat zien hoe de toppers kijken.

Michiel van Nieuwstadt

Topzeilcoach Jaap Zielhuis is zijn leven lang voorbij gevaren door zeilers met een neus voor de wind. Op de een of andere manier kozen zij altijd de juiste route over de door boeien op het water gemarkeerde wedstrijdbaan. “Bij de start liggen er honderd boten naast elkaar en het zijn altijd dezelfden die van voren zitten”, zegt Zielhuis. “De absolute toppers zien of voelen gewoon waar de wind zit. Maar als je vraagt ‘hoe doe je dat nou?’, dan kunnen ze het niet uitleggen. Of ze nu ingenieur zijn of de mavo niet hebben afgemaakt. Het heeft iets magisch.”

Met een gecombineerde infraroodbril en -camera die heel precies bepaalt waar zeilers kijken, proberen Zielhuis en VU-promovendus Joost Pluijms nu voor het eerst grip te krijgen op het waarnemingsvermogen van zeilers in de buitencategorie. Pluijms gebruikt de bril, een zogeheten mobile eye, voor een vergelijking van het kijkgedrag van veelbelovende maar relatief onervaren laserzeilers met dat van de absolute top in Nederland. Hij ontdekte dat topzeilers hun blik meer dan 70 procent van de tijd buiten de boot richten. Relatief rustig en langdurig, minstens 300 milliseconden, kijken zij naar hetgeen de aandacht vraagt – de rimpeling van een vlaag op het water, een gunstige golf bij een bovenboei of de koers van concurrerende boten.

In tal van andere takken van sport heeft toepassing van de mobile eye nieuw inzicht opgeleverd. Topvolleyballers en -badmintonners blijken de cruciale informatie over de baan van de bal en de shuttle al vroeg af te lezen uit details in de lichaamshouding van hun tegenstanders. Ook topkeepers die een strafschop of strafcorner stoppen, kijken op een heel specifieke manier. De blik van de succesvolste voetbalkeepers beweegt zich volgens een vaste weg omlaag over het lichaam van de strafschopnemer: eerst de romp, dan de heupen en tenslotte naar de benen en plaatsing van het standbeen. Als dat is neergezet kiezen zij een hoek. Dat kwam naar voren uit experimenten onder leiding van Pluijms’ promotor, hoogleraar bewegingswetenschappen Geert Savelsbergh (International Journal of Sport Psychology, 2009).

“We weten allang dat topsporters motorisch superieur zijn aan hun concurrenten”, zegt Savelsbergh. “Ook het kijkgedrag is cruciaal. De prestaties van sporters kunnen worden verbeterd door hun aandacht op de goede manier te verleggen.”

Basketballers

Als voorbeeld noemt Savelsbergh jonge cricketers. Als zij bij het slaan van de bal gedwongen werden om hun aandacht te richten op de pols van de werper (doordat ze de kleur van zijn polsbandje moesten roepen) verbeterden hun slagprestaties. En basketballers die door een bril met tijdelijk afsluitbare glazen pas vlak voor hun schot naar de basket konden kijken verbeterden hun schotpercentages tien procent meer dan basketballers die een conventionele training ondergingen (Journal of Experimental Psychology, 2009).

De mobile eye is een uit de kluiten gewassen sportbril met een camera, een kastje met opnameapparatuur en een spiegel die licht van drie infraroodlampjes via de pupil bij het oog van de sporter naar binnen kaatst. Na calibratie valt uit de weerkaatsing van het licht via het hoornvlies precies af te lezen waar hij of zij naar kijkt. Op video-opnamen is de focus van het blikveld zichtbaar als een rood kruisje dat doet denken aan het vizier van een geweer.

Pluijms demonstreert de werking van de mobile eye op zijn met zeilposters behangen werkkamer. “Let op”, zegt hij. “Nu kijk ik naar de middelste foto.” Op het computerscherm staat het rode kruisje een fractie vlak onder de bedoelde lijst. Een kleine bijstelling lost het probleem op.

In voorbereiding op de Olympische Spelen, volgend jaar in Londen, hoopt Zielhuis de metingen van Pluijms te gebruiken om talentvolle zeilers te instrueren. Eén van zijn jonge zeilers vaart doorgaans goed, maar is het gedurende de wedstrijd vaak ook een minuut of tien helemaal kwijt. Hij heeft dan de slag gemist. Pluijms’ eerste meetresultaten laten zien dat de blik van deze zeiler soms wel 70 procent van de tijd gericht is op zaken binnen de boot – zijn zeilstand bijvoorbeeld of de tell tales, lijntjes aan de binnenkant van het zeil die verraden hoe de wind erlangs beweegt. Zielhuis: “Als wij een zeiler razendsnel de baan rond zien gaan terwijl hij voortdurend naar de andere boten kijkt en een ander – die 70 procent van de tijd naar zijn vaantje tuurt – dan weten wij wel hoe het zit. Daar kunnen we een zeiler mee confronteren: waar zit je naar te kijken. Wat heb jij binnen de boot te zoeken, terwijl je concurrent de hele tijd de horizon afspeurt op zoek naar wind.”

Rimpelingen

Pluijms richt zich nu op het ronden van de bovenboei in een kruisrak. Zeilers bereiken zo’n boei tegen de wind in laverend, draaien eromheen en moeten vervolgens een voor de windse koers kiezen die hen zo snel mogelijk bij de volgende boei brengt. De snelste weg is hier niet altijd de kortste.

Laverend op weg naar de bovenboei speuren topzeilers al het water af. Ze weten immers dat ze ditzelfde gebied straks moeten bezeilen met de wind van achteren. Ze zijn op zoek naar rimpelingen in het water die verraden waar de wind het sterkst is. Dat bepaalt welke koers je moet kiezen nadat je een boei hebt gerond. Wie goed kiest beschikt over de befaamde ‘neus voor de wind’.

Zielhuis: “Hoe topzeilers precies naar vlagen kijken moeten we nog achterhalen. Kijken ze een paar seconden lang naar dezelfde plek, zodat ze een inschatting kunnen maken van de snelheid waarmee een vlaag over het water gaat? Met als risico dat je je boot of de rest van het veld uit het oog verliest? Of kijken ze een paar keer en slaan ze de informatie tussentijds op om een inschatting van de snelheid te maken?”

Pluijms laat videobeelden zien die de hectiek van een boeironding overbrengen. Allerlei lijntjes worden losgegooid en met hun lichaam laten de zeilers hun boten overhellen in de richting van de wind. Het is dringen geblazen. Intussen schiet het rode kruis in het vizier van de zeiler met de mobile eye druk op en neer: van boei, naar golf, en weer terug, hup even naar een andere boot, naar het zeil en dan weer terug naar de boei.

Pluijms: “Bij sommige zeilers is het onmogelijk om langer dan een minuut naar dit soort beelden te blijven kijken. Je wordt er helemaal draaierig van. Bij goede zeilers is het beeld rustiger. Daarbij helpt natuurlijk dat zij minder aandacht nodig hebben voor hun boot en tuigage.”

Serge Kats, ex-topzeiler en manager van het Haagse InnoSportLab Zeilen, is de eerste die Pluijms met de mobile eye heeft gemeten: “Hij is zó rustig, dat is ongelooflijk, alsof je naar een opname van een open haard zit te kijken.”