Oliewinst verdwijnt in peperdure productie

De hoge olieprijs helpt de westerse energieconcerns. Maar ze moeten erg veel investeren om de productie op peil te houden.

Olieprijzen hoog, westerse oliemaatschappijen opgelucht. Het Brits-Nederlandse Shell presenteerde eerder deze week een bijna-recordwinst over het tweede kwartaal van dit jaar, van 6,6 miljard dollar (4,9 miljard euro). Het was de hoogste kwartaalwinst sinds 2008, toen de olieprijzen piekten op 147 dollar per vat. Ook de Amerikaanse concurrenten ExxonMobil en Chevron presenteerden hoge winstcijfers – respectievelijk 10,3 en 7,7 miljard dollar. Ze hebben het geld hard nodig.

De productie van veel bestaande olie- en gasvelden loopt terug. De concerns moeten tientallen miljarden investeren in nieuwe projecten om de productie op peil te houden, laat staan te verhogen. Maar tegelijk krijgen ze moeilijker toegang tot de resterende, nog makkelijk winbare olie- en gasvelden in landen als Saoedi-Arabië, Rusland en Brazilië. Daar hebben staatsbedrijven de natuurlijke bronnen stevig in handen. Dus moeten ze uitwijken naar lastigere gebieden – de diepzeeën, het Arctisch gebied, teerzanden. En daar is winning duur.

„De tijd van goedkope olie en gas is voorbij”, zei topman Peter Voser van Shell deze week. Het bedrijf gaat tot 2014 maar liefst 100 miljard dollar investeren in nieuwe projecten. Het wil de productie daarmee verhogen tot 3,7 miljoen vaten olie-equivalent per dag (gas is hierbij omgerekend tot de energiewaarde van olie). Hoe lastig dat zal worden, bleek deze week. De olie- en gasproductie in het tweede kwartaal liep met 1 procent terug naar 3 miljoen vaten olie-equivalent, terwijl Shell over het hele jaar juist wil uitkomen op een gemiddelde van circa 3,3 miljoen vaten per dag. Het heeft weliswaar afgelopen maanden drie nieuwe grote projecten in bedrijf gebracht – twee in Qatar, één in Canada – die in de loop van het jaar nog zo’n 200.000 vaten aan de productie zullen toevoegen. Maar daarmee komt Shell niet uit op een jaargemiddelde van 3,3 miljoen. Zal het concern zijn doel gaan halen?

Bij ExxonMobil groeide de productie het afgelopen jaar harder, maar dat is vooral te danken aan de grote overname van het Amerikaanse gasbedrijf XTO, voor 40 miljard dollar. Dat is niet de weg die Shell bij voorbaat kiest. Het zet zijn geld liever op grote, technisch uitdagende projecten.

Een nog drastischere oplossing heeft het Amerikaanse ConocoPhillips twee weken geleden bedacht. Het kondigde aan zich begin volgend jaar te gaan opsplitsen in twee bedrijven. Het wil de snelgroeiende divisie die nieuwe olie- en gasvelden zoekt en leegpompt, loskoppelen van de raffinaderijen en tankstations, die het juist lastig hebben.

Analisten pleitten deze week voor een soortgelijke oplossing bij het Britse BP, dat na de olieramp in de Golf van Mexico worstelt met het herstellen van de winst. Ook is de productie gezakt met 11 procent, naar 3,4 miljoen vaten olie-equivalent. Maar BP heeft laten weten niet de route van ConocoPhillips te zullen volgen. Net als Shell en ExxonMobil. Ze zien meer toegevoegde waarde in een geïntegreerd bedrijf dat in de hele keten actief is.

Ondanks de miljardenwinsten bij de olieconcerns, reageerden beleggers lauw. Ze hadden betere resultaten verwacht. Bij ExxonMobil viel bijvoorbeeld de olie- en gasproductie tegen. Bij Shell ook. BP stelde het meest teleur. Bij alledrie zakte de beurskoers de afgelopen dagen, met in totaal 3 (Shell), 4 (ExxonMobil) en 5 procent (BP).