Nationaal belang dwingt tot integratie

Het reddingsplan voor Griekenland leverde niet de verhoopte rust op. Voorzitter van de Europese Raad Herman Van Rompuy is verbaasd over de reactie van de markt.

De staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten van de eurozone zijn vorige week bijeengekomen in Brussel. Wij hadden twee doelstellingen voor ogen: het veiligstellen van de financiering van het programma voor Griekenland en het verbeteren van de houdbaarheid van de Griekse schuld, en voorts het herstellen van het vertrouwen van de markten in de overheidsschuld in euro’s. Wij hebben belangrijke beslissingen genomen voor de toekomst van Griekenland en voor de gehele eurozone. Het was misschien wel de eerste keer dat we alle aspecten van de schuldencrisis in de eurozone hebben besproken.

De laatste dagen is evenwel een aantal misverstanden gerezen. Sommige daarvan zijn te wijten aan de complexiteit van deze problematiek. Andere hebben te maken met de parlementaire behandeling in bepaalde lidstaten. Nog weer andere vinden zelfs hun oorsprong in posities die op de markten zijn ingenomen. Het lijkt mij nuttig een aantal misverstanden uit de weg te ruimen.

Ons doel was de problemen in verband met de houdbaarheid van de Griekse overheidsschuld aan te pakken. Hoewel de laatste evaluatie door het IMF, de ECB en de Europese Commissie de conclusie had opgeleverd dat deze schuld houdbaar is, hebben wij toch besloten de schuldenlast te verlichten, met de volgende bedoeling:

in de eerste plaats zorgen wij voor aanvullende financiering om het programma voor Griekenland tot 2014 te ondersteunen;

ten tweede hebben wij het rentetarief op de publieke middelen die wij aan Griekenland uitlenen verlaagd tot dicht bij onze financieringskosten en hebben wij de looptijden van deze leningen verlengd van de huidige 5 jaar tot minimaal 15 jaar en zelfs tot 30 jaar, met een aflossingsvrije periode van 10 jaar.

ten derde hebben wij overeenstemming bereikt over en onze steun uitgesproken voor vrijwillige betrokkenheid van particuliere obligatiehouders, zulks met betrekking tot de obligatieleningen die tussen nu en 2020 vervallen.

Toegegeven, de Griekse overheidsschuld blijft hoog, maar is al veel minder uitzonderlijk wanneer men deze vergelijkt met de schuld van bijvoorbeeld Japan, die meer dan 225% van het bbp bedraagt. Alles bijeen zullen deze beslissingen evenwel de financiële behoeften van Griekenland tot 2020 drastisch verminderen en het land de nodige tijd geven om te komen tot herstel van de groei en om opnieuw toegang te krijgen tot de financiële markten. Voorts stelt de Commissie samen met de Europese Investerings Bank de kredieten vroeger ter beschikking (frontloading) en ligt het zwaartepunt van onze bijstand op het groeigerichter maken van de Griekse economie. In België hebben mijn voorgangers en ikzelf de schuldenlast kunnen terugdringen van meer dan 130 procent in 1992 tot ongeveer 85 procent in 2007. Het is dus mogelijk. Twee voorwaarden moeten evenwel worden vervuld: verspilling in de economie moet worden geëlimineerd en groei moet mogelijk worden gemaakt. Indien de onlangs op het Griekse parlement aangenomen wetten worden uitgevoerd en onze technische bijstand en investeringssteun de verwachte resultaten opleveren, denk ik dat er een meer dan goede kans is dat Griekenland erbovenop komt.

Wij wilden een einde maken aan de speculaties over de schulden elders in de eurozone. Daartoe hebben wij twee initiatieven genomen:

Ten eerste hebben wij er geen enkele twijfel over laten bestaan dat de betrokkenheid van de particuliere sector een eenmalig karakter heeft. Wij begrijpen dat de markten altijd bevreesd zijn voor eenzijdige wijzigingen van de voorwaarden, zelfs als deze vrijwillig zijn, zoals nu het geval is met de particuliere schuldeisers die akkoord gaan met een zekere verlichting van de Griekse schuldenlast. In andere gevallen zal geen beroep worden gedaan op de particuliere sector.

Ten tweede hebben wij besloten ons instrumentarium te verfijnen en uit te breiden.

Teneinde te voorkomen dat gezonde economieën van de eurozone in financieringsmoeilijkheden komen door onvoorspelbare marktsentimenten, hebben wij besloten het noodfonds EFSF en zijn opvolger, het ESM, toe te staan voorzorgsmaatregelen te treffen en daarbij zonodig te putten uit de beschikbare middelen. Voorts zijn wij bereid deze landen geld te lenen, ook indien hun banken onder druk komen te staan en bijgevolg geherkapitaliseerd moeten worden. Tot slot hebben wij besloten het EFSF en het ESM toe te staan op de secundaire markten te interveniëren in uitzonderlijke situaties. Deze nieuwe instrumenten waren aanleiding tot uitvoerige discussies onder het grote publiek en in de pers. In tegenstelling tot hetgeen sommige commentatoren hebben opgemerkt, beschikt het EFSF over voldoende middelen om deze nieuwe instrumenten op de meest efficiënte wijze te gebruiken. En de staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone hebben opnieuw bevestigd dat zij, indien er nog verdere middelen nodig zijn, alles in het werk zullen stellen om de financiële stabiliteit van de eurozone te vrijwaren.

Verscheidene landen zijn, toen zij deze moedige beslissingen namen, veel verder gegaan dan hun traditionele standpunten en breekpunten, om de eenvoudige reden dat de euro en hun eigen economie op het spel stonden. Natuurlijk zou het wenselijk zijn geweest dat deze initiatieven eerder dit jaar waren genomen. Maar het gaat om beslissingen die neerkomen op ingrijpende veranderingen in het beleidskader van de eurozone en die in een aantal landen tot legitieme debatten aanleiding geven. De uitvoeringsbesluiten zullen vanzelfsprekend in onderlinge overeenstemming worden genomen, maar telkens opnieuw hebben wij getoond dat wij bereid en in staat zijn dergelijke beslissingen te nemen. Ik heb er het volste vertrouwen in dat de nationale parlementen deze nieuwe instrumenten indien nodig snel zullen goedkeuren. Alle zullen zij hun eigen nationale belang behartigen.

Verbazingwekkend genoeg is voor een aantal lidstaten van de eurozone sinds onze laatste top lenen opnieuw duurder geworden. Ik noem dat verbazingwekkend, omdat alle fundamentele macro-economische parameters iets anders vertellen.

Het kan niet genoeg worden beklemtoond dat Griekenland zich in een unieke situatie bevindt, die niet te vergelijken is met die van de andere landen van de eurozone. Italië zal in 2011 een primair overschot genereren en zal, met het pas goedgekeurde bijkomende bezuinigingspakket, in 2014 een begroting hebben die in evenwicht is. Spanje heeft een geringe uitstaande schuld, namelijk ongeveer 70 procent – minder dan het gemiddelde van de EU en de eurozone – en heeft moedige maatregelen getroffen om zijn tekort te verminderen en de groei te stimuleren.

In al deze gevallen staat de huidige inschatting van de risico's door de markten volkomen los van de fundamentele parameters, en het is enigszins lachwekkend dat deze landen in de ranglijsten ten behoeve van kredietverzuim-swaps zijn ingedeeld in de categorie van landen met het hoogste debiteurenrisico.

Tot slot moet in gedachten worden gehouden dat dit geen crisis van de euro is. In de nasleep van de financiële crisis van 2008 worden alle ontwikkelde landen geconfronteerd met een grotere overheidsschuld. Gezien de onderlinge afhankelijkheid van deze economieën, zoals wij die in de Europese Unie als bevoorrechte waarnemers hebben kunnen vaststellen, is het in ieders belang dat elk land voor deze schuldenlast een op zijn eigen behoeften toegesneden oplossing vindt, die een rechtstreekse weerslag zal hebben op de werkgelegenheid en de groei in de komende jaren.

De economische groei trekt in Europa opnieuw aan en bedraagt in de landen van West-Europa gemiddeld 2,5 procent. De landen waarvoor momenteel leningenprogramma's lopen, zullen opnieuw groei kennen in 2012. Zodra de consumenten en het bedrijfsleven zien dat de schuldpercentages en de tekorten dalen, zal dit zorgen voor extra positieve effecten door een verbetering van het consumentenvertrouwen en een toename van de bedrijfsinvesteringen. Een win-winsituatie.

Herman Van Rompuy is voorzitter van de Europese Raad.