Moeilijk in de omgang, weinig tot geen behoefte aan contact

Niemand die hem kende zag Anders Breiviks haat jegens moslims, sociaal-democraten, de wereld. De Noorse terrorist leek vooral met zichzelf bezig. Hij wilde mooi zijn. Hij was te vrouwelijk, vond hij.

In piepkleine letters staat het op het naambordje: ‘A. Breivik’. En daarboven de naam van zijn moeder, Wenche Behring.

Op het grasveldje voor de deur staan vier rozen te verdorren in de zon. Het is een kalme straat, een rustige buurt, in deze gegoede Oslose wijk Skøyen waar Anders Breivik praktisch zijn hele jeugd heeft doorgebracht. Niemand doet open.

Mevrouw Wenche Behring heeft nog geen enkele journalist verteld wat haar gedachten zijn over haar 32-jarige zoon die vorige week 68 mensen doodschoot op het eiland Utøya, en twee bomaanslagen in het centrum van Oslo pleegde, waarbij acht doden vielen.

Breivik woonde de laatste maanden weer thuis bij zijn moeder, naar verluidt om kosten uit te sparen. Volgens de Noorse krant VG is zij nu ondergedoken, in het buitenland. Al zijn familieleden zijn inmiddels ondergedoken en onbereikbaar.

Van de buurtbewoners wil niemand praten. De enkeling die wat zegt, houdt het kort, en anoniem. Ze zagen Anders Behring Breivik (32) eigenlijk nooit. Breivik was een eenling, een kluizenaar, een spook haast. „En dat is toch raar in zo’n gemeenschap”, zegt een van hen. „We zijn hecht, iedereen kent iedereen.”

De schichtigheid van zijn omgeving draagt bij aan het mysterie rond Breivik. Wat is er gebeurd? Waarom is hij zo geworden? Waarom draagt hij zo veel haat met zich mee?

Lars Gule, een Noorse onderzoeker van het Oslo University College, wil wel wat zeggen over de chatdiscussies die hij regelmatig met Breivik had. Namelijk dat hij nooit enige indicatie heeft gezien van gewelddadig gedrag. „Hij zei nooit dat we ons moesten bewapenen voor de strijd tegen de islam. Hij zei altijd alleen maar dat we werden aangevallen.”

Met zijn vader sprak Anders Breivik nooit. Die woont in Zuid-Frankrijk en heeft zijn zoon al zestien jaar niet gezien. Maar de afgelopen week bleek vader Breivik van alle familieleden het minst geremd om over zijn zoon te spreken. Hij gaf interviews in het Frans, Noors en Engels. Hij verklaarde dat zijn zoon beter zelfmoord had kunnen plegen dan andere mensen doden. Nu vindt vader het wel genoeg. Hij wil niet meer over zijn zoon „de terrorist” spreken, meldde hij gisteren.

Het portret van Anders Breivik bestaat uit fragmenten, en vertekende indrukken. Ze komen van oude vrienden, klasgenoten, chatvrienden, een enkele korte verklaring van een familielid. En ze vermengen zich met de feiten die hij zelf vertelt, in zijn persoonlijk manifest van 1.500 pagina’s, dat hij een ‘Europese onafhankelijkheidsverklaring’ noemde.

Breivik woonde praktisch zijn hele leven in Skøyen, in het welvarende westen van Oslo, voordat hij zich terugtrok op een boerderij zo’n 160 kilometer naar het noordoosten om in het diepste geheim de laatste voorbereidingen te treffen voor de aanslagen van 22 juli. Hij kwam in Skøyen wonen in 1980, één jaar oud, samen met zijn moeder en halfzus, nadat zijn ouders waren gescheiden.

Een vriend uit zijn kindertijd zei tegen de Noorse krant Dagbladet dat het altijd gezellig was bij Breivik thuis. Breivik was een aardige, wat stille jongen, die aan het einde van de basisschool veel werd gepest. Dat zeggen enkele vrienden. Het zou een verklaring kunnen vormen voor zijn latere sportschoolhobby. Breivik wilde groot en sterk worden.

Hij was graag op zichzelf, als kind al. Lina Engelsrud, die hem kende van zijn vierde tot zijn veertiende en veel met hem optrok, vertelde dat hij een beetje kil en teruggetrokken was. „Ik had de indruk dat hij eerder alleen wilde zijn, dan dat hij werd uitgestoten door de groep. Hij was wel altijd een stoere jongen die meer durfde dan de anderen. Spugen in de kelder, plassen in de berging van de buren en met plezier mieren doden.”

Als puber trok hij veel op met een groepje liefhebbers van graffiti. Ze luisterden naar hiphopmuziek. Het pesten hield op. Een van zijn toenmalige vrienden, die ook wordt genoemd in het manifest, maakte deel uit van een jeugdbende.

In de graffitigroep zaten jongens van overal. Turken, Somaliërs, Pakistanen. Een van zijn beste vrienden was moslim, een Pakistaan die nu ondergedoken is. Politiek, zeggen die vrienden, zat Breivik toen aan de centrum-linkse kant. Zelf schrijft Breivik in zijn manifest dat zijn vrienden bij hem een interesse voor de islam hadden gewekt.

Peter Svaar, een verslaggever van de publieke omroep NRK, zat op de middenschool met Breivik in de klas, en zegt op de website van de omroep dat zijn klasgenoot toen al blijk gaf van een uitzonderlijke discipline en vastberadenheid. Hij ging elke ochtend om zes uur naar de sportschool. „Anders was iemand die een besluit kon nemen en dan maanden, jaren kon werken om zijn doel te bereiken.” Die eigenschap herkent hij in Breiviks verslag over zijn voorbereidingen op de aanslag. Negen jaar bereidde hij alles tot in detail voor.

Voor Svaar was Breivik ook een vriendelijke jongen. „Een beetje verlegen soms, en rustig. Maar trouw aan zijn vrienden.” Hij hielp klasgenoten met huiswerk. „Ik vond hem ook intelligent.”

Svaar vertelde Noorse journalisten over een zomerkamp op een eilandje aan het einde van hun laatste schooljaar, in 1994. Er werd gefeest, gebarbecued, stiekem gedronken, grappen gingen rond over leraren die zij in de loop der jaren hadden weggepest. „Het was een hechte groep. Anders was een van ons die avond.”

Wat opvalt in de fragmenten her en der in de portretten, is de periode rond zijn zestiende. Dan vallen een aantal breuken in zijn leven samen. Breivik brak met zijn hiphop- en graffitivrienden. De meesten gingen niet naar dezelfde tweede-fase middelbare school (16 tot 19 jaar) als hij. In die tijd vond ook de definitieve breuk met zijn vader plaats. Die woonde toen in Parijs. Ze zagen elkaar tot zijn twaalfde nog regelmatig, daarna – toen zijn vader wederom was gescheiden – maar af en toe.

In een interview met de Zweedse krant Expressen zegt zijn vader, Jens Breivik, dat hij nooit een goede vader-zoonrelatie heeft ontwikkeld. „We waren beiden erg gesloten.” De breuk kwam toen Breivik junior in 1995 in aanraking met de politie kwam. Hij was betrapt bij het graffitispuiten. Zijn vader zegt daarover: „Hij was moeilijk in de omgang, wilde zijn eigen weg gaan en had geen bijzonder grote behoefte om contact met mij te hebben.”

Zijn vrienden uit de graffiti- en hiphopgemeenschap zeggen in Noorse media dat ze niet precies weten waarom Breivik de band met hen plotseling verbrak. Zelf zegt hij in zijn manifest dat hij wegging omdat de groep zich bezig begon te houden met drugs en criminaliteit. Hij schrijft ook dat hij een grootheid was binnen de Noorse graffitigemeenschap en dat zijn tag (graffitisignatuur) overal in Oslo was te zien. Maar mensen uit die gemeenschap zeggen dat hij „een nobody” was.

Volgens zijn vader had Breivik in die tijd geen uitgesproken politieke opvattingen. Hooguit dat hij tegen Noorse toetreding tot de Europese Unie was. Toch moet hij politieke belangstelling hebben gehad. In 1997 sloot hij zich aan bij de jongerenorganisatie die is gelieerd aan Fremskrittspartiet, een partij die zich in de loop der jaren steeds kritischer was gaan opstellen tegen immigratie uit niet-westerse landen. Van 2002 tot 2004 zat hij in het lokale afdelingsbestuur. In 1999 werd hij ook lid van de partij zelf; daarin heeft hij echter nooit functies bekleed.

Het moet in die jaren zijn geweest dat Breivik radicaliseerde, maar dat gebeurde ongemerkt. Jøran Kallmyr, een Oslose gemeentefunctionaris en lid van Fremskrittspartiet, zegt dat hij Breivik tussen 2002 en 2003 een paar keer heeft gezien. „Hij was heel stil, verlegen haast. Maar hij heeft nooit enige radicale ideeën met ons gedeeld of ze geuit.” Kallmyr wil er niet verder over praten.

Breivik zou weinig op bijeenkomsten en vergaderingen zijn geweest, zelfs niet bij die van zijn eigen districtsbestuur, zegt de partij, die zich van hem heeft gedistantieerd. In 2006 zegde Breivik zijn lidmaatschap op, volgens hem omdat de partij voor hem te liberaal zou zijn en te veel onderdeel van het politieke establishment.

Breivik ontwikkelde in die periode een sterke interesse voor geld, kleren en uiterlijk. Hij zat uren in de sportschool. Vrienden uit die tijd zeggen dat hij spierversterkers gebruikte: anabole steroïden. Hij schrijft dat ook in zijn manifest. Hij vond zichzelf er te vrouwelijk uitzien.

Toenmalige vrienden zeggen ook – allen anoniem – dat Breivik in Verenigde Staten plastische chirurgie heeft ondergaan. Een van hen was hem jaren later in de bus tegen het lijf gelopen en trof Breivik, die zichtbaar trots was over de aanpassingen aan zijn neus, kin en voorhoofd. Feit is dat zijn gezicht in de recente zelfportretten in uniform er een stuk voller uitziet dan op de kennelijk oudere foto’s die hij van zichzelf heeft verspreid waarin hij vrijetijdskleding draagt. Hij hield van mooie kleren en mooie dingen. Hij droeg een Breitling Crosswind-horloge van zevenduizend euro.

Zijn studie bedrijfskunde liet Breivik al snel voor wat zij was. Hij ging werken bij een telecombedrijf, en besloot kort daarop voor zichzelf te beginnen. Volgens zijn manifest omdat dit de enige manier was om voldoende geld te verdienen om zijn plannen ten uitvoer te brengen. Zijn bedrijf, E-Commerce Group, dat zich bezighield met het outsourcen van IT-diensten naar het buitenland, ging in 2008 failliet. Volgens Breivik hield hij er uiteindelijk ongeveer een half miljoen euro aan over, maar als dat waar is, was dat grotendeels zwart. Uit de gegevens van de Noorse belastingdienst blijkt dat hij toen ruim 80.000 euro op de bank had staan.

Al voor het faillissement waren de feitelijke bedrijfsactiviteiten beëindigd. Breivik was zijn boek aan het schrijven. Om geld uit te sparen, zegde hij de huur van zijn appartement op en trok weer bij zijn moeder in. Het was een periode waarin hij ook fanatiek games speelde, vooral ‘World of Warcraft’. Een gamer die zich bedient van het pseudoniem Babianmannen schrijft dat hij meer dan een jaar met Breivik heeft gespeeld. Hij vond hem „heel slim, aardig en behulpzaam”.

Maar ook hier hield hij zijn radicale gedachtegoed voor zichzelf. „Natuurlijk leer je iemand niet echt kennen als je alleen online met hem omgaat”, schrijft Babianmannen, „maar dat hij zoiets vreselijks zou kunnen doen, komt onwerkelijk over.”

Zijn radicale ideeën ventileerde Breivik wel op discussiesites, anoniem. In 2009 was hij erg actief op de rechts-extremistische website document.no. Daar had onderzoeker Lars Gule geregeld chatdiscussies met hem. Gule zegt nu dat Breiviks ideeën niet extremer waren dan die van de meeste andere chatters. „Er waren veel mensen met veel sterkere meningen.”

Anders Breivik leefde niet in een isolement. Zijn stiefmoeder, Tove Øvermo, die van zijn vader scheidde op Breiviks twaalfde, onderhield daarna nog regelmatig contact met hem. Persbureau AP vertelde ze dat hij vaak sprak over een boek dat hij aan het schrijven was, hoewel hij niet zei waar het over ging. „‘Je zult het wel zien als het af is’, zei hij. Maar hij was er erg trots op.”

Tove Øvermo zag hem voor het laatst in maart, toen Breivik haar thuis opzocht, even ten zuiden van Oslo. Ook toen heeft ze niets bespeurd. Geen spanningen, gewelddadige neigingen, geen haat. „Ik heb nooit ook maar een teken gezien van het mens dat hij blijkbaar was.”