Minder Kamerleden is toch zo gek nog niet

Prof. Jurgens vindt het een potsierlijk idee van premier Rutte om het aantal leden van de Tweede Kamer te verkleinen van 150 naar 100 (Opinie, 21 juli). Jurgens heeft gelijk dat de Tweede Kamer zware en verantwoordelijke taken heeft. Dat zijn er de afgelopen jaren meer geworden. Maar we weten allemaal dat de Tweede Kamer zich regelmatig laat afleiden door de waan van de dag. Minder leden kunnen eraan bijdragen dat Kamerleden zich echt focussen op belangrijke zaken.

Bovendien valt op, dat in grotere fracties de belangrijke portefeuilles worden beheerd door maar een paar leden die ‘er toe doen’. Backbenchers mogen zich bezighouden met wat er overblijft als de hoofdprijzen zijn verdeeld. Juist de kleine fracties blijken het vaak goed te doen. De SGP, D66 en de ChristenUnie worden geroemd om hun inhoudelijke bijdragen in het debat.

Het klopt vervolgens dat de samenleving ingewikkelder is geworden. Maar veel wetgeving is verplaatst naar Brussel, naar het Europees Parlement. Nederland heeft daar nu 25 zetels en die leden doen het werk dat niet meer in Den Haag gedaan hoeft te worden. De Haagse agenda wordt, kortom, minder belast.

Jurgens wijst er tot slot op dat Kamerleden zich in het land moeten vertonen omdat ze verantwoording moeten afleggen op partijvergaderingen. Met minder leden wordt dat lastiger. Maar deze manier van werken is behoorlijk sleets. Partijen hebben steeds minder leden. Kamerleden zijn, op de belangrijkste na, nauwelijks bekend in het land. Er is vooral vraag naar de prominenten en die bedienen zich allang van televisie en interactieve nieuwe media om hun kiezers te bereiken. Met minder leden functioneert dat ook prima. Per saldo is het voorstel van de premier zo gek nog niet.

Hans van Harten

Amersfoort