'Ik pieker uren over één nootje'

Reinier Baas (26) is één van de opvallendste jonge jazz-musici van Nederland. Hij sloot het conservatorium cum laude af en is nu solist bij het Nationaal Jeugd Jazz Orkest.

Wie zijn band ‘more socially relevant jazz music’ laat spelen, kan op gefronste blikken rekenen. Sociaal relevante muziek brengen is voorzichtig gezegd een nogal ongebruikelijk streven in de jazz. Maar natuurlijk is zijn bandnaam, The More Socially Relevant Jazz Music Ensemble, meer bedoeld als ironisch statement, zegt gitarist Reinier Baas. „Jonge jazzmusici dichten zich tegenwoordig vooral een rol toe om met hun jazz een breed publiek te trekken. Natuurlijk vindt mijn band het ook urgent om jonge mensen in de zalen te krijgen. Maar de uitdaging is publiek te trekken zonder concessies te doen aan de muziek.”

Een nieuwe jazzgeneratie rammelt aan de deur. Een van de meest in het oog springende musici is Reinier Baas. De 26-jarige gitarist, die het Amsterdams Conservatorium vorig jaar afsloot met een tien, beschikt over de nodige voorwaarden om het in de jazz te kunnen redden: een keur aan ideeën, een groeiende muzikale identiteit en geloofsbrieven van leermeesters op gitaar als Jesse van Ruller en Martijn van Iterson, en saxofonist Benjamin Herman. De laatste haalde hem als solist bij het Nationaal Jeugd Jazz Orkest, waarmee Baas binnenkort te horen is op het Lowlandsfestival.

Onlangs kwam, relatief stilletjes op het label van bassist Stefan Lievestro, de cd Reinier Baas: More Socially Relevant Jazz Music uit. Daarop laat Baas breed beïnvloede moderne jazz horen. In zijn eigen ‘sociaal relevante’ jazz dient hij composities op in laagjes; op het eerste gehoor zijn ze toegankelijk – bij nadere beluistering hebben ze een diepere inhoud. Uitbundig ronkt de gitarist met vier minstens zo getalenteerde leeftijdsgenoten: de altsaxofonisten Ben van Gelder en Maarten Hogenhuis, die „full-stereo” de groovende jazzthema’s van Baas de wereld in vuren, bassist Sean Fasciani en drummer Mark Schilders.

Bewust zit er geen pianist in zijn band. Dat gegeven daagt Baas uit. „Meestal voorziet een piano in de melodie”, zegt Baas. „Dan heb je als gitarist een wat luiere rol. In deze bezetting moet ik harder werken. Zeker als de saxofoons stil zijn en ik het op gitaar met alleen bas en drums spannend moet zien te houden.”

Reinier Baas heeft zijn kleine gitaar hoog om de nek hangen. Losjes laat hij de vindingrijkste akkoorden over elkaar buitelen. Snelle grooves, maar ook open snaren – lang doorklinkende notenspetters, vallend als een waterval. Hij bestudeert de boventonen, de flageoletten. Het liefst speelt hij ‘droog’, zonder reverb, delay of ander effect.

Baas luistert als veel van zijn generatiegenoten naar allerlei soorten muziek. Van gevierde jazzgitaristen als Kurt Rosenwinkel en John Scofield en klassiek van Ravel tot de popmuziek van Massive Attack en Radiohead. Lang dacht hij na over zijn album. Wat wilde hij gaan laten horen. En vooral, hoe sluiten de nummers op elkaar aan. Geen lapjeskat, geen losse flodders, maar een geheel, een verhaal. „In klassieke muziek, symfonieën en pianoconcerten vind je die eenheid sneller dan in de jazz. Maar ook in popmuziek van Radiohead. Een album als OK Computer klinkt ook als een verhaal. Albums die je niet meteen snapt na één keer draaien zijn het aantrekkelijkst.”

Componeren gaat traag als stroop. „Ik kan rustig een paar uur lang over een nootje nadenken.” Daar kan hij best melancholisch van worden. Er achter komen dat het eigenlijk niet goed klinkt. Of erger – erachter komen dat je het al eens had bedacht. Baas produceerde zijn debuut zelf. Dan sta je voor moeilijke artistieke keuzes, merkte hij. „Van de selectie nummers, solokeuzes tot futiele dingen als de duur van de pauze tussen twee nummers.”

Eigenwijs gaf Baas zijn nummers bijzondere titels mee: Homunculus, Sub Rosa en Stuiter. Handig, in het geval van de ‘vulkaantrack’ Eyjafjallajokull, is de fonetische spelling en uitleg. Het nummer,geschreven voor twee blazers, is catchy, met steeds verspringende ritmes en knap ingebouwde vertragingen waarin de muziek even gaat liggen. Als een slapende vulkaan.

„Ik stal het idee van trompettist Dave Douglas die hier, destijds gestrand door de aswolk, kwam jammen. Hij legde op een zeker moment het stuk helemaal stil. Bijzonder. Al had Douglas dat ook weer niet helemaal zelf bedacht hoor. Er wordt heel wat afgeleend in de jazz.”

Onlangs speelde Baas in het Concertgebouw, met gitarist Anton Goudsmit en bassist Stefan Lievestro. Een snarenduel op niveau. Het deed hem terugdenken aan het hoge muziekniveau dat hij in 2010 ervoer bij een jazzstudie in New York. Hij kreeg er muzikaal „ontzettend op zijn flikker”. „Allemaal musici die nieuwe muziek meteen kunnen spelen. Ik stond gewoon in mijn nakie bij de sessies.”

New York lonkt. Hij zou niets liever willen, maar is ‘al’ 26 jaar. „Voor dáár al oud.” Hij wil zich er, al werkend in een bar, recht de jazzscene in worstelen. Maar, aarzelt Baas ineens, schrijf dat maar niet op. Ik zou mezelf er wel eens aan kunnen houden.”

More Socially Relevant Jazz Music verscheen bij Mainland Records. Het Nationaal Jeugd Jazz Orkest speelt 20/8 op Lowlands.