'Ik hou niet van hap-snap werk'

Wat staat er in de boekenkast? Bekende namen uit de wereld van de economie vertellen over de werken die hen het meest inspireren. Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank, bijt het spits af in deze zomerse reeks.

Nederland, Amsterdam, 28-07-2011. Portret van Klaas Knot, President van De Nederlandsche Bank, zittend op een stapel jaarverslagen van DNB voor zijn boekenkast in zijn kantoor. Foto: Andreas Terlaak Andreas Terlaak

Hmm. Welk boek moet hij kiezen. Keynes of Kindleberger? Of toch liever iets Nederlands? Klaas Knot laat zijn vingers langs de ruggen van de boeken in zijn kast lopen. Een kleine maand is hij president van De Nederlandsche Bank. Op zijn bureau liggen zijn nieuwe visitekaartjes in keurige stapeltjes. De boekenkast is al even netjes ingeruimd. En functioneel: veel beduimelde standaardwerken met aantekeningen en onderstreepte passages.

Knot: „Ik heb al mijn economische boeken van huis hier naartoe gehaald. Gevolg is dat mijn boekenkast thuis een gapend gat vertoont. Ik heb drie boeken uitgekozen die belangrijk voor mij waren in verschillende fases van mijn carrière.

„De Geldtheorie van Simon Kuipers las ik voor de eerste keer als student economie in Groningen. Het is echt een overweldigend boek. Natuurlijk had ik als jonge student niet door hoe goed het was. Het is dan vooral een kwestie van doorploegen voor het tentamen. Toen ik later mijn proefschrift schreef en bezig was met veel complexere en abstractere modellen greep ik regelmatig terug naar De Geldtheorie om iets op te zoeken. Het beschrijft de ontwikkeling van de theorie over de monetaire economie van voor de jaren dertig tot nu, van de Wicksellianen tot de Post-Keynesianen.”

„Het fascinerende is dat monetaire economie aan de ene kant heel concreet is. We ontvangen geld en geven het weer uit. Tegelijkertijd is het ongrijpbaar. We hebben biljetten in onze portemonnee. Maar dat is alleen papier. Vroeger kon je een biljet letterlijk inruilen voor een beetje goud. Sinds de goudstandaard is losgelaten, is het geloof in de waarde van geld puur een kwestie van vertrouwen. Hoe komt dat? En hoe houden wij dat zo? Dat zijn prachtige, complexe vraagstukken.

„Het boek Lectures on macroeconomics van Olivier Blanchard en Stanley Fischer was belangrijk tijdens mijn proefschrift. Blanchard is nu hoofdeconoom van het Internationaal Monetair Fonds, Fischer is dat geweest en is nu de president van de centrale bank van Israël. Succesvolle economen dus. Het is een boek met een prachtige logica en consistentie. Dat bewonder ik. In mijn huidige functie waardeer ik ook beleidsnota’s die logisch opgebouwd zijn en waar de redenering consistent doorgevoerd wordt. Ik hou niet van hap-snap werk.

„Een boek waar ik de afgelopen jaren veel aan heb moeten denken is When Genius Failed van Roger Lowenstein. Het is minder technisch dan de eerste twee boeken. Lowenstein beschrijft de ondergang van het hedge fonds Long Term Capital Management in 1998. LTCM was opgericht door twee Nobelprijswinnaars. Zij probeerden op hun wetenschappelijke wijze te beleggen en dachten zo goed als alle risico’s te kunnen uitsluiten in hun modellen. Toch ging het fonds failliet als gevolg van de Ruslandcrisis. Dat laat zien dat ieder model beperkingen heeft. Risico’s zijn niet uit te sluiten. Dat is de les van de afgelopen crisis.

„Ik lees op mijn werk veel stukken en ’s avonds als ik thuis kom ook. Ik heb dan niet de neiging om meteen een boek op te pakken. In weekenden lees ik wel. Geert Mak, bijvoorbeeld. Of de biografie van Alan Greenspan. Ik ga bijna op vakantie en ben van plan de derde van Stieg Larsson mee te nemen. Ik heb het tweede deel van de Millennium-trilogie tijdens mijn vorige vakantie gelezen. Ludlum lees ik ook graag. Hoge literatuur, zoals Multatuli, heb ik op school gehad. Dat lees ik nu niet voor mijn plezier.”