Ieder mens is een kunstenaar, of hij wil of niet

Rotterdam, 25-05-2011. Beelden van de tentoonstelling "The One & The Many" van het scandinavische kunstenaarsduo Elmgreen & Dragset, in de onderzeeboothal van de RDM op Heyplaat. Foto Leo van Velzen NrcHb.

De twee meisjes zijn 15. Ze troffen op de afdeling elektronica van een warenhuis een webcam voor de klanten, om te proberen, en ze waren niet te houden. Tientallen foto’s lieten ze achter op de bijbehorende pc, steeds van hen samen. In hun dubbelposes persifleren ze trefzeker de botersofte porno van strips en clips. Lijf tegen lijf, wang tegen wang, kut tegen kont – alles in het nette want volledig aangekleed, maar suggestief genoeg.

Met 15 jaar zijn meisjes op hun creatiefst. Dan durven ze alles en daarom willen ze alles en doen ze bijna alles. Het is ook de leeftijd dat meisjes overal mee wegkomen, want ze beschikken over het secure ontwapeningsmechanisme van de slappe lach.

Fotograaf Willem Popeliers kopieerde de foto’s van de meisjes van de pc en maakte er in het Amsterdamse fotomuseum Foam een installatie mee: Showroom Girls. Hij verborg op alle foto’s hun gezichten met roze cirkels. Maar hij verhulde niet dat hij hun identiteit al snel online had achterhaald, gemakkelijk en legaal.

Showroom Girls is bedoeld als aanzet tot een ethisch discours, over het gebruik (het misbruik?) van deze foto’s en over de klakkeloze manier waarop veel mensen hun privacy in de sociale media te grabbel gooien.

Allemaal achtenswaardig, maar ik zie toch ook iets anders. Ik zie twee meiden die te werk gingen als kunstenaars. Ga maar na. Zonder gêne volgden zij hun impulsen. Ze creëerden beelden. Ze organiseerden via die beelden een eigen wereld, eindig en beschikbaar voor een publiek dat er hoe dan ook door aan het denken wordt gezet en dat er maar van moet vinden wat het wil.

„Jeder Mensch ist ein Künstler”, stelde de Duitse beeldend kunstenaar Joseph Beuys in 1978, ieder mens is een kunstenaar. Daarmee deed hij geen uitspraak over kwaliteit, maar over expressie en levenskunst. De twee showroomgirls leveren een sterke aanwijzing: iedereen kan ineens een kunstenaar zijn. Soms ongemerkt. Soms tot zijn verrassing. Soms tot zijn schrik.

In de enorme Onderzeebootloods in het Rotterdamse havengebied, richtte het duo Elmgreen en Dragset voor museum Boijmans de installatie The One and the Many in. Ik koop een entreebewijs en ga naar binnen. Een achterbuurt. Met een dooie boom. Zwerfvuil. Een onttakelde limousine. Schemerlicht flikkert over een flatgebouw van een etage of zes hoog. Naar binnen kijken mag, moet zelfs, er liggen verrekijkers klaar.

Ik ben met zijn tweeën en we zijn de enige bezoekers. Maar ongestoord gluren is er niet bij. Een tienermoeder zit in haar gsm te kankeren. Wat mannen sleutelen aan die auto en er hangen d’r nog zo wat rond. Acteurs, maar zo voelt dat niet. Ik neem een kijkje in het toiletblok. Tussen de pisbakken staat een Marokkaanse jongen. Hij kijkt me geringschattend aan. Terwijl ik geïntimideerd wegkijk, negeert hij me alweer. Ik ontkom niet aan mijn rol: ik ben de luxepop, de pottenkijker.

Twee weken later bezoek ik de duikbootloods opnieuw. Nu is het drukker, er lopen meer mensen. Hoort die meneer in de beige jas erbij? Hij vraagt of ik een rondje wil maken in het draadstalen reuzenradje. „Koffiepauze” roept hij, als het radje stilhoudt met mij bovenin. De sensatie blijft even sterk. Opnieuw lijft het kunstwerk me in, weer ben ik die ene tegenover velen. The One and the Many, inderdaad.

Het openluchttheater in het Amsterdamse Bos. Deze zomer wordt Les enfants du paradis gespeeld, naar de klassieke film uit 1945, waarin mannen pruilden en de vrouwen zich met besliste monden niet van de wijs lieten brengen. Wie online al een kaartje heeft gekocht, heeft recht op een riante plek in het vak middenvoor. Of we even op het podium willen wachten op onze plaatsen? Tuurlijk.

Hé, het toneelstuk begint, en wij zitten nog hier. Wij zijn namelijk in de eerste scène het volk op het Parijse markplein. De acteurs spelen tussen ons door. Baptiste! Garance! Er valt een buitje, wij trekken collectief de lichtblauwe regencapes die we bij binnenkomst kregen, over onze hoofden. Dat zal een mooi gezicht zijn, voor dat publiek.

Joyce roodnat