Helikopter kapot

In jaren en jaren had ik niet of nauwelijks aan Noorwegen gedacht. Zo gaat het met landen, steden en ook met mensen. Het heeft niets met liefde, onverschilligheid of haat te maken. Ze verschijnen simpelweg niet in je interne blikveld.

Ik denk meer aan Buiten Mongolië met zijn hoofdstad Oelan Bator. Daar wil ik nog eens naartoe, een paar dagen maar, misschien met Arnon Grunberg. Toen ik me eens liet ontvallen dat ik daar over het centrale plein wilde lopen en daarna in een café op de hoek van een steeg de plaatselijke sterke drank drinken, een klein glaasje, zei hij: dan ga ik mee. Waarom niet? Mocht het gebeuren, dan leest u het in de krant.

Maar Noorwegen? Dan dacht ik eerst aan de trilogie van Trygve Gulbranssen: En eeuwig zingen de bossen. Winden waaien om de rotsen. De weg tot elkander. Verschenen tussen 1933 en 1935. Een wereldsucces, twaalf miljoen exemplaren verkocht. Ik heb die meesterwerken gelezen toen ik een jaar of tien, elf was, de avonturen van de oude Dag en de jonge Dag, die verliefd was op het meisje Adelheid. Ze had prachtig lang rood haar. In mijn ontluikende mannenbewustzijn leefde ik hartstochtelijk mee.

Verder werd Noorwegen op de lagere school vertegenwoordigd door de Noormannen, dankzij een schoolplaat van J.H. Isings. Het is 834. Je ziet daar hoe ze juist het handelscentrum Dorestad, het latere Wijk bij Duurstede, hebben verwoest. Op de voorgrond een wild uitgedoste Viking, helm, baard, maliënkolder, in zijn rechterhand een lans en links een schild. Op de achtergrond de brandende stad. En, meldt de tekst in het boek Het Vooroudergevoel waarin de familie Blokker, Jan sr., Jan jr. en Bas het oeuvre van Isings hebben verzameld: ‘In een heel klein hoekje, uiterst rechts, meer een vlek haast dan een mens, is te zien hoe gesluierde vrouwen worden meegevoerd’.

In april 1940 wordt Noorwegen door de Duitsers onder de voet gelopen. Het enige wat ik me herinner is een foto in de krant, van een brandend schip in een fjord. En daarna verdwijnt dit hele prachtige land achter mijn horizon, tot in 1946 Trygve Lie de eerste secretaris-generaal van de Verenigde Naties wordt en zich daar verdienstelijk maakt door het stichten van nieuwe naties te bevorderen: Israël en Indonesië. Voor hij tot dit hoge ambt werd geroepen, had Lie zich in zijn eigen land onderscheiden als progressief politicus. Wikipedia meldt dat hij in 1917 achter de Russische Oktoberrevolutie stond. Hij heeft Lenin nog een hand gegeven en later bevorderd dat Trotski in Noorwegen asiel kreeg.

Toen deze revolutionair zich tegen de afspraak in, met de politiek ging bemoeien, moest hij het land weer uit. Veel later heb ik in New York een mooi geschilderd portret van hem gekocht, maar dat is een ander verhaal.

In de krant las ik af en toe over de geweldige Noorse olierijkdommen. Verder bleken ze daar altijd een progressieve regering en een voorbeeldige verzorgingsstaat te hebben. Maar verder was het land weer achter mijn horizon verdwenen. Tot een gevoelsarme, zichzelf overschattende, door waandenkbeelden bezeten Noor een gebouw opblies en het vuur op argeloze onschuldigen opende. Daarmee is het land in een nieuw tijdvak gesmeten. Of nieuw? In ieder geval het jongste, de nieuwste periode van de westerse beschaving waarmee wij nu tegen de tien jaar ervaring hebben.

Op de Nederlandse televisiejournaals wordt gemeld, kort gezegd, dat de Noren nu ook in een soort internetburgeroorlog zijn betrokken. Ik kijk op een paar Nederlandse websites. Van hetzelfde laken een pak. Scheldpartijen, bedreigingen met geweld, desnoods de dood. We zullen jullie weten te vinden! Ik ben het Noors niet machtig en je moet op z’n minst de grofste scheldwoorden, namen van besmettelijke en dodelijke ziekten kennen om zo’n etnologische expeditie met enig resultaat te kunnen ondernemen. Ik kan niet eens ‘ja’ en ‘nee’ in het Noors zeggen. Anders zou ik daar ook eens gaan kijken.

In zijn strijd tegen de islamisering heeft Anders Breivik, voorzover ik het uit zijn standpunt kan beoordelen, niet alleen de verkeerde mensen doodgeschoten en de verkeerde verwoestingen aangericht. Hij heeft ook het land van Gulbranssen opgeheven.

Stel je even Noorwegen op de landkaart voor: van Narvik tot Kristiansand, meer dan duizend kilometer hemelsbreed. De politie daar heeft één helikopter en die was kapot toen Brevik met zijn actie begon. Of het vliegtuigje weer hersteld is, wordt nergens vermeld. Moeten we medelijden hebben met de Noorse naïviteit? Opeens dacht ik aan onze generaal-majoor Sas, in 1940 militair attaché in Berlijn. Hij had goede contacten, hij wist dat op 10 mei de aanval zou komen. Op 9 mei heeft hij nog één keer met de regering in Den Haag gebeld. Hij werd niet geloofd. De volgende dag begon voor Nederland het nieuwe tijdperk.