Gin uit de zee

De gin-tonic is – na een Spaanse make-over – weer helemaal fris.

Gin & tonic with lemon slice & ice - close up Fresh Food Images/Hollandse Ho>

Tijdens Fusión Madrid was het deze winter de grote aandachttrekker: de ‘gin-tonic uit de zee’. Bezoekers van Spanje’s belangrijkste culinaire jaarcongres verdrongen zich voor een proefglaasje met daarin een flinke slok gin, veel ijs, tonic, draadjes zeewier en een scheut vloeibaar plantaardig plankton. Als roerstaafje diende een takje zeekraal. Elke slok van het wonderlijke drankje smaakte naar de zee – en naar gin.

De gin-tonic maritimo van het Zuid-Spaanse toprestaurant Aponiente was het zoveelste hoogtepunt in de stormachtige opkomst van de gin-tonic in Spanje. De bitterfrisse cocktail wordt er al decennia gedronken. Meestal na een lange lunch met familie en dan vooral door de ouderen aan tafel. Maar dit enigszins oubollige imago heeft het mixdrankje de afgelopen jaren razendsnel afgeschud. In steden als Barcelona en Madrid opent elke maand een nieuw ginlokaal. Ginmerken lanceren aan de lopende band nieuwe ‘premium’ varianten. Chef-koks omarmen de trend en serveren bijvoorbeeld gin-tonic-soep.

Ook Nederland lijkt nu te volgen. Het marktaandeel van gin ten opzichte van andere gedestilleerde dranken is met 1 procent klein, maar de consumptie stijgt de laatste paar jaar sterk. Dit terwijl de inname van bijvoorbeeld jonge jenever en likeuren afneemt.

Volgens wijnschrijver Harold Hamersma is de „gin-tonic revival” inmiddels overgewaaid uit Spanje. „Restaurant Le Garage in Amsterdam heeft een aantal gins op top shelf positie achter de bar en serveert deze met biologische V°Fevertree tonic.” En ook in New York wint de gin-tonic volgens Hamersma terrein. „Ook hier weer vanuit de Spaanse hoek. In het net geopende, überhippe Bar Basque is er zelfs sprake van een uitgebreide gin-kaart. Daarop staan verschillende soorten gin, verschillende bereidingswijzen en verschillende tonics.”

Het ontstaan van de Spaanse hype kent twee sleutelmomenten, vertelt ginkenner Alberto Martínez. Allereerst werd vijf jaar geleden Hendrick’s gelanceerd in Spanje. Dit Schotse merk stookt niet alleen met jeneverbes, maar ook met onder meer komkommer en Bulgaarse rozenblaadjes. „Anders dan bij de tot dan toe gangbare merken als Gordon’s, Larios of Beefeater levert dit geen droge, bittere gin op, maar een zoete en aromatische gin. Voor veel mensen werd Hendrick’s de eerste gin die ze echt lekker vonden.”

In het uitgaansleven werd het merk razendsnel populair. Een Hendrick’s gin-tonic wordt geserveerd met een schijfje komkommer. Dit haalt de smaak van de komkommer in de gin omhoog en maakt het drankje zeer verfrissend. Martínez: „Die gimmick van die komkommer in je glas had een enorme aantrekkingskracht.”

Puriteinen

Een volgende bijdrage aan de hype leverde Ferran Adrià, de chefkok van het wereldberoemde Catalaanse restaurant elBulli. Hij besloot om voortaan alleen nog gin-tonics met Fever-Tree te schenken, een tonic die speciaal ontwikkeld is om te mixen met gin. De smaak is minder bitter en de koolzuurbubbeltjes fijner.

Alles wat Adrià aanraadt, geniet onder Spanjaarden meteen grote populariteit. „Als hij zou zeggen dat de barman eerst op de ijsklontjes moet zuigen voordat hij ze in je glas doet, dan zou de helft van de Spanjaarden daar een dag later meteen om vragen”, zegt Pablo Teijeira die het weblog GinTonicMadrid.com schrijft.

Teijeira ziet consumenten kritischer worden, vertelt hij bij een copa in zijn vaste ginlokaal, de RedVelvetBar in de Madrileense wijk Chamberí. Zo kan in elke Spaanse kroeg de klant doorgaans zelf aangeven hoeveel sterke drank hij in zijn glas wil. De ober of serveerster begint te schenken en het is aan de klant ‘ho’ te zeggen. Een sterke dosis alcohol is hierdoor de norm. Teijeira: „Normaal lieten de mensen de ober lang doorschenken. Liefhebbers hoor je nu eerder ‘stop’ zeggen. Die weten dat een te sterke gin-tonic niet lekker is.”

Voor bijna ieders smaak is inmiddels een gin op de markt. Een van de populaire nieuwe merken is G’Vine, een Franse gin waarin druiven zijn verwerkt. „Voor puriteinen is dit een reden om het geen gin te noemen. Maar onder vrouwen en homo’s is het veruit de geliefdste gin”, vertelt Adam Plecha. De Pool is eigenaar van de in gin en wodka gespecialiseerde winkel Adam&Van Eekelen in de Calle Pez in Madrid. Zijn vriendin is Nederlandse en gaf haar achternaam aan de winkelnaam. Op de gevel is het logo van de Verenigde Oost-Indische Compagnie te zien. Want, zegt Plecha: „Het is dankzij de Nederlanders en hun VOC dat de jeneverbes naar Europa kwam.”