Een langzame verbouwing

Architect Tom Frantzen wilde een oude boerderij drastisch verbouwen, maar hield zich in. ‘Voor zo’n conclusie heb je tijd nodig.’

Slow architecture noemt architect Tom Frantzen de verbouwing van de oude boerderij bij Maastricht. „Ik had eerst een heel flitsend ontwerp gemaakt voor de boerderij, ik stond tenslotte bekend als een ‘conceptuele’ architect, niet?”, vertelt Frantzen grijnzend over de boerderij die hij samen met zijn vrouw heeft gekocht. „Eerst wilde ik hangende badkamers en zo. Maar enkele ontwerpen later merkte ik dat dat het gebouw geen recht deed.”

Vanaf 1988 was de boerderij, de helft van een Limburgse carréboerderij, van de ouders van Frantzens vrouw. De boerderij staat aan de noordrand van Maastricht, aan een zogenaamde ‘holle weg’ waaraan verschillende boerderijen liggen. Pal achter de boerderij ligt een uitbreidingswijk uit de jaren zestig tot tachtig.

„De halve carréboerderij is een rijksmonument van omstreeks 1800”, vertelt Frantzen. „Ergens in de 19de eeuw kregen de erfgenamen van de oorspronkelijke boeren ruzie en is de boerderij gesplitst. De ene helft floreerde, de andere helft ging te gronde en is letterlijk verdwenen.”

Frantzens schoonouders gebruikten de boerderij als woonhuis en atelier. Frantzen: „Ze waren grote verzamelaars. Er stonden 5.000 boeken en de hele rommelmarkt van Tongeren. Na het overlijden van mijn schoonouders kregen mijn vrouw en haar zus het maar niet opgeruimd. Toen besloten we in 2003 de boerderij maar te kopen en het ooit als tweede huis te gebruiken.”

Frantzen splitste de boerderij in drie delen. Het oude voorhuis werd gerenoveerd en ging in de verhuur. Het atelier doet nu, na de voltooiing van de verbouwing, dienst als buitenhuis. Voor het derde deel ligt een verbouwingsplan klaar.

„Ik heb de verbouwing gedeeltelijk zelf gedaan”, vertelt Frantzen. „En gaandeweg merkte ik dat ik eigenlijk geen in het oog springende architectuur wilde. Dat mijn vrouw eigenlijk helemaal niets wilde veranderen, droeg daar aan bij. Voor zo’n conclusie heb je tijd nodig. Jammer genoeg is die er lang niet altijd bij het bouwen. Maar omdat we in dit geval zelf de opdrachtgevers waren, hadden we die tijd nu wel.”

Uiteindelijk bestond de verbouwing uit slechts een paar ingrepen. Een daarvan is de lichtbalk van acht meter breed in het grote zadeldak. „De glasplaten liggen als een soort megadakpan onder de oude dakpannen geschoven en al het regenwater loopt er gewoon overheen; nog nooit een lekkage gehad!”, zegt Frantzen. „Monumentenzorg en welstand sturen nu architecten langs om te zien hoe je zo’n spleet, die zorgt voor voldoende licht binnen, op een geraffineerde manier kunt maken.”

Voor de nieuwe ramen in de muren gebruikte Frantzen een kozijn dat normaal wordt gebruikt voor paardenstallen. „We hebben de profielen anders laten lassen. Het is nu een prachtig raam in de robuuste, oude muur.” De vloer bestaat uit ruwe natuurstenen tegels met het formaat van de kinderkopjes die er oorspronkelijk lagen. „De kinderkoppen hebben we hergebruikt op de binnenplaats van de boerderij.” Onder de tegels zit vloerverwarming die het huis bij afwezigheid van de bewoners een beetje op temperatuur houdt. „We wilden geen radiatoren”, zegt Frantzen. „En ook niet zo’n lelijke kachelpijp met van die tussenstukken. In plaats daarvan heb ik een stalen constructiebuis uit één stuk genomen. Om die met een verend ophangsysteem geschikt te maken als kachelpijp kostte een vermogen. Maar het is het waard: het is een genot om te zien.”

Behalve de kinderkoppen heeft Frantzen verschillende spullen hergebruikt. De voederbakken voorzag hij van roestvrijstalen dekplaten, zodat ze als keukenkasten konden dienen. En in de tuin vond hij een oude balk die het ontbrekende stuk van een trekbalk op een deels gesloopt muurtje op de bovenverdieping bleek te zijn. „Die heb ik weer teruggezet”, zegt Frantzen. „Alleen is het stuk muur met balk nu wel een deurtje geworden.”

Alle leidingen die nodig waren voor onder meer verwarming en elektra zijn weggewerkt achter één wit gepleisterde muur. Ook de binnenzijde van het dak is witgepleisterd. Maar voor de rest zijn de oude muren, die bestaan uit bakstenen en grote brokken mergelsteen, in het zicht gelaten. „Voor een belangrijk deel bestond de verbouwing uit grondig schoonmaken en het verwijderen van allerlei latere toevoegingen”, zegt Frantzen. „Zo is de verbouwing een mooie combinatie geworden van een paar nieuwe, heel goed gemaakte dingen en de oude boerderij. Totaal veranderd en toch hetzelfde gebleven.”