De luchthartige keuken

Door al dat zorgelijk gepraat over eten, ligt ‘een voedseldepressie’ op de loer. Remedie: gewoon een salade zonder smuk maken.

Je zou bijna een hekel aan eten krijgen. In ieder geval aan het praten over eten, of beter gezegd het praten over voedsel. ‘Voedsel is de nieuwe olie’ schreef De Groene Amsterdammer op de omslag van een dubbeldikke special helemaal gewijd aan voedsel.

Zo’n kreet geeft op een luchtige manier aan hoe je iets moet zien. Alleen is de ‘oude olie’ nog niet passé voor zover ik weet – de energiestrijd is nog maar net begonnen en zal ons de komende jaren ruimschoots bezighouden. Schone energie hebben we nodig, we moeten de uitstoot van broeikasgassen immers drastisch verminderen. En dat probleem heeft ook weer veel te maken met de voedselbehoefte en de manier van eten: het kappen van bossen ten behoeve van sojavelden vergroot de hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer. Die soja gebruiken we voornamelijk als veevoeder. En dat vee produceert op zijn beurt ook nog weer eens enorm veel methaan.

Nu dan weet je het wel: minder vlees. Veel minder. En veel meer groenten, anders kunnen we de wereldbevolking niet blijven voeden – dat loopt nu al geregeld mis, zie Afrika. We moeten meer insecten gaan eten ook, zei iemand in De Groene nog maar weer eens, dat is een makkelijke en tamelijk overvloedige bron van eiwitten. Als je de insecten eenmaal te pakken hebt, tenminste. Misschien zullen we aan de intensieve insectenhouderij moeten beginnen. Nu is het nog best duur om kevers, meelwormen en sprinkhanen te verzamelen. Zou je dan weer actiegroepen ter bevrijding van de sprinkhaan krijgen? Niet onmogelijk.

En verder moeten we vooral minder eten.

Zo. Dat was het wel weer even.

Daar zitten we dan met onze culinaire bedoelingen. Gewoon koken en iets opeten heeft nog maar heel weinig te maken met ‘voedsel’. Dat onderwerp speelt zich bijna geheel buiten de keuken af en gaat over de macht van de supermarkten, over het ongezonde eten van sommige sociale lagen, over de voors en tegens van intensieve voedselproductie, over de toenemende vleesbehoefte in China en India. En als er al ‘gewoon’ gekookt wordt, gaat het over op welk niveau van gewoon koken men zich bevindt en dat is natuurlijk een behoorlijk vleesloos niveau met veel specerijen en verse kruiden en nieuwe oude granen en en en …

Na zo’n special wil je helemaal niet meer eten. En ook niet koken. En ook geen kookboek meer lezen. En ook geen hedendaagse moestuin meer bestieren, want dat slaat toch nergens op in het licht van de wereldproblemen.

Geheel verslagen aan het weekend begonnen. Koken. Eten. Bwggh. Het kán gewoon niet meer. En dan er ook nog over moeten schrijven! En ik was van plan het over salades te hebben, dat kookboeken vaak zulke opgedirkte salades voorschrijven, van die lunchcafé-salades, helemaal vol vis en kip en spek en eendenlever, salades die volkomen onmogelijk zijn om ergens bij of na te eten omdat ze een maaltijd in zichzelf zijn, maar wie wil er nu steeds een maaltijdsalade.

Maar dat onderwerp leek me even helemaal niet meer kunnen. Het geeft geen enkele blijk van voedselproblemen.

Komkommer voor de ziel

Gelukkig at ik de laatste tijd een paar keer bij vrienden. Gewone thuiskoks, geen opgefokte followers van Yotam Ottolenghi (daar heb je hem weer – hij is trouwens echt goed) (de man van het groentekookboek Plenty, kom op, íedereen kent hem) (hij heeft restaurants en afhaalwinkels in Londen, cool en gorgeous en helemaal van nu). De mensen bij wie ik at, hadden dingen gemaakt als spaghetti met pesto (oh wat is dat toch onverslaanbaar lekker, als iemand gewoon zelf een goede pesto maakt), blanquette de veau, soep met wilde paddestoelen en pudding met frambozen. Iemand serveerde bij de borrel plakjes komkommer uit de tuin – iemand die al honderd jaar een moestuin heeft en dat helemaal niet uit modernerige modieusheid doet – en die komkommer die was óverheerlijk. Niet alleen in de mond, maar ook voor de ziel. Zoals een vriendin wel eens haar ernstig door de zon verbrande billen met komkommerplakjes belegde omdat dat zo verkoelend zou werken, zo werkte deze komkommer ook verkoelend op het ernstig verschroeide gevoel dat eten en koken iets leuks zijn. Niet alleen onderwerpen om zorgelijk over te doen of om een ander de maat mee te nemen.

Gewoon iets lekkers maken

Eigenlijk is koken een heel fijn onderwerp in een zo regenachtige zomer, want je kunt het in huis warm en gezellig maken met de oven aan en de geur van fruittaart, van vers geknipte kruiden, van stovende bietjes of kruidige courgettesoep. Zomer hoeft niet alleen maar te betekenen dat je buiten gegrilde reepjes aubergine zit te eten.

Heel verse sperzieboontjes, en die zijn er nu, gewoon gekookt en even omgeschud met een klontje boter, smaken soms beter dan de uitbundigste zomersalades. Mits de boontjes niet al te al dente gekookt zijn. Dat vind ik voor sperziebonen eigenlijk een misverstand. Ze piepen als bange diertjes tussen je tanden, ze smaken groen en taai – de sperziebonen zelf wíllen helemaal niet kort gekookt worden.

Gelukkig was er in De Groene ook goed nieuws van het eetfront te lezen. Bijvoorbeeld dat het voor garnalenvissers lonender wordt om een manier van vissen te ontwikkelen waarbij je niet met een enorm motorvermogen een net over de bodem sleept dat de hele zeebodem verwoest. Daar is de brandstof te duur voor geworden. En dus worden er andere methodes bedacht die de garnalen wel ophalen maar de bodem sparen. En de vissers spreiden hun risico door niet uitsluitend op garnalen te vissen, ook weer goed voor de visstand. En nog beter, eigenlijk het beste nieuws: het wordt lonend om met pelmachines te werken, waardoor de garnalen niet zwaar gedrogeerd naar Marokko hoeven om daar goedkoop gepeld te worden en daarna ‘vers’ gehouden door een lading chemicaliën weer naar Nederland terug te keren.

Dus als het straks weer lekker warm is geworden – ergens zal toch nog wel een kinderportie zomer voor ons gereed worden gehouden? – gaan we lekker salades met garnalen eten, of zoiets.

Nu schudden we even alle voedselzorgen van ons af en maken iets lekkers. Dat is de beste manier om je over een voedseldepressie heen te zetten.