China en de golfstaten doen niets voor Afrika

In de krant van 25 juli houdt Thea Hilhorst – bijzonder hoogleraar humanitaire hulp en wederopbouw – een dringend pleidooi voor noodhulp aan de landen in de Hoorn van Afrika; zonder die noodhulp is de toekomst van die landen ondenkbaar. Zij doet dat op verzoek van Giro 555 van de SHO. Dat riekt naar een zekere mate van belangenverstrengeling.

Een kritische volgster van dat soort hulpverlening – Linda Polman – wordt daarentegen simpel afgeserveerd, en het verlies van veel noodhulp door toedoen van Somalische piraten en fundamentalistische gevechtsgroepen wordt als ‘onvermijdelijk’ geaccepteerd.

Leggen wij ons oor te luisteren bij die Somalische islamfundamentalisten, dan zou noodhulp trouwens helemaal niet nodig zijn. Allemaal zeer treurig. Maar het zijn altijd weer voornamelijk westerse landen die zich in dit soort situaties opzadelen met een soort schuldgevoel.

Louise O. Fresco constateert in dit verband dat (tot nu toe) geen enkel Afrikaans land heeft gereageerd op het dringende, internationale verzoek om noodhulp (Opinie, 20 juli). Wie had anders verwacht. Voorts vraagt zij zich af wat China gaat doen aan de honger in Afrika. De vraag stellen is hem beantwoorden: China doet terzake niets; Somalië heeft immers geen grondstoffen, om maar iets te noemen. Maar Chinezen zijn geen moslims, in tegenstelling tot de olierijke parvenuen in Saoedi-Arabië en de Golfstaten. En wat doen die voor hun moslimbroeders? Voorzover ik weet ook helemaal niets. Fraai is dat.

Robert J. Smits

Teteringen