Briesende slagader

In een serie over de stad en het water: de rijkdom van de Bund, de boulevard langs de Huangpu-rivier in Shanghai.

Op het eerste gezicht wekt de bronzen stier op de Bund van Shanghai de lachlust op. Wat doet de Charging Bull van beeldend kunstenaar Arturo Di Modica hier op de wandelboulevard langs de bruingele Huangpu-rivier? Het symbool van het Amerikaanse kapitalisme in de stad waar negentig jaar geleden de Communistische Partij van China werd opgericht. Wie heeft dit bedacht?

Geen dag gaat in Shanghai voorbij zonder op dit soort wonderlijke tegenstellingen te stuiten. Maar bij nader inzien zijn de keuze en de plaats van het beeld niet zo vreemd. De bronzen stier in Shanghai, toevallig of niet een tikkeltje roder dan die op Wall Street in New York City en ongeveer even groot, verbeeldt de ambitie van de stad om in het komende decennium een mondiaal financieel centrum te worden. Het oude Parijs van het Oosten moet het New York van China worden, valt uit de advertorials in de Shanghai Daily, het Engelstalige sufferdje, op te maken.

Die brandende ambitie blijkt niet zonder een sculptuur van een stier vervuld te kunnen worden. In China staat kopiëren en plagiëren gelijk aan complimenteren. Zo bezien moet New York zich gevleid voelen door de stier van Shanghai. De locatie is eigenlijk minder verrassend en lang niet zo vreemd als een Starbucks in de Verboden Stad of een beeld van Confucius op het Plein van de Hemelse Vrede bij de tombe van Mao Zedong.

Art deco langs de rivier

De bronzen stier staat op de plaats waar sinds 1843 een lange lijst van opium-, thee en specerijenhandelaars, bankiers en Russische, Japanse, Britse, Amerikaanse en Franse diplomaten en militairen aanmeerden en door de modder naar Chinese wal werden gedragen. Zonder de Huangpu, een zijarm van de machtige Yangtze, was Shanghai nooit uitgegroeid van een nederzetting tot de grootste stad van Azië. Rivieren in China heten de commerciële slagaders van het land te zijn. De Huangpu is geen uitzondering. Dit is geen rivier om op te spelevaren en er wordt al decennia lang niet in gevist. Rivieren als de Huangpu zijn economische instrumenten, de ‘snelweg’ van kustvaarders, binnenvaartschepen en rondvaartboten met passagiers die de Bund willen zien vanaf het water. Zwemmen in de vervuilde Huangpu doen alleen lijken en ondermaatse vissen. Onder andere hier, op de plaats van de stier, begon de kolonisering van keizerlijk China in de achttiende en negentiende eeuw.

Sir Victor Sassoon, de Sefardisch Joodse bankier, weldoener, bon vivant en bouwheer van de art deco Bund, zou beslist hebben ingestemd met de komst van dit kapitalistische monument.

Met zijn kapitaal, opgebouwd met de opiumhandel, lokte hij na zijn aankomst in Shanghai in 1927 een van de eerste groeiexplosies in China uit. Het is eigenlijk een wonder dat de ‘muur’ van art-decogebouwen langs de rivier de chaos van een lange oorlog met Japan, een burgeroorlog en vervolgens bijna veertig jaar Maoïstische, culturele kaalslag heeft overleefd. Dat is te danken aan de rivier die door de communistische stadsbestuurders werd gebruikt voor transport van kolen voor de socialistische industrie. Het partijbestuur had zich gevestigd in het grootste gebouw langs de Bund, het vooroorlogse hoofdkwartier van de HSBC-bank.

Hoezo crisis?

De Bund (niet van het Duitse bond, maar hindi-urdu voor verstevigde oever ) was, voor de oorlog en de communistische revolutie, het ‘Wall Street van Azië’. Het toekomstige financiële wereldcentrum is aan de overkant van de rivier gevestigd, in Shanghai-Pudong. Pu Dong betekent oostelijk van de rivier. De Bund ligt aan Puxi, westelijk van de rivier en is tijdens de financiële crisis van 2008/2009 geheel en spectaculair vernieuwd. Chinezen en expats die op het terras van M on the Bund of het Roosevelt House toastten met Australische of Amerikaanse Chardonnay vroegen zich af: „Crisis, hoezo crisis?”.

Het is niet voor het eerst dat Shanghai gouden tijden doormaakt, terwijl in het westen banken sneuvelen, de beurzen kelderen en de werkloosheid groeit. Tijdens de Grote Depressie van de jaren 30 van de vorige eeuw boomde Shanghai ook al en kregen Amerikaanse, Britse en Hongaarse architecten de vrije hand van de Sassoons en andere bankiers en ondernemers.

Wie het pad van de Hongaarse architect László Ede Hudec door Shanghai volgt, van de Bund door het centrum naar de straten van de Franse Concessie, ziet bijna evenveel art-decoarchitectuur als in Brussel. Net op tijd drong het tot het Shanghaise stadsbestuur door dat deze westerse vormen en lijnen bewaard moesten blijven.

Het had ook niet veel gescheeld of de Bund was in de grote bouwwoede van de jaren 90 gesneuveld om plaats te maken voor de kolossen van glas en staal die aan de overkant zijn verrezen. Pas sinds 2004 zijn de oude kantoren van banken, scheepvaartmaatschappijen, telegraafmaatschappijen en kranten beschermde monumenten. De opening van de Wereldtentoonstelling in 2010 vormde een zelf-opgelegde deadline voor de restauratie en heropening van gebouwen waarvan sommige al vanaf de jaren 50 waren gesloten.

Concurrentieslag

Opulent is nog een te milde beschrijving voor de nieuwe Bund, waar een serieuze poging wordt ondernomen om te concurreren met Hongkong. Hier vindt ook de concurrentieslag plaats tussen luxueuze tophotels zoals The Waldorf Astoria en The Penninsula. In de neorenaissancegebouwen van voormalige Japanse en Duitse banken vinden de commerciële veldslagen plaats tussen de Franse, Japanse en Duitse modeontwerpers en horlogemakers. Het Peace Hotel, een van de oudste hotels van de stad, heet tegenwoordig het Switch Art Peace Hotel. Hier zweven op de vleugels van Franse champagne en Schotse whisky nieuwe Chinese rijken in en uit, vaak met open mond nagestaard door toeristen van het platteland.

Voor de versiering zorgen restaurants met uit Frankrijk en Australië overgevlogen topkoks, nachtclubs met aquaria waarin haaien zwemmen en galeries waar de kunst nooit subversief of spannend wil worden. M on the Bund, The Cool Docks en The House of Roosevelt in het voormalige gebouw van de handelsfirma Jardine Matheson zijn de plaatsen waar Shanghaiers en expats hun vrouwen of zakenpartners mee naartoe nemen. Soms stuiten de pogingen om Shanghai en de Bund trendy en kosmopolitisch te maken op Victoriaanse tegenstand. Een paar maanden geleden werd de pasgeopende Q-bar, een homoclub aan de Bund, door de politie ontruimd en vervolgens gesloten, omdat de gogodansers zich te bloot hadden gegeven.

Het stadsbestuur ontkende in alle toonaarden dat het om communistische zeden-prekerij ging en liet doorschemeren dat een rivaliserende gayclub had geklaagd bij de politie. Broodnijd dus.

Die stier van Di Modica, symbool van briesend-agressief en energiek ondernemen, blijkt dus op de juiste plaats te staan. Dat vinden ook de toeristen, want die laten zich liever hier fotograferen dan bij het standbeeld van de eerste communistische burgemeester van Shanghai, die van zijn sokkel zo stoer over de rivier kijkt.