Web lokt nieuwe Breivik-klonen

De Europese autoriteiten zijn bang dat de aanslagen in Noorwegen terroristen in spe inspireren. Ze willen betere controle op internet. Maar een verbod op de gevoelige Breivik-documenten lijkt onwaarschijnlijk.

Naast een autobom, een pistool en een machinegeweer beschikte Anders Breivik over nog een machtig wapen: internet. De dader van de aanslagen in Noorwegen had een uitgebreide online publiciteitscampagne voorbereid waardoor de impact van zijn gruweldaden nog groter werd.

Gisteren kwam in Polen een groep Europese veiligheidsexperts bijeen naar aanleiding van het Noorse drama. Hun grootste angst is dat copycats de informatie die Breivik online zette zullen gebruiken om nieuwe aanslagen te plegen. De conclusie: er is meer controle nodig op eenzame terroristen, de zogenoemde lone wolves, die hun inspiratie en informatie rechtstreeks van het web halen. Opsporingsdiensten moeten bijvoorbeeld internetfora en sociale media in de gaten houden om herhaling proberen te voorkomen.

Anders Breivik bereidde minutieus zijn eigen mediacampagne voor. Hij uploadde een paar uur voor de aanslagen een film op YouTube – The Knight Templar 2083 – waarin hij zijn denkbeelden propageerde. Ook mailde hij een manifest van 1.500 pagina’s aan ruim duizend mensen van wie hij dacht dat het geestverwanten waren. Het duurde niet lang voordat het document op nieuwssites was overgenomen en gekopieerd.

Het manifest roept op tot geweld en bevat volgens specialisten gevaarlijke informatie: gebruiksaanwijzingen voor de fabricage van bommen, gedetailleerder dan soortgelijke informatie die al eerder door terreurnetwerk Al-Qaeda is verspreid.

Normaal gesproken is dat voldoende aanleiding om informatie van het web te laten verwijderen. Een woordvoerder van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTB) ziet echter geen reden nu actie te ondernemen tegen verspreiding van het manifest. Doorgaans gebruikt de NCTB de bestaande notice and take down-regeling, een gedragscode om strafbare inhoud op internet te verwijderen, om het aanbod van extremistische boodschappen te verkleinen. Maar de Breivik-documenten zijn in een week tijd zo snel gekopieerd dat dat zinloos is. Het bestand staat op webservers overal ter wereld, in ruilnetwerken, als verwijzing of citaat op nieuwssites. Ook archiefsites zorgen voor een digitaal spoor.

Internetjurist Christiaan Alberdingk Thijm van SOLV Advocaten in Amsterdam: „Je kunt met heel veel moeite informatie misschien verbannen naar een donker hoekje van internet, maar het is onmogelijk om het echt offline te halen. Dan is het nog steeds te vinden voor mensen die weten waarnaar ze op zoek zijn.”

Nieuwssites speelden een belangrijke rol bij het bekendmaken van het manifest. Maar volgens Alberdingk Thijm is het moeilijk te bepalen of de pers medeplichtig is aan de verspreiding van het document.

Ook Google leidt bezoekers via zijn zoekmachine en videosite YouTube naar het gedachtengoed van Breivik. Wie googlet vindt nog steeds het gewraakte manifest. Google verwijdert op eigen houtje alleen zoekresultaten naar websites die kinderporno aanbieden, overduidelijk het auteursrecht schenden of de computer beschadigen. Google filtert ook op verzoeken van de autoriteiten.

YouTube haalde de film die Breivik online zette wel zelf uit de lucht, omdat de gebruiksvoorwaarden geschonden zouden zijn. Maar er zijn al kopieën in omloop: YouTube-films kunnen eenvoudig gedownload worden en opnieuw geüpload, onder een andere naam, op een andere server. Ook in ruilnetwerken is de Breivik-video, verpakt met het manifest, te vinden.

Craig Wright, een Australische hoogleraar computerwetenschappen, legt zich op zijn blog uit waarom Google zelf niet Breivik kon vinden terwijl hij de informatie voor zijn manifest bij elkaar sprokkelde. De zoekmachine mag een gebruiker alleen in de gaten houden als die persoon al vervolgd wordt door een opsporingsinstantie. „En je kunt niet alarm slaan voor iedereen die de zoekterm ‘how to make a bomb’ invoert. Niet iedereen die iets opzoekt heeft daadwerkelijk plannen om actie te ondernemen.”

Wright verwijst naar The Anarchist’s Cookbook, een ander omstreden document. „Daarvan zijn ongelooflijk zoveel kopieën in omloop... De meeste mensen downloaden dat niet omdat ze graag hun eigen vingers willen opblazen. Ze willen zeggen: kijk, ik rebelleer tegen het systeem.”

Gevoelige documenten als The Anarchist’s Cookbook of Breiviks manifest kunnen ook helpen bij de opsporing, denkt Alberdingk Thijm. „Zulke documenten dienen ook als een lokmiddel voor terroristen.” Opsporingsdiensten verstoppen digitale watermerken in dergelijke bestanden om te achterhalen wie er naar die informatie zoekt. Ook de NCTB werkt mee aan deze zogenoemde fingerprinting technologie.