VN: Eritrea achter aanslagen op AU-top

De regering van Eritrea zat achter de verijdelde aanslagen die een top van de Afrikaanse Unie (AU) in januari van dit jaar gewelddadig hadden moeten verstoren. Dat blijkt uit het rapport van een speciale onderzoekscommissie van de Verenigde Naties.

Het plan was om tijdens de top in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba het hoofdkwartier van de Afrikaanse Unie op te blazen met een autobom, een markt in de stad aan te vallen en het gebied tussen het kantoor van de Ethiopische premier en het Sheraton hotel te bestormen. In het Sheraton verbleven de meeste van de meer dan dertig Afrikaanse staatshoofden. Het doel van de aanslag was volgens een de arrestanten om zoveel mogelijk burgerdoden te veroorzaken en „te laten zien dat Ethiopië onveilig is”.

Bij de arrestatie werden onder meer C4-explosieven, cilinders gas, ontstekingsmechanismen en een scherpschuttersgeweer in beslag genomen. De gearresteerde terroristen hebben volgens de onderzoekscommissie bekend door de Eritrese veiligheidsdiensten te zijn getraind. Diezelfde veiligheidsdiensten zijn volgens de commissie ook actief in Djibouti, Kenia, Oeganda, Somalië en Soedan. Volgens het VN-rapport vormen de veiligheidsdiensten daarmee een bedreiging voor de vrede en veiligheid in de regio.

Eritrea heeft al langer een slechte relatie met haar buurlanden in de Hoorn van Afrika en met de Afrikaanse Unie. Het land werd geschorst als lid van de Afrikaanse Unie vanwege de hulp die het aan terroristen zou bieden, zoals de radicaal-islamitische militie Al-Shabaab in Somalië. In 1991 werd Eritrea na vijfentwintig jaar strijd onafhankelijk van Ethiopië, maar het land is diplomatiek zwaar geïsoleerd. Ethiopië heeft eerder dit jaar verklaard dat een oorlog onvermijdelijk is. (Reuters)