Versnipperd buitenlands beleid helpt Afrika niet

De afgelopen week is er veel commentaar geleverd op de ramp in de Hoorn van Afrika. Aan de ene kant is er het kamp van ‘noodhulp lost niets op en humanitaire organisaties zijn log en niet transparant’ (Linda Polman, 22 juli). Aan de andere kant wordt gezegd dat ‘de Hoorn van Afrika nog lange(re) tijd met noodhulp moet leren leven’(Thea Hilhorst, 25 juli). Zoals vaak het geval is, hebben zowel voor- als tegenstanders van noodhulp een beetje gelijk: natuurlijk liggen er politieke redenen ten grondslag aan de huidige ramp. Maar het is op zijn minst ongenuanceerd om te denken dat alleen politieke pressie die scheefgegroeide verhoudingen recht kan trekken. Er moet ook actie ondernomen worden als blijkt dat – ondanks herhaalde waarschuwingen – mensen hulp nodig hebben. En hulp helpt als het professioneel aangepakt wordt. Naast politieke pressie en noodhulp wil ik pleiten voor een derde speerpunt: een meer geïntegreerde aanpak en visie van donoren op de Hoorn zelf. De ramp van nu is mede het resultaat van een versnipperd buitenlands beleid van diverse landen, waaronder Nederland, wat resulteert in onvolledige coördinatie ten aanzien van de Hoorn. Hoewel meer harmonisatie van beleid mensen geen eten en drinken zal geven, zal het zeker bijdragen aan de dringend noodzakelijke structurele aanpak van de huidige problemen.

Leo Roozendaal

Delft