Van de kerk naar de gaarkeuken

Ross Raisin: Waterline. Viking, 262 blz. € 18,–

Toen de Ross Raisin in 2008 debuteerde met God’s Own Country (in het Nederlands vertaald als Aards paradijs) kreeg hij maar liefst negen nominaties voor literaire prijzen, waarvan hij uiteindelijk alleen de relatief nederige Betty Trask Award in de wacht wist te slepen. Belangrijker was zijn uitverkiezing tot Sunday Times Young Writer of the Year in 2009. (Hij was toen dertig).

Al die lof was terecht: God’s Own Country is een meeslepend boek over de jonge Sam Marsdyke die zich op een afgelegen boerderij in Yorkshire ontwikkelt tot een eigenzinnige en dwarse jongeman voor wie, door een aantal spelingen van het lot, een leven van criminaliteit in het verschiet lijkt te liggen. Meest indrukwekkend was hoe Raisin de jonge Sam in zijn eigen woorden wist te portretteren, hem een stem gaf die bijna onvermijdelijk sympathie bij de lezer opriep.

In zijn tweede boek, Waterline, volgt Raisin ruwweg hetzelfde procédé. Ook hier een proces van geleidelijke ontsporing, in dit geval van Mick Little, zijn leven lang werkzaam in de scheepsbouw in Glasgow. De banen verdwijnen, Mick en zijn geliefde vrouw Cathy zoeken hun heil in Australië, maar veel geluk brengt die episode niet. Terug in Glasgow werkt hij als taxichauffeur, maar als Cathy komt te overlijden veegt hem dat dusdanig van de kaart dat hij de kracht niet kan opbrengen zich in te spannen voor het terugkrijgen van zijn baan. Laat staan voor het beginnen van een nieuw leven.

Als het boek begint is Cathy net overleden en zijn we als lezer meteen in het sterkste deel beland. De rouwkaarten hangen nog aan de muur, Micks twee zoons en zijn zuster en zwager zijn nog in de buurt. In bescheiden detail worden de verhoudingen tussen hem en de familieleden neergezet.

Zoon Robbie is zorgzaam maar moet weer terug naar Australië. Met de andere zoon, Craig, zijn de verhoudingen verstoord, wat grondig naar voren komt in een meesterlijke scène waarin vader en zoon naar de pub gaan om een en ander uit te praten maar uiteindelijk alleen maar zwijgend en drinkend naar een wedstrijd van Celtic staan te kijken.

Schoonfamilie

En dan is er de schoonfamilie, zus Lynne en de welgestelde zwager Alan, tegen wie Mick een wrok koestert die ook al behoorlijk ongearticuleerd blijft, maar hoofdzakelijk gebaseerd is op het feit dat Alan tot de have’s behoort die de ondergang van de vertrouwde economie en de scheepsbouw in het bijzonder op hun geweten hebben.

Als de familie vertrokken is desintegreert Micks leven in snel tempo, niet in het minst gedreven door zijn schuldgevoel over Cathy’s dood. Eerst verschanst hij zich in zijn schuurtje, dan neemt hij de bus naar Londen waar hij werk vindt als bordenwasser. Een te scherp afgesteld solidariteitsgevoel kost hem zijn baan en Mick belandt op straat, met als enige steun en toeverlaat zijn medeslachtoffer. Een neerwaartse spiraal lijkt onvermijdelijk.

Opvallend is hoe Raisin, zelf een Yorkshire lad, zich in dit boek bedient van het mooie, muzikale dialect van Glasgow, zo overtuigend dat de lezer er makkelijk door bedot zou worden. Als de uitgever bij wijze van practical joke dit boek onder de naam James Kelman zou hebben uitgebracht zou er in elk geval één recensent ingetrapt zijn.

Raisin bedient zich niet, zoals Kelman dikwijls, van de monologue intérieur, maar zet zijn hoofdpersoon wel met empathie neer aan de maatschappelijke zelfkant, met zo’n deprimerende overtuigingskracht dat Raisin daarmee, als buitenstaander, bijna als een vertegenwoordiger klinkt van wat door critici wel de traditie van het Scottish miserabilism wordt genoemd.

Slaapplaatsen

Ergens halverwege Micks schijnbaar uitzichtloze, door geweld en vernedering getekende tocht langs shelters, kerken, gaarkeukens en vooral slaapplaatsen in de open lucht zakt het boek behoorlijk in en wordt de herhaling van de misère wat te veel. Raisin lijkt dit zelf in te zien en verschuift het perspectief op enkele plaatsen naar dat van een buitenstaander die de teloorgang gadeslaat.

Maar die verschuiving versterkt het relaas zeker niet; in plaats van de dagelijkse ellende in te dikken had Raisin hier juist episodes uit Micks verleden meer contouren kunnen geven, zijn periode in Australië bijvoorbeeld die nu behoorlijk schimmig blijft. En die perspectiefverschuiving werkt zelfs verwarrend in het slot, dat hoopvol stemt als we willen geloven dat de ‘hij’ Mick zelf is. Maar het zou ook zo maar een van die anonieme passanten kunnen zijn en dan ziet het er opeens veel minder florissant uit.

Raisin kan geweldig schrijven; ook in de grauwste episodes blijft zijn cadans feilloos en zijn woordkeus authentiek. Hij heeft met Waterline opnieuw een sterke proef afgeleverd, maar de zwakke punten dringen zich hier wat meer op dan in zijn debuut. En een Young Writer of the Year ben je maar eenmaal.