Tweespalt rebellen Libië

Gisteren werd de militaire commandant van de Libische rebellen doodgeschoten. Waarschijnlijk vertrouwden eigen mensen deze overloper van het Gaddafi-regime niet meer.

De dood van militair commandant Abdel Fattah Younes heeft gisteren de sluimerende verdeeldheid binnen de Libische rebellenbeweging naar buiten gebracht. Generaal Younes (67), een vroegere vertrouweling van de Libische leider Gaddafi, werd gisteren in of bij het rebellenbolwerk Benghazi doodgeschoten samen met twee medewerkers, beiden kolonels.

Rebellenleider Mustafa Abdel Jalil, die Younes’ dood bekendmaakte, zei niet wie achter de moord zat. Maar de verdenking gaat vrij algemeen uit naar de eigen kant. Younes reisde altijd in een zwaar bewaakt konvooi en het zou zo goed als uitgesloten zijn dat aanhangers van het regime nog zoveel slagkracht hebben in rebellengebied. Tweedracht onder de rebellen kan verdere negatieve gevolgen hebben voor de oorlog die naar de zin van de internationale gemeenschap veel te weinig opschiet.

Op een persconferentie in Benghazi riep Jalil de rebellenbeweging op zich niets aan te trekken van „de inspanningen van het regime van Gaddafi om onze eenheid te breken”, waaruit een indirecte beschuldiging aan het adres van de regering in Tripoli zou kunnen worden gelezen. Ook waarschuwde hij tegen „gewapende misdaadbendes” in rebellengebied. Maar het meest interessant was zijn mededeling dat generaal Younes gisteren was ontboden voor ondervraging door een commissie van rechters over militaire kwesties. Onderweg daarheen van zijn hoofdkwartier aan het oostelijk front zou hij zijn doodgeschoten.

Jalil gaf geen bijzonderheden over het geplande verhoor. Een lezing die de ronde doet is dat Younes zou worden ondervraagd over de geringe vorderingen van de rebellenoffensieven tegen Gaddafi’s troepen. Twee weken geleden al werd de val gemeld van Brega, maar in werkelijkheid is de strategische oostelijke oliestad nog altijd in Gaddafi’s handen. Een andere versie is dat hij zou worden geconfronteerd met beschuldigingen dat zijn familie en hijzelf nog steeds contacten onderhielden met het regime. Volgens de Arabische zender Al-Jazeera had Younes mogelijk zelfs wapens doorgespeeld aan regeringstroepen.

Jalil noemde Younes op zijn persconferentie „held van de 17-februarirevolutie”. Maar evengoed was hij een held van de revolutie van 1969 die Gaddafi aan de macht bracht. Younes was sindsdien een naaste medestander van de Libische leider, als minister van Publieke Veiligheid en later van Binnenlandse Zaken.

Al binnen een week na het begin van de opstand tegen het regime op 17 februari liep Younes met een speciale eenheid van zijn ministerie naar de tegenpartij over. Het was een van de elementen in de opstand die het Westen brachten tot de snelle overtuiging dat Gaddafi wankelde.

Maar bij de oppositie bestond van meet af aan veel wantrouwen jegens hem en andere overlopers uit Tripoli (onder wie ook rebellenleider en ex-minister van Justitie Jalil). De verdenking bleef hangen dat Younes Gaddafi’s veiligheidsadviseur Abdullah Senoussi had helpen ontsnappen uit Benghazi. Een openlijke machtsstrijd tegen de populaire generaal Khalifa Hifter, die in maart uit ballingschap naar Benghazi terugkeerde en het commando over de rebellentroepen opeiste, beslechtte Younes uiteindelijk in zijn voordeel.

Hoe dan ook is de moord op Younes slecht nieuws voor de NAVO-landen, die zich zorgen maken over de stagnatie aan de fronten ondanks de kostbare NAVO-luchtaanvallen op het regime. Niet zozeer wegens zijn militaire kwaliteiten: hij is er niet in geslaagd de slecht georganiseerde rebellenmacht in een slagvaardig leger te veranderen. Maar buitenlandse correspondenten meldden na de dood van Younes grote woede bij zijn stam, die zich in onderlinge confrontaties kan gaan uiten.

Meer dan dertig landen hebben de afgelopen weken de rebellenraad juist erkend als wettige regering van Libië. Frankrijk en Groot-Brittannië hebben als vervolg daarop ook de ambassade aan de rebellen overgedragen. Daar wordt ongetwijfeld de vraag gesteld of de rebellen inderdaad in staat zijn te regeren.