Trek je hakken vooral niet aan

Waarom zou je naar Leuven gaan?

Omdat hier de ‘langste toog van Europa’ is, je straatkunst naast gotiek ziet en je er kunt ‘picknicken’ met afhaalpasta.

Schuimkabouters met banaan-, sinaasappel- en aardbeismaak en vrolijke Costa Ricaanse salsamuziek. In de auto onderweg naar Leuven zit de vakantiestemming er al goed in. Alsof we op roadtrip gaan. Helaas begint het, zodra we de grens oversteken, te hozen. De ruitenwissers zwiepen razendsnel heen en weer. Welkom in België.

Leuven is minder bekend dan veelbezochte Belgische steden als Brussel, Antwerpen en Brugge. Maar niet minder leuk. Het begint al bij de historische binnenstad. De prachtige (en grote!) monumentale gebouwen zijn indrukwekkend, zoals de Sint-Pieterskerk en het gotische stadhuis, waar toevallig net een Afrikaanse bruiloft plaatsvindt. Twee roze konijnen – pardon, twee mannen in roze konijnpakken – wachten geduldig tot alle trouwfoto’s zijn gemaakt en zij zich op het bordes kunnen laten fotograferen. Vergeet ook niet zo nu en dan even naar boven te kijken, anders mis je de mooie geveltjes.

Leuven barst van de schattige pleintjes vol terrassen. Bourgondisch is hier een understatement. De stad telt maar liefst 241 kroegen en 178 restaurants en heeft daarmee de hoogste horecadichtheid van Vlaanderen. ‘Louvain’ wordt wel de bierhoofdstad van België genoemd, vanwege de aanwezigheid van bierbrouwerij Stella Artois, inmiddels Inbev, en de studenten van de Katholieke Universiteit Leuven. Ook de Oude Markt – een sfeervol plein omrand met keurig gesnoeide boompjes – heeft een toepasselijke bijnaam: ‘de langste toog van Europa’.

De vele drink- en eettentjes bieden een welkom excuus. We ploffen neer op een terras op de Grote Markt voor een uitgebreide lunch. Gelukkig is het gestopt met regenen.

Meteen valt op hoe goedkoop het eten is. Voor 8 à 9 euro heb je bijvoorbeeld al een heerlijke pasta. De menukaart is lekker Vlaams geformuleerd: de zalmmoot gaat gepaard met ‘groentjes’ en ‘sausjes’.

Mocht je nou per ongeluk op een terras zijn neergestreken waar je geen eten kunt bestellen...

Geen paniek.

Een typisch Leuvens gebruik is de ‘picknick’, zo vertelt een inwoner van de stad. Je haalt eten bij een afhaalzaakje en eet dat vervolgens op een terrasje op, bijvoorbeeld op de Oude Markt, waar veel kroegen zitten zonder keuken. L’Inizio schijnt een aanrader te zijn voor afhaalpasta’s, maar helaas: een bordje op de deur vertelt dat het pastabarretje met ‘jaarlijks verlof’ is.

Maar je komt natuurlijk niet alléén voor het eten en drinken naar Leuven. Er zijn zo veel bezienswaardigheden dat het onvermijdelijk is om keuzes te maken, zeker wanneer je maar twee dagen gaat. Gelukkig zijn er verschillende stadswandelingen uitgestippeld in Leuven; kies een kleur en volg de bordjes.

Sla in geen geval de wandeling naar het Groot Begijnhof over. Sinds 2000 staat dit ‘stadje in een stad’, dat dateert uit het begin van de dertiende eeuw, op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. In het begijnhof, waar de rivier de Dijle dwars doorheen stroomt, waan je je in de Middeleeuwen – ieder moment kan er een paardenkar de hoek om komen, dat gevoel. Gemotoriseerd verkeer is hier niet toegestaan, dus wie weet.

Eén – niet onbelangrijke – tip, voor vrouwen: trek geen hakken aan. Op platte schoenen is het al lastig genoeg om niet te struikelen over de eeuwenoude, zéér onregelmatige kinderkopjes. „Het lijkt wel of ik dronken ben”, klinkt het naast me. Terwijl bij de lunch nog geen druppel alcohol is genuttigd. Echt niet.

In 1962 werd het Groot Begijnhof door de Katholieke Universiteit van Leuven aangekocht en later gerestaureerd. Nu wonen er in de wirwar van straatjes, pleintjes en tuinen voornamelijk professoren en studenten.

Schiet als je terugloopt naar de terrasjes zeker even de Kruidtuin in, de oudste botanische tuin van het land. In deze tijd van het jaar staat alles in bloei en het ruikt er heerlijk.

De straatjes vlak buiten het centrum zijn een oase van rust: er rijden amper auto’s en eigenlijk zie je ook nauwelijks mensen. Wel ontdek je her en der grappige ‘straatkunst’; zoals de vele paren schoenen die zijn gedrapeerd over een kabel boven de weg. Ze zijn onderdeel van OUToMatic, een street art festival, waarvoor kunstenaars is gevraagd ‘ingrepen’ in de Leuvense binnenstad te doen.

Sowieso valt op hoe ontzettend veel zomeractiviteiten Leuven organiseert. Een beachvolleybaltoernooi. Lunchconcerten op de Grote Markt – al is dit vrij zware en droevige muziek, niet echt opbeurend tijdens een lunch of borrel. Muziekfestivals als ‘Beleuvenissen’ en ‘Marktrock’. Hapje Tapje, een culinair festival waar je lekkere hapjes kunt proeven. De slogan van Leuven luidt niet voor niets: ‘Eeuwenoud, springlevend’.

Deze zaterdagavond vindt op de Oude Markt de Leuvense editie van ‘Vlaanderen Zingt’ plaats. Het plein is afgeladen vol. Er zijn vooral stelletjes en vriendengroepen, maar ook ouders met jonge kinderen in buggy’s en ouden van dagen. Iedereen heeft het krantje met songteksten, dat op de hoek van de Oude Markt in je handen werd gedrukt, voor zijn neus en zingt mee met klassieke karaokehits als ‘Non non rien n’a changé’, ‘Proud Mary’ en ‘I will survive’. Bij voor ons Nederlanders minder bekende liedjes als ‘Hittentit’ van Urbanus, slaat de slappe lach toe.

Maar naarmate de avond vordert en de Belgische biertjes en caipirinha’s elkaar in een hoger tempo opvolgen, wordt het sfeervoller en knusser. Bij het lalalalalalalalalalalalalaaaaaaa van ‘Les lacs de Connemara’ van Michel Sardou (zoek hem even op via YouTube, je kent hem heus) ontploft de Oude Markt. Duizenden mensen schreeuwen de longen uit hun lijf en zwaaien hun krantjes heen en weer in de lucht. Zowaar een kippenvelmoment.

Als we midden in de nacht, ietwat beneveld, in een van de kroegjes een toilet opzoeken, staat op de deur in een slordig handschrift ‘Leuven is van ons’ geschreven.

Waar het precies door komt, weten we niet, maar we kunnen het alleen maar beamen. Leuven is inmiddels ook al een beetje van ons. En voor alle dingen die we dit weekend níét hebben gedaan – zoals een bezoek brengen aan de bierbrouwerij of aan Museum M – komen we terug.

Beloofd.

Dit is het vijfde deel in een serie reisreportages, waarvoor next-verslaggevers naar steden reizen die vanuit Nederland goedkoop bereikbaar zijn.