Column

Tattoodeloe

Mijn zoon wees me op een foto van Cabauter Wesley, die een foeilelijke afbeelding van zijn vrouw op zijn buik heeft laten tatoeëren. Weet eerlijk gezegd niet zeker of het zijn vrouw wel is.

Op het internetplaatje leek ze meer op de Zangeres zonder Naam in haar allerlaatste dagen. Maar ik ga er van uit dat de tatoeëerder Yolanthe bedoeld heeft.

Moest denken aan het beeld op de Amsterdamse Cuyp waar een bordje bijstaat dat deze klomp brons André Hazes voor moet stellen. Ook zo lelijk.

Dat bordje is geen luxe. Je denkt eerder te maken te hebben met de heteroseksuele, licht verstandelijk gehandicapte broer van George Michael dan met Dré.

Het beeld is besteld via internet en gemaakt door een of andere dronken afhaalchinees. Misschien moet Wes ook de naam van Yootje eronder laten zetten. Voor de duidelijkheid. Voor hij het weet gaan allerlei heksen claimen dat zij het zijn!

Ik begrijp dat zo’n tatoeage een bewijs van liefde is. Zo schijnt Yolanthe een lange regel over Wes op haar lichaam te hebben. En Jan Smit heeft ook weer iets over Yolanthe op zijn lijf. Of zal hij dat er al af hebben laten laseren?

De afbeelding van Yolanthe op de buik van de voetballer is niet mals. Ik bedoel: die is zo groot dat hij hem er nooit meer af krijgt gegumd.

Nou hoop ik uiteraard dat de tekening nooit verwijderd hoeft te worden. Als ik dit supersetje iets gun dan is het eeuwige liefde.

Maar stel dat het toch misgaat. Dat een van de twee iemand anders tegenkomt. Dat Wes op een zekere dag vlinders onder de tatoeage van zijn vrouw voelt. Niet voor Yo, maar voor een andere lieftallige dame. En stel dat dat doorzet! Dat dat wat wordt!

Wat dan?

Dan heeft die nieuwe dame een Wes met een foeilelijk portret van zijn ex op zijn buik. Dat vrijt niet vrolijk. Dat wakkert het vuur niet aan.

Een klein tattootje kan weg. Zeelui weten al jaren: van een meisjesnaam is zo een bloem of een bootje gemaakt. Maar deze is zo groot. Alleen een stoma kan de boel ooit camoufleren.

Ben blij dat ik tattooloos in het leven sta. Heb in de loop van mijn aardse bestaan best wel wat inkt aan mijn liefdes besteed, maar uitsluitend op papier.

Aan mijn lijf geen polonaise. En zover ik weet sier ikzelf ook geen dameslijf. Ik moet daar aan denken nu ik op het punt sta om voor de zoveelste keer in mijn leven te verhuizen. Ik houd grote schoonmaak in mijn kasten en papieren archieven. Ik vond daar nog wat oude liefdesbrieven terug. Vurige, maar ook hele boze. Scheldkanonnades van furieuze exen. Meestal terecht. Dan had ik weer iets ondraaglijks geflikt.

De brieven hebben een aantal huizen overleefd, maar nu heb ik ze vernietigd. Eerst verscheurd en toen in grote blauwe vuilniszakken aan de weg gezet. En erbij gestaan om te zien dat ze in de vuilniswagen verpulverd werden.

Beter voor mij en voor de door mijn nog altijd in vertedering gekoesterde exen. De woorden gaan niemand iets aan. Ze zijn gezegd en geschreven, geluisterd en gelezen en ze hebben hun waarde gehad. Goed dat ik ze niet verder hoef mee te torsen.

Maar wat ben ik blij dat mijn lijf leeg is. Geen ex op mijn rug of reet. Wat lijkt me dat erg. Ook al weet ik dat een tatoeage niks weegt vrees ik toch dat hij uiteindelijk loodzwaar op je gaat drukken. Een geestelijke hernia, die geen psychiater kan genezen, tot gevolg.

Scheel en scheef van het dozen pakken loop ik door het huis. Moe en murw van het weggooien van veel te veel rotzooi.

Een vriend van mij zei: „Dat had je door Polen moeten laten doen”, waarop ik antwoordde: „Of Noren. Die zijn goed in opruimen”.