Straks weten we wellicht hoe Cervantes eruit zag

Historici en archeologen gaan op zoek naar het uiterlijk van de Spaanse schrijver Miguel de Cervantes.

Forensisch archeologen moeten het gezicht van Cervantes (1547 - 1616), schrijver van Don Quichote, kunnen reconstrueren op basis van zijn gebeente, dat begraven zou liggen in de muren of onder de vloeren van een klooster in Madrid. Tot nu toe is dat slechts af te leiden uit een schilderij dat twintig jaar na zijn dood werd gemaakt door Juan de Jáuregui. De Spaanse onderzoekers willen ook Cervantes’ doodsoorzaak vaststellen. Nu wordt aangenomen dat hij overleed aan een leveraandoening door overmatig drankgebruik.

Cervantes’ botten raakten zoek in 1673, bij een verbouwing van het klooster. De onderzoekers hopen ze terug te vinden door met radiogolven onder en in de muren van het klooster te zoeken. De botten moeten gemakkelijk te identificeren zijn. Cervantes liep in 1571 namelijk zware verwondingen op bij de Slag bij Lepanto. Het onderzoek moet klaar zijn in 2016, als de 500ste sterfdag van Cervantes wordt herdacht.

„Opwindend”, reageert Barber van de Pol. Zij vertaalde in 1997 Don Quichote in het Nederlands. „Bij zijn dood was hij in Spanje een bekende, maar arme auteur. Er werden roofdrukken van Don Quichote gemaakt, waardoor hij zelf weinig aan zijn boek verdiende. Hij is destijds door nonnen in het klooster begraven – de gebruikelijke begrafenis voor een arme.” Van de Pol betwijfelt of de speurtocht naar Cervantes kan worden gezien als een poging te bouwen aan een Spaanse identiteit. Dat geldt eerder voor pogingen die zijn ondernomen om het lichaam van dichter Federico García Lorca op te graven. García Lorca werd door Franco-sympathisanten vermoord. „Cervantes is een Spaanse held, dat wel. Maar hij is een held die eerder wordt gevierd, dan dat hij wordt gezien als bindend element voor Spanje.” (NRC)