Noren zien na de aanslag staatsman in de premier

Ooit was Jens Stoltenberg zélf een van de sociaal-democratische jongeren op kamp op Utøya. Sinds 1974 kwam hij er elk jaar. Na de aanslag op het eiland zien de de Noren hun premier sinds deze week met andere ogen.

Het eilandje Utøya loopt als een rode draad door het leven van de Noorse premier Jens Stoltenberg. Een week geleden, op het moment dat bij het regeringscentrum in Oslo een bom ontplofte, werkte hij aan de toespraak die hij daar zou houden. Net als ieder jaar sinds 1974, toen hij als 15-jarige voor het eerst deelnam aan het zomerkamp van de sociaal-democratische Arbeiderspartij, zou hij er bij zijn.

Veel werd van zijn toespraak niet verwacht. Tot deze week zouden weinig Noren hun 52-jarige premier een inspirerende politicus hebben genoemd, zelfs niet in zijn eigen partij. Stoltenberg was de man van cijfers, een bureaucraat zonder grote visie.

Tot na de aanslagen. Stoltenberg heeft meteen de juiste toon getroffen, toonde zich emotioneel betrokken, erkende dat hij had gehuild. Maar tegelijkertijd was hij vastberaden, en hamerde op het behoud en versterken van democratische waarden. Hij was overal, legde steeds weer troostend een arm om huilende mensen. Zo wist hij de onrust en onzekerheid te bezweren. Zo kanaliseerde hij, zeggen sommigen, wraakgevoelens onder de bevolking. „Ik hoop en geloof dat het Noorwegen dat we zullen zien opener, toleranter zal zijn dan wat we hiervoor hadden,” zei Stoltenberg:

Uit een opiniepeiling van het dagblad Verdens Gang blijkt dat 94 procent van de Noren vindt dat de premier deze week „zeer goed” heeft gehandeld. De tevredenheid over het optreden van de koning (76 procent) steekt daar mager bij af. Slechts 1,2 procent heeft kritiek op Stoltenberg. „Niemand had dit beter gedaan”, zei historicus Hans Olav Lahlum in Verdens Gang. Hij verwacht dat Stoltenberg „de geschiedenis in zal gaan als een staatsman”.

Jens Stoltenberg was voorbestemd voor de politiek. Zijn vader en moeder hadden hoge functies in de Arbeiderspartij. Vader Thorvald was minister van Defensie en later van Buitenlandse Zaken. Moeder Karin was staatssecretaris op het ministerie van Handel en later van Industrie. Hun zoon liet zich aanvankelijk inspireren door zijn leninistische oudere zus. Hij demonstreerde tegen de oorlog in Vietnam en gooide stenen naar de Amerikaanse ambassade.

Maar al snel trad hij in het voetspoor van zijn ouders, en werd een gematigde sociaal-democraat met liberale trekjes. Hij kwam in de leiding van de jeugdbeweging van de Arbeiderspartij – het doelwit van Breivik. Hij kreeg daar te maken met een schandaal over opgeschroefde ledentallen om meer subsidie te krijgen, maar werd niet veroordeeld.

In 1993 was Stoltenberg voor het eerst minister. In de regering van Gro Harlem Brundtland leidde hij het ministerie van Economische Zaken en Energie. Onder haar opvolger Thorbjørn Jagland werd Stoltenberg minister van Financiën. In 2002 nam hij de leiding van de Arbeiderspartij, die na slechte verkiezingen en interne strubbelingen in de problemen was geraakt, over van Jagland. Drie jaar later won hij de verkiezingen en – heel bijzonder – in 2009 nogmaals.

Toch slaagde Stoltenberg er maar niet in de harten van de Noren te winnen. Ze gniffelden over zijn eerste plaats op de lijst van het weblog ‘hottest heads of state’. Ze waren wel trots op de ook onder Stoltenberg succesvolle Noorse stille diplomatie bij internationale conflicten, maar moesten niets hebben van zijn pleidooi voor de Europese Unie. Ze bewonderden wel de manier waarop hij het land in 2008 en 2009 door de financiële crisis heeft geleid. Dat was de reden waarom ze hem in 2009 een tweede termijn gunden.

Anders Breivik had het in Oslo mogelijk gemunt op Stoltenberg. Zijn kantoor werd zo zwaar beschadigd dat de premier voorlopig onderdak heeft gezocht in het ministerie van Defensie. Door het bloedbad dat Breivik op Utøya aanrichtte, veranderde hij Stoltenbergs „paradijs” in een hel. Toch antwoordde de premier deze week op de vraag van een journalist over hoe hij Breivik beoordeelt: „Ik probeer afstand tussen hem en mij te creëren.” Alleen zo was de premier deze week in staat zijn vertrouwen in Noorwegen te stellen tegenover Breiviks haat. Daarvoor zijn de Noren hem zeer dankbaar.