Met de nieuwe Ajax-baas moet je geen ruzie krijgen

Ajax heeft een nieuwe president-commissaris met een bijzonder cv: drie academische titels en de zwarte band jiu jitsu.

2011-07-25 Nieuwe RVC Ajax P,Romer,S ten Have,M Olfers,E Davids en niet op foto J Cruijff Photo Ajax Louis van de Vuurst

„Ik zou hem niet opzoeken”, waarschuwt Kees Broertjes, eigenaar van sportschool Broertjes Sport & Health in Zeist. „Steven staat stevig op de mat en heeft een heel sterke ippon seionage in huis.”

Steven is Steven ten Have, de deze week benoemde president-commissaris van Ajax. Broertjes is al zes jaar zijn vaste jiu jitsu-trainer. „Hij traint hier zeker 3 keer per week, heeft een ijzeren discipline en is uiterst gedreven.”

In juni, toen hij zijn sollicitatiegesprekken voerde met de benoemingscommissie van Ajax’ ledenraad, haalde Ten Have zijn 2de dan, de op drie na hoogste graad in deze budosport. Daarnaast heeft hij bij dezelfde sportschool de bruine band karate gehaald. Kees Broertjes, behalve meester intussen ook een goede vriend van Ten Have, zegt het nog maar eens. „Met Steven moet je geen ruzie krijgen.” Maar ondanks zijn bekwame Japanse vechttechnieken, stelt Broertjes gerust, zal hij een conflict „altijd eerst verbaal proberen op te lossen”.

Voor de meeste Ajacieden, zowel supporters als aandeelhouders, was Steven ten Have een grote onbekende toen hij afgelopen maandag werd voorgedragen als nieuwe voorzitter van de raad van commissarissen, als opvolger van de onder druk van Johan Cruijff opgestapte Uri Coronel. De aandeelhoudersvergadering stemde massaal met zijn benoeming in, net als met die van de vier gewone commissarissen: Johan Cruijff zelf, oud-Ajacied Edgar Davids, advocate Marjan Olfers en aanstaande omroepdirecteur Paul Römer.

Voor veel grote Nederlandse bedrijven is Ten Have helemaal geen onbekende. Hoewel nog geen 44 jaar oud is hij al bijna twee decennia actief als organisatieadviseur; de eerste tien jaar van zijn loopbaan bij adviesbureau Berenschot, sinds 2004 bij zijn eigen kantoor Ten Have Change Management in Utrecht, dat hij samen met zijn broer opzette.

De anderhalf jaar jongere Wouter ten Have is sinds hun beider jeugd zijn onafscheidelijke evenknie. Ze zijn niet alleen broers, ook elkaars beste vrienden. Ze voetbalden samen. Gaan samen met vakantie, bellen drie keer per dag en maakten sinds 1994 een bijna identieke carrière door.

Na een indrukwekkend academisch cv – een dubbele studie in Utrecht (rechten en psychologie) en een masterstitel bedrijfskunde op Nyenrode – liep Steven stage bij Berenschot. Aan het einde bleken er twee vacatures te zijn. Hij solliciteerde en vroeg zijn broer, die economie in Amsterdam studeerde, hetzelfde te doen. Beiden werden aangenomen.

Steven kwam terecht bij de adviesgroep ‘Ondernemingsstrategie en Bestuur’, Wouter bij ‘Opleiding en cultuurveranderingen’. Na enige tijd kregen ze samen opdrachten en projecten toegewezen. Zo ontstond in 1998 de The Change Factory, een in verandermanagement gespecialiseerde afdeling. In 2000 werd Steven lid van de groepsdirectie (broer Wouter volgde twee jaar later), hij promoveerde in 2001 tot vicevoorzitter. Hij was toen 34.

Twee jaar later werd hij gepasseerd voor de hoogste functie bij Berenschot ten faveure van een buitenstaander. „Dat was hij graag geweest”, zegt Leo Markesteyn, voormalig collega-bestuurder bij Berenschot. „Hij is ambitieus en had geen zin om voor een andere voorzitter te gaan werken.” Vervolgens besloot hij samen met z’n jongere broer Wouter voor zichzelf te beginnen.

Als jonge consultant was hij rond de eeuwwisseling nauw betrokken bij de integratie van Hollandse Signaal in het Franse defensieconcern Thales. Vier jaar geleden adviseerde hij de centrale ondernemingsraad van ABN Amro in het roerige jaar dat de bank onvrijwillig werd overgenomen en opgesplitst.

Begin vorig jaar werd hij door dezelfde bank, intussen door de overheid genationaliseerd, gevraagd om er commissaris te worden. Het was niet zijn eerste nevenfunctie – dat was die in 2006 bij opleidingsinstituut Cito – maar wel zijn eerste ‘zware’.

Dat de organisatieadviseur carrière zou maken in het grote bedrijfsleven was niet vanzelfsprekend toen hij in 1967 in het Utrechtse De Meern geboren werd. Hij is, zoals dat heet, van eenvoudige komaf. Vader Ten Have, een boerenzoon, was monteur bij de Gasunie. Moeder wijkverpleegster. „Mijn ouders zijn trots op wat wij hebben bereikt”, zegt broer Wouter, „maar ze zeggen er wel steeds bij dat dit niet hun wereld is.”

Voor zover dat ging, moedigden zijn ouders Stevens omvangrijke studieplannen aan, maar hij moest het wel grotendeels zelf betalen. Zonder morren heeft hij altijd baantjes gehad tijdens zijn studiejaren in Utrecht en op Nyenrode; hij moest er het actieve studentenleven voor laten schieten. Hij werkte jarenlang in een kledingzaak in Hoog Catharijne en was ober in het Italiaanse restaurant Il Pozzo aan de Oude Gracht. „Hij heeft zijn drie studies zonder studieschuld afgerond”, zegt Wouter.

„Van dat werken in een restaurant zegt hij zelf veel geleerd te hebben”, zegt journalist Suzanne Weusten. Zij schreef in 2000 samen met Steven ten Have en Berenschot-collega Joep Bolweg het boek Binding en Motivatie. „Dat het belangrijk is attent te zijn, mensen het gevoel te geven dat ze welkom zijn, dat ze zich echt gast voelen. Dat je ze zo al een geslaagde avond kan geven, nog los van de kwaliteit van het eten.”

Hij trekt voor leiderschap graag metaforen over topkoks en voetbaltrainers uit de kast, zegt Weusten. „Hij heeft bewondering voor chef-koks die met allemaal topkoks in hun keuken om zich heen, toch zorgen dat het niet uit de hand loopt. En voor voetbaltrainers die hun spelers niet vertellen hoe ze moeten voetballen, maar wel wát ze in het veld moeten doen.”

Ten Have heeft ook iets met goed eten. „Voor een ander boek gingen we naar Parijs om managementgoeroe Manfred Kets de Vries te interviewen. Steven nam hem toen meteen mee naar een driesterrenrestaurant.”

Sindsdien heeft hij nog meer managementboeken geschreven. Bovendien is hij naast zijn werk als consultant ook wetenschappelijk actief. Hij is deeltijd hoogleraar ‘stategie & verandering’ aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In 2002 promoveerde hij in de technische bedrijfskunde aan de Universiteit Twente.

Hoewel een ras-Utrechter is Steven ten Have een „ echte Ajax-fan”, weet Keje Molenaar, lid van de commissie die voor Ajax’ ledenraad de nieuwe raad van commissarissen rekruteerde. Of hij fan was van de club, was een van de eerste vragen tijdens de selectieprocedure.

Dat Ten Have in zijn jeugd niet voor FC Utrecht koos als favoriete club, toch de enige profclub in de buurt, kwam volgens zijn broer Wouter door zijn eigen jeugdtrainer bij VV De Meern. Die was een groot Ajax-fan en nam het jeugdteam eens mee naar een wedstrijd van Ajax. „Sindsdien is hij supporter.” Bij de lokale voetbalclub schopte Ten Have het tot de A1 junioren, die in de regionale jeugdcompetitie speelden. Daarna haakte hij af en koos voor jiu jitsu.

Zijn adviesbureau is officieel partner van de Nederlandse hockeybond, waarbij het lokale clubs adviseert hoe zij hun organisatie professioneler kunnen maken. Maar bij dat werk is Ten Have zelf slechts zijdelings betrokken.

Dat hij met het besturen van een sportclub hoegenaamd geen ervaring had, was voor Keje Molenaar en de zijnen geen bezwaar. „Het belangrijkste is dat hij weet hoe het er bij een beursgenoteerde bedrijf aan toegaat.” Dát, en zijn „Ajaxhart”  maakte Ten Have voor Molenaar al snel „onze ideale nieuwe president-commissaris”. Ten Have zal zich volgens Molenaar meer met de bedrijfsmatige kant van de club bemoeien dan met de vereniging. „Anders dan zijn voorgangers die ook uit het bedrijfsleven kwamen, heeft Steven met collega-commissarissen Cruijff en Davids wel voetbaltechnische ervaring om zich heen.”

Onder collega’s uit zijn tijd bij Berenschot staat Ten Have bekend als een slimme jongen, scherp en analytisch. „Hij is buitengewoon intelligent, zonder een studeerkamergeleerde te zijn”, zegt Leo Markesteyn. „Hij heeft óók een rechterhersenhelft, voor de sociale, menselijke kant. Steven zal nooit op professorale wijze zijn opvattingen willen opdringen. Hij is in staat om goed naar anderen te luisteren. Die eigenschap zal hij bij een voetbalclub als Ajax hard nodig hebben.”

Markesteyn kan het weten, want deze crisismanager is door het noodlijdende FC Den Bosch ingehuurd om financieel orde op zaken te stellen. Eerder deed hij een soortgelijke klus puinruimen bij FC Utrecht. „In de voetbalwereld krijg je als buitenstaander snel kritiek dat je niks van voetbal weet. Als je je dat aantrekt, krijg je geen poot aan de grond. En al helemaal niet als je stampij gaat maken. Steven is in staat om in crisisachtige situatie gezag te veroveren en vervolgens de juiste stappen te zetten. Ik geloof dat het hem zal lukken om bij Ajax de ramen tegen elkaar open te zetten; die van de voetbalkant en van de bedrijfskant. Als hij als president-commissaris niet slaagt, zou ik niet weten wie het dan moet worden.”