Mentale crisis van een hitman

Grosse Pointe Blank (George Armitage, 1997) Eén, 23.25 – 01.10 uur

Een paar jaar voordat tv-serie The Sopranos werd geprezen om zijn originele idee van een maffiabaas die stiekem in therapie is, was er al de vermakelijke komedie Grosse Pointe Blank. Hoewel de film bij uitbreng in de VS al meteen een cultstatus kreeg, verscheen hij in Nederland vreemd genoeg alleen op video.

John Cusack speelt de afgestompte huurmoordenaar Martin Blank – zijn achternaam verraadt de existentiële leegte in zijn bestaan – die op aanraden van zijn psychiater (Alan Arkin) tien jaar na het behalen van zijn diploma naar zijn schoolreünie in de buitenwijk Grosse Pointe in Detroit gaat, zodat hij wellicht uit zijn geestelijke crisis komt. Hier loopt hij ex-geliefde Debi (Minnie Driver) tegen het lijf, die hij een decennium eerder in de kou liet staan door niet op te dagen bij de prom night. Tegelijkertijd heeft hij er een klus te doen, telefoneert hij regelmatig met zijn psychiater in Los Angeles en wordt hij ook nog eens op de hielen gezeten door de FBI.

De zwarte komedie draait vooral om contrasten: tussen de suffe suburb en de harde gangsterpraktijken, en tussen Blanks beroepskeuze en die van zijn oude klasgenoten: wat moet hij ze over zijn baan vertellen?

Ook blijkt de film actueel. De psychiater worstelt met zijn beroepscode die vereist dat hij Blanks ‘dossier’ geheim houdt. Dat doet denken aan de discussie rond Tristan van der V: had diens behandelend arts zijn kennis met de politie moeten delen?

André Waardenburg