Maasstad deed niets na het alarm

Medisch microbiologen van het Maasstad werden al in maart gewaarschuwd over de superresistente bacterie.

Pas eind mei lichtten ze de baas van hun ziekenhuis in.

Het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam maakte eind mei bekend een nauwelijks te bestrijden superbacterie in huis te hebben en er alles aan te doen om die uit te bannen. Het ziekenhuis had weliswaar tot dan traag gereageerd, liet de directie de media weten, maar ja, zelfs de medisch microbiologen wisten het nog maar net. De microbiologen, blijkt nu, zijn al sinds 14 maart gewaarschuwd voor de bacterie.

„Ga maar even zitten”, had medisch microbioloog Ann Demeulemeester van het huisartsenlaboratorium in Etten-Leur die dag telefonisch tegen haar collega Tjaco Ossewaarde van het Maasstad gezegd. Ze had iets gevonden bij een patiënt van een van de huisartsen voor wie ze werkt. Dat deed, zegt ze nu, „al mijn alarmbellen rinkelen”. Het was de nauwelijks te bestrijden Oxa-48 variant van de bacterie Klebsiella pneumoniae. De bacterie is ongevoelig voor de meeste soorten antibiotica. De patiënt die hem bij zich droeg, een oudere man, had enkele maanden ervoor op de intensive care van het Maasstad gelegen. Ze waarschuwde Ossewaarde dat de patiënt onderweg was naar zijn ziekenhuis. Demeulemeester: „Ik vertelde hem dat de patiënt eerder in zijn ziekenhuis had gelegen. Hij zei: Dank je, ik ga ermee aan de slag.” Ze hoorde er niets meer van, tot eind mei. Inmiddels zijn in het Maasstad Ziekenhuis 78 patiënten met de bacterie besmet, van wie 27 zijn overleden. Een deskundige zoekt nu uit of ze met of dóór de bacterie zijn overleden. Het ziekenhuis zegt dat het sterftecijfer op de IC niet hoger is dan vóór de uitbraak.

Ook het Amsterdamse Slotervaartziekenhuis nam contact op met het Maasstad. Medisch microbioloog Jayant Kalpoe belde op 8 april met Wim Hendriks, een van de vier microbiologen van het Rotterdamse ziekenhuis. Hij waarschuwde Hendriks voor exact dezelfde variant van de bacterie, vertelt Kalpoe. Een van zijn patiënten was besmet en die kwam net uit het Maasstad. In zijn patiëntendossier, dat daar was opgesteld, stond dat het om een nog onbekende, multiresistente bacterie ging, die ze in Rotterdam niet konden bestrijden. Kalpoe testte de patiënt en ja hoor: Oxa-48. Kalpoe: „Ik was verbaasd dat ze zelf niet bedachten dat dit het dit zeer resistente gen kon zijn. Als je signaleringssysteem werkt, kom je daar snel genoeg achter.” Al bij lezing van de klinische gegevens gingen bij Kalpoe „alle rode vlaggen wapperen”. De patiënt overleed een paar dagen later aan een hartstilstand. Op 8 april was er dus opnieuw een arts in het Maasstad Ziekenhuis die wist van de Oxa-48 besmetting. Het ziekenhuis zegt dat Hendriks ontkent te zijn gebeld.

Als bestuursvoorzitter Paul Smits ervan hoort, valt hij even stil. Zijn microbiologen vertelden hem pas op 26 mei dat er een uitbraak was. Toen waren al tientallen patiënten besmet. De microbiologen wisten het zelf nog niet zo lang, vertelden ze hem desgevraagd. Nou ja, sinds eind april, en toen zijn ze gaan testen. „Als dit klopt”, zegt Smits nu, „hadden ze me direct op 14 maart moeten waarschuwen”. Een bacterie zo resistent als deze moet onmiddellijk de kop ingedrukt worden, anders verspreidt ze zich razendsnel door het ziekenhuis. Via handen van verpleegkundigen die weer katheters, infusen en naalden inbrengen bij andere patiënten. Uit onderzoek achteraf – toen de deskundigen van het instituut voor volksgezondheid RIVM eind mei ingrepen – blijkt dat in oktober vorig jaar al een patiënt in het Maasstad lag met de Oxa-48 variant van de Klebsiella. En al sinds de zomer van 2009 waart er een mildere variant van de Klebsiella bacterie in het ziekenhuis. Ook die had er volgens deskundigen niet zo lang hoeven zijn. De Inspectie voor de Gezondheidszorg stelde vorige week het ziekenhuis onder verscherpt toezicht: de epidemie was in volle gang en het ziekenhuis handelde te traag. De hygiënisten in het Maasstad kwamen er met de medisch microbiologen niet uit hoe ze de bacterie het best konden bestrijden. Hoogleraar medische microbiologie van het UMC Utrecht, Marc Bonten, is binnengehaald om snel orde op zaken te stellen. Nog eens ruim 1.800 ex-patiënten van het Maasstad Ziekenhuis worden nu opgespoord en getest.

Hoe denkt Paul Smits dat de uitbraak zo lang onopgemerkt is gebleven? Hij somt op: verschil van inzicht tussen de hygiënisten en de medisch microbiologen. De microbiologen die lang dachten het zelf op te kunnen lossen. Ze stuurden verdachte bacterie-‘stammen’ niet op naar het RIVM, terwijl ze dit volgens een landelijke richtlijn wel hadden moeten doen. Het ziekenhuis had een computersysteem dat bij elke patiënt de gangbare ziekenhuisbacterie MRSA kon detecteren maar geen enkele andere bacterie. Het was niet aangesloten op een systeem van het RIVM dat een zo resistente bacterie automatisch ontdekt. En: „Als een dergelijke uitbraak zich voordoet, kan het niet anders of het personeel heeft niet consequent de handen gewassen of zich consequent aan de hygiënische voorschriften gehouden.” In de nieuwbouw zaten de dispensers met desinfecterende middelen op een onhandige plek.

Wat Smits zich het meest aantrekt: dat de medisch microbiologen hem niets hebben verteld. „Dit is een open organisatie. Iederéén loopt hier de hele dag binnen. Toen we twee jaar geleden te maken hadden met vervuilde endoscopen, heeft die medewerker ook niet gedacht: ik kijk het een paar dagen aan, maar heeft het meteen bij mij gemeld.”

Smits zelf stelde direct een crisisteam in, waarschuwde de GGD en het personeel. Microbiologen van andere ziekenhuizen zeggen dat hun collega’s in het Maasstad hebben gefaald. Het ziekenhuis trad niet stevig genoeg op tegen de eerdere, mildere variant van de bacterie, zegt de een. Ze zaten te slapen, zegt een ander. Dan beginnen ze over een eerdere, forse uitbraak van MRSA in het ziekenhuis, in 2002.

De microbiologen van het Maasstad kiezen ervoor niet zelf te reageren. Wim Hendriks, voorzitter van de maatschap van microbiologen in het Maasstad, werkte ook in het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis in Dirksland, op Goeree-Overflakkee. De medisch directeur van dat ziekenhuis, Paul van der Velden, hoorde eind mei via kranten over de uitbraak. Toen waren er al twintig doden. Van de Velden: „Wij hebben meteen maatregelen getroffen. Elke patiënt die in het Maasstad had gelegen, hebben we geïsoleerd om verspreiding te voorkomen.” Alleen: hij wacht al zes weken op een lijst van Het Maasstad van andere besmette patiënten die mogelijk bij hem terecht zijn gekomen.

Deze week zijn de artsen van het Maasstad onder leiding van Marc Bonten de buitenwereld écht gaan informeren. Tijdens een bijeenkomst op het kantoor van de GGD Rotterdam hebben arts-microbiologen uit de regio te horen gekregen wat ze moeten doen om verdere verspreiding te voorkomen. Verrassend simpel eigenlijk: handen wassen, handen wassen, handen wassen. Met alcohol. Daar was onenigheid over binnen Maasstad, maar sinds Bonten er is, is dat het devies.