Lily kwam er wel, James Bond niet

Een centrum van handel, corruptie, triades, intriges, sensuele verleidingen en opium. In de westerse fantasie was Shanghai ooit een synoniem voor verdorvenheid. Zie het gezelschap dat elkaar in de trein van Peking naar Shanghai ontmoet in Josef von Sternbergs Shanghai Express (1932): een beroepsgokker, een opiumhandelaar, een missionaris, een bandiet en Marlène Dietrich als courtisane. Zij deelt haar vroegere aanbidder Harvey daar vermoeid mee: „It took more than one man to change my name into Shanghai Lily.” In 1941 liet Von Sternberg opnieuw het wufte Shanghai een vrouw bederven: ditmaal miljonairsdochter Poppy (Gene Tierney) die suddert in drugs, drank en gokschulden bij het niet zo vriendelijke Chinese moedertje Gin Sling. Met Oud en Nieuw, zo blijkt hier, drogeert en verkracht men in Shanghai routineus willekeurige vrouwen en laat ze dan schaars gekleed in boven de straat hangende kooien achter.

Zo bezien was het maar goed dat Japan in 1941 het al gedemilitariseerde Shanghai innam en de westerlingen interneerde. Empire of the Sun (1987) van Steven Spielberg speelt zich vooral af in een jappenkamp, maar gedenkwaardig is het begin, als het Britse jochie Jim Graham – gespeeld door een piepjonge, nogal irritante Christian Bale – moederziel alleen achterblijft met zijn fietsje. Spielberg brengt het prachtig in beeld: de rustige, lommerrijke koloniale wijk met zijn herenhuizen versus de benauwende Chinese mensenmassa’s. De haven ligt vol sampans, oorlogsschepen, afval en roestige woonwrakken: je ruikt hem bijna.

Shanghai tijdens de Tweede Wereldoorlog is decor van het zinderende. bloedgeile Lust, Caution (2007) van Ang Lee. In die film verleidt actrice Mai Tai Tai in dienst van de Chinese nationalistische zaak de machtige Japanse collaborateur Mr. Yee – en wordt zelf verleid.

Toen Mao in 1949 het grote roer overnam, viel het doek voor deze brandhaard van kosmopolitisch bederf. Maar toen medio jaren tachtig het doek weer opging, voelden de nieuwe generatie Chinese filmmakers, sterregisseur Zhang Yimou voorop, zich tot dit oude Shanghai aangetrokken als vliegen door rot fruit. Yimou maakte onder meer Shanghai Triad (1995), Stephen Chow situeerde de meest hilarische kung fu-komedie aller tijden in Shanghai, jaren dertig: Kung Fu Hustle (2004).

Het moderne Shanghai, met zijn in nevels gehulde wolkenkrabbers, neon en havens, is fraai verbeeld door David Verbeek in Shanghai Trance.

En in het wat brave Apart Together, de Chinese opening van de Berlinale in 2010, fungeert Shanghai als verzoener van twee China’s: het communistische van Mao en het nationalistische van Tsjang Kai-tsjek, dat in 1949 vluchtte naar Taiwan. Twee oudjes die elkaar toen op de kade kwijtraaken, beleven nu een bitterzoete hereniging in Shanghai.

En James Bond? Die kwam nooit verder dan Hongkong, maar zeg nooit nooit.