Karel van het Reve

De opmerking van Elsbeth Etty over de stijl van Karel van het Reve, namelijk dat hij schreef zodat het leek alsof hij sprak, wordt natuurlijk niet weerlegd door een vergissing bij ’t spreken (‘ik ben een van de weinige westerse geleerden die van mening is (Boeken, 15-07-11). Het compliment dat Etty Van het Reve maakt, is het mooiste dat een prozaschrijver zich kan wensen. Het betekent dat hij oor heeft voor de cadans van de Nederlandse zin, de natuurlijke afwisseling van sterk- en zwakbetoonde lettergrepen. In journalistieke kringen wordt daar niet op gelet, gehoorzaam als men daar is aan de dwaze regel: voltooid deelwoord ALTIJD achteraan. Neem de hertaling van Max Havelaar. Door krampachtig vast te houden aan die wezenloze regel heeft de hertaler van het ‘levend hollandsch’ van Multatuli tekst gemaakt die op elke bladzijde vloekt met Multatuli’s stijlwijzer: ‘Als ik doof was, zou ’k niet kunnen schryven.’ Van het Reve was bepaald niet doof. Vandaar dat zijn Nederlands leest alsof ‘t geschreven is voor luisteraars.

Jan Stroop, Zaandam