Hughes’ Rome

Pontificaal op de voorpagina (Boeken, 22-07-11) wordt de visie van Robert Hughes op Rome besproken. Ik ben het met hem eens waar het de onterechte, 20ste-eeuwse mening over Gianlorenzo Bernini betreft, of de stijl van de ‘rationalistische’ architecten tijdens het fascisme, die zich onafhankelijk van de opdrachtgever modernistisch ontwikkelde. Maar als Hughes het ongenaakbare Palazzo della Civiltà Italiana (het ‘vierkante Colosseum’) het levendigste van alle gebouwen in EUR – ja zelfs van de hele fascistische periode – noemt, vraag ik mij af of hij wel goed heeft rondgekeken. Ondanks zijn pleidooi voor Rome, tegen luchtvervuiling en desinteresse in, debiteert hij, als ik Bernard Hulsmans woorden mag geloven, meer onzin over de eeuwige stad dan historische feiten. Zo heeft Nero géén christenen in het Colosseum voor de leeuwen geworpen (het is pas na hem gebouwd, op de plaats van zijn Domus Aurea), en heft één beeld van Bernini’s Vierstromenfontein zijn hand niet afwerend af naar de San Agnese van concurrent Borromini, om de eenvoudige reden dat de Fontana dei Quattro Fiumi op Piazza Navona werd aangelegd in 1648-51, en de kerk in 1653-57. Borromini probeert juist boven Bernini uit te torenen met naar voren springende geveldelen en torens die de obelisk weerspiegelen.

Kees Hogenbirk, architectuurhistoricus, Amsterdam