Groeit je haar door na je dood?

Mattijs Winter heeft een vraag over de dood: „Groeit haar door na overlijden”, wil hij weten.

Nee, zegt Linda van Santen. Dat je haar doorgroeit na je dood is een hardnekkige mythe. Van Santen is coördinator van Docendo, dat opleidingen uitvaartzorg en postmortale zorg aanbiedt. Het lijkt soms wel zo, legt ze uit, vooral bij gezichtshaar. „De huid droogt in, het gezicht valt in en wordt smaller, de haartjes steken dan verder boven het huidoppervlak uit.”

Datzelfde geldt voor je nagels. Duw je de huid onder je nagels iets naar achter, dan lijkt je nagel ook langer. „Groeien kunnen ze niet meer: daarvoor is bloed en zuurstof nodig.”

Het bloed zakt na overlijden naar het diepste punt van je lijf. Overlijd je in bed, dan zakt het bloed naar de achterzijde van het lichaam. Van Santen: „Maar het komt ook voor dat iemand met het hoofd naar beneden overlijdt. Blijf je zo even liggen, dan verkleurt bijvoorbeeld het gezicht. Van lichtrood tot pimpelpaars.” En precies dat is één van de dingen die studenten leren: met camouflagetechnieken zorgen dat die vlekken niet meer zichtbaar zijn.

Ook het haar wordt gedaan. Stoppels die zichtbaar worden als het gezicht invalt kunnen worden afgeschoren. En het haar wordt eventueel gewassen. „Wassen en kammen gebeurt heel voorzichtig omdat de haarschubben na het overlijden sluiten. Het haar wordt dan breekbaar. Wassen en kammen moet je dan ook zo snel mogelijk na iemands overlijden doen. ”

Dat opbaren wordt steeds belangrijker, volgens Linda van Santen. „Dat een nabestaande zich realiseert dat iemand dood is – en dat met eigen ogen ziet – is belangrijk voor het verwerkingsproces.” Omdat het gezicht niet altijd toonbaar is, nemen mensen soms afscheid van een lichaam waarvan alleen de hand te zien is. „Of een stukje van de borst, omdat daar een tatoeage zit bijvoorbeeld.”

Heel soms wordt zelfs het gezicht voorzichtig gemasseerd. Van Santen: „Doe je dat niet dan krijgt iemand een strakke, wat maskerachtige uitdrukking. De spieren kun je zo masseren dat iemand weer een vriendelijke uitdrukking krijgt.”

Lineke Nieber