Griekse redding kost Europa meer

Nederland heeft zich vorige week op de eurotop over de Griekse reddingsmaatregelen voor een groter bedrag gecommitteerd dan minister De Jager (Financiën, CDA) afgelopen week aan de Tweede Kamer heeft gemeld. Nederland moet met andere eurolanden in totaal 35 miljard euro storten als garantie voor de Europese Centrale Bank (ECB). Hoeveel Nederland bijdraagt is inzet van Europees overleg.

De oppositiepartijen die nodig zijn voor een Kamermeerderheid, omdat gedoogpartner PVV de Griekse steun afwijst, reageren getergd. „Steeds maar weer het gedraai, om moedeloos van te worden”, zegt Bruno Braakhuis (GroenLinks). Ook Ed Groot (PvdA) en Wouter Koolmees (D66) vinden dat de extra garantie gemeld had moeten worden aan de Kamer. Bij de coalitiepartijen was vanochtend niemand bereikbaar.

Minister De Jager moest afgelopen week in zijn brief rechtzetten dat minister-president Rutte zich bij de uitleg van het akkoord voor meer dan 50 miljard had verrekend. De storting van 35 miljard euro ten gunste van de ECB komt bovenop de 109 miljard euro namens de eurolanden en het Internationaal Monetair Fonds, en 54 miljard namens de private financiële sector.

In zijn Kamerbrief noemt De Jager de garanties aan de ECB alleen omfloerst in één zin en zonder bedrag. De 35 miljard is een cruciaal onderdeel van het nieuwe reddingspakket. Dankzij die toezegging staakte de ECB haar verzet tegen een verplichte bijdrage van banken, wat Duitsland en Nederland eisten. De storting van 35 miljard is een zekerheid voor de ECB dat zij geen verlies lijdt op de Griekse staatsobligaties die Griekse banken geven in ruil voor tientallen miljarden geldsteun. Als de kredietbeoordelaars zeggen dat er sprake is van een feitelijk bankroet voor Griekenland, ook al is dat oordeel tijdelijk, is de 35 miljard adequate zekerheid voor de ECB om de Griekse banken overeind te houden.

De 35 miljard is door eurogroep-president Juncker in een brief bevestigd aan ECB-president Trichet, bevestigen bronnen die bekend zijn met de gang van zaken.

In een reactie zegt het ministerie van Financiën dat het bedrag niet is vermeld omdat het geen directe steun aan Griekenland betreft. Het ministerie verwacht dat de ECB de garanties maar zeer kort nodig heeft. Als de bijdrage van de banken aan de Griekse redding binnen is en de Griekse kredietstatus is hersteld, kan de ECB de Griekse obligaties weer als onderpand accepteren en is de garantie niet meer nodig.