Elke avond zonnebrand snuiven

Ik leg mijn jas in de hoek en neem een glas wijn aan. Er zijn veel verjaardagen in deze tijd, en terugrekenend lijkt een druilerige, beginnende winter voor veel stellen blijkbaar een goede aansporing. In de kamer ga ik bij een kennis staan. „Ha”, zeg ik. „Hoe is het?” „Goed”, zegt hij, „volgende week vakantie, hè.”

Gesprekken met mensen die je niet heel goed kent zijn vaak seizoensgebonden. Vier je de feestdagen met familie? Hoe was je Oud en Nieuw? Kamperen in Bretagne, leuk, hoelang ga je? Zonde van het weer, hè, je verwacht toch een beetje zon in de zomer? Ga je nog weg, dat lange weekend met Pasen?

„Ik heb zoooooooo’n zin in vakantie”, vervolgt de kennis. Terwijl hij zuchtend de ‘o’ rekt, rolt hij even met zijn ogen, om aan te geven hoe gekmakend veel zin hij er in heeft. „Even echt he-le-maal weg.” Ik knik. „Ja. Ik ga ook bijna op vakantie”, zeg ik, terwijl ik mijn best doe het wat luchtiger te brengen.

Natuurlijk heb ik ook zin in vakantie, zo veel dat ik begrijp dat je elke klinker uit extase oneindig zou willen rekken. In een drogisterij koop ik alle miniatuurflaconnetjes die er te vinden zijn, er staat een imposante, deze-ga-ik-eindelijk-lezen stapel boeken op mijn bureau (die in mijn koffer zal aanvoelen alsof ik op reis ga met een aambeeld, en die uiteindelijk genegeerd zal worden ten faveure van roddeltijdschriften en Zweedse raadsels) en voor het slapen gaan snuif ik elke avond aan een fles zonnebrand – de lekkerste geur die er bestaat.

Toch krijgt het hardnekkige verlangen naar vakantie soms ook iets vreemds. Het bezetene, het met opeengeklemde kaken in de verte staren en mompelen „vakantie… bijna…”. In mijn omgeving hoor ik: „Ik ben zó toe aan vakantie. Even helemaal niks, even eruit, even loslaten.” Of: „De eerste week van mijn vakantie ben ik altijd ziek, daar kan ik van uitgaan. Pas in de tweede week kan ik echt tot rust komen.” Of: „Ik moet er voor zorgen dat ik echt even goed ga ontspannen deze vakantie, dat heb ik wel nodig.”

Ik Moet Ontspannen.

Kom op.

Ontspan!

Nu!

Soms lijkt het alsof vakantie slechts een medicijn is, een handige pil tegen een leven vol hectiek. Een ingenieuze berekening: drie weken gestrekt op een zonnebedje met een gifgroene paraplucocktail in de hand zorgen ervoor dat ik de overige 49 weken niet meer hoef af te remmen.

Tijdens vakanties gaan dingen mis. Tenten waaien weg, mosselen blijken bedorven, waar in de folder ‘rustiek’ stond werd eigenlijk ‘bouwval’ bedoeld en buurhuisjes worden bevolkt door een luide Engelse frituurfamilie met vier kwijlende Dobermanns. Alleen op je vakantie vertrouwen voor rust, is niet genoeg.

Je moet ook zin hebben in terugkomen.

Renske de Greef

Alle columns van Renske de Greef zijn te lezen via nrcnext.nl/renske